Redacteur Politiek

De mobiliteit vergroenen via de bedrijfswagens is een juiste beslissing. Maar de flessenhals komt nu te liggen bij de infrastructuur: van laadpalen tot het elektriciteitsnet zelf.

Nog twee jaar. En dan wil federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) de fiscale voordelen voor bedrijfswagens afbouwen als ze niet elektrisch zijn. Het zijn de eerste meters van een traject dat in 2026 moet eindigen bij het eindpunt dat het regeerakkoord bepaalt: alle bedrijfswagens broeikasvrij.

Het is nog altijd een goede keuze, omdat ze enkele welgekomen gevolgen creëert en enkele onontkoombare problemen mildert. De bedrijfswagen is in de eerste plaats een belangrijk instrument om de hoge loonkosten te temperen en de promotieval uit te schakelen. Bovendien loopt mobiliteit in de versnipperde Vlaamse ruimtelijke ordening bijzonder moeilijk zonder de auto, zeker voor wie werk en familie probeert te combineren.

Daarom houdt het steek dat de regering van de nood een deugd maakte en de vloot bedrijfswagens gebruikt om het Belgische wagenpark te vergroenen. Een op de twee verkochte wagens per jaar in ons land is een bedrijfswagen. Na het leasecontract worden ze bovendien tweedehands verkocht. Het is een hefboom om de mobiliteit in een stevig tempo groener te maken.

Dat geldt ook voor de infrastructuur die nodig is om van de elektrische auto een succes te maken. Bedrijfsparkeerterreinen zijn ook daarvoor een ideale eerste fase, omdat die wagens er vaak een hele dag staan.

Volgende stappen

Met de grote principes en de eerste stappen is daarom niets mis. De grote vragen komen daarna: als de details duidelijk worden en de volgende stappen moeten worden gezet.

De grote vraag is of de infrastructuur aan laadpalen zal kunnen volgen als binnen een paar jaar één op de twee nieuwe auto's in België elektrisch wordt. De Vlaamse regering is van plan er 30.000 te plaatsen en de federale regering kondigde dinsdag een fiscale aftrek aan voor bedrijven en gezinnen die er installeren. Zulke investeringen en aanmoedigingen worden nodig als broeikasvrije auto's de norm worden.

De grote vraag is of de infrastructuur aan laadpalen zal kunnen volgen als binnen een paar jaar één op de twee nieuwe auto's in België elektrisch wordt.

Maar de laadpalen zijn maar het eindpunt van het energieprobleem. Op veel plaatsen is het elektriciteitsnetwerk vandaag te zwak om tientallen auto's op te laden. Dat maakt dat netbeheerder Fluvius zal moeten investeren, wat doorgerekend zal moeten worden in de elektricteitstarieven. Dat vooruitzicht roept onzalige herinneringen op aan het politieke bochtenwerk rond de kosten van zonnepanelen. Wat eveneens in beeld moet blijven is de productie van de elektriciteit zelf. Ook die zal ecologischer moeten, anders heeft het allemaal geen zin.

Het toont wat voor een machine de federale regering in gang zet als ze binnen enkele jaren al de helft van de nieuw verkochte auto's elektrisch maakt. Ze maakt een immense investering in elektriciteitsinfrastructuur noodzakelijk, die bovendien snel moet gebeuren om een flessenhals te vermijden. De grote vragen worden daarbij wie wat zal doen, tot waar relancegeld zinvol of zelfs onontbeerlijk is en hoeveel in de elektriciteitstarieven wordt doorgerekend.

En vooral: of de groei van de laadpalen de groei van de elektrische wagen zal kunnen volgen. Want anders heeft het ook geen zin.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud