Advertentie
Advertentie

Eigen spaarpot

©Alexia Mangelinckx

Eens te meer blijkt het lastig om via de overheid en bedrijfsplannen zekerheid over een goed pensioen te krijgen. Dus doen de Belgen wat ze altijd al deden: niet betogen, maar sparen.

Nog geen procentje van het loon. Dat is wat de Belgen gemiddeld via hun sectorpensioenplan sparen voor hun oude dag, blijkt uit ­cijfers van de toezichthouders FSMA en Sigedis. Almaar meer Belgen maken gebruik van zo’n bedrijfsplan, maar het blijkt in veel gevallen een mager beestje.

Het toont nogmaals hoe er geen ‘silver bullet’ bestaat om de Belgische pensioenen gezond te maken. Ze worden namelijk drie keer getroffen. Een eerste keer door de demografie. Op zich is het goed nieuws dat de Belgen almaar langer leven, maar de welvaartsstaat is daar niet op voorzien. Om de twee jaar moet de federale regering haar pensioenbudget verhogen met het volledige jaarbudget van de NMBS.

Veel Belgen hebben dat al lang begrepen en zetten zelf wat opzij. Ofwel doen ze dat via hun werkgever (de tweede pensioenpijler) ofwel zelf (de derde pensioenpijler). Maar sinds de financiële crisis brengt dat weinig op, zeker nu de rente bijna op nul staat. Daar worden ze een tweede keer getroffen.

En dus zou je het probleem kunnen oplossen door meer van je loon opzij te zetten. De cijfers die gisteren bekend werden, tonen aan hoe lastig ook dat is. Want terwijl slechts 0,9 procent van een Belgisch loon wordt opzijgezet, zou dat volgens de regering naar 3 procent moeten stijgen. Met als nadeel dat zo’n hogere bijdrage weer de kloof tussen bruto- en nettoloon zal doen stijgen. Daar zitten we een derde keer moeilijk.

Het lijkt een situatie om moedeloos van te worden, maar toch is dat niet hoe de modale Belg reageert. De Belgen hebben samen een kleine 1.000 miljard euro aan spaargeld, aandelen, obligaties en andere financiële activa uitstaan, huizen niet meegerekend. Het gaat om nettocijfers, waarvan de hypotheekschulden bijvoorbeeld zijn afgetrokken. Ondanks de lage rente zetten de Belgen vorig jaar 14,4 procent van hun inkomen opzij voor later.

Al sinds de jaren zeventig weet de overheid dat de vergrijzingskosten eraan komen, maar toch heeft ze zich nooit degelijk voorbereid. Dat gigantische bedrag aan spaargeld en roerend vermogen kan dan ook gezien worden als een motie van wantrouwen tegen de staat. Maar dan op zijn Belgisch. Belgen betogen niet. Ze protesteren niet. Ze sparen. Ze maken dat ze op hun oude dag eigenaar zijn van hun woning en dat er iets op de rekening staat.

Het is een van de redenen waarom iedere poging om vermogenstaksen in te voeren, van liquidatieboni voor vereffende kmo’s tot hogere roerende voorheffing, op zoveel weerstand stuit. Wie heeft geprobeerd zich in te dekken tegen een falend vergrijzingsbeleid, heeft het gevoel daarvoor nog eens gestraft te worden door diezelfde overheid. 

Niets wijst erop dat de overheid het pensioenprobleem nog grondig oplost. En ook de bedrijfspensioenen blijken niet voor iedereen een mirakeloplossing. Dus is de conclusie er een die de Belgen al lang hebben begrepen: zelf genoeg sparen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud