Stefaan Michielsen

De hervorming van de erfbelasting die de Vlaamse regering voorstelt, is niet de grote omwenteling. Maar de verlaging van enkele tarieven en de invoering van bijkomende vrijstellingen zijn welkom.

Een grote revolutie is het niet, de hervorming van de erfenisbelasting waarover de Vlaamse regering gisteren een akkoord bereikte. Een voorwerp van felle discussie tussen de meerderheidspartijen is ze ook niet geweest. Ze is gewoon een verdere stap in een beweging die in Vlaanderen bijna 20 jaar geleden is ingezet en al heeft geleid tot een verlaging van de registratierechten, de schenkingsrechten en de successierechten.

Nu wordt het hoogste tarief van 65 procent voor andere erfenissen dan die tussen partners en tussen ouders en kinderen geschrapt. Voortaan geldt een tarief van 55 procent voor de hoogste schijf. Ook komen er enkele extra vrijstellingen. Maatschappelijk is dat allemaal erg verdedigbaar, en de maatregel komt ten goede aan een ruim deel van de bevolking, niet enkel aan een select en bevoorrecht groepje.

De erfbelasting wordt niet afgeschaft. Ze wordt enkel iets minder zwaar. Dat het hoogste tarief van 65 procent sneuvelt, is een logische beslissing. Een heffing van 65 procent komt neer op een verregaande confiscatie.

Door de tariefverlaging en de extra vrijstellingen zal de erfbelasting in Vlaanderen ook als minder onrechtvaardig worden ervaren.

Door de tariefverlaging en de extra vrijstellingen zal de erfbelasting in Vlaanderen ook als minder onrechtvaardig worden ervaren en zal minder naar constructies worden gegrepen om ze te ontwijken. Wettelijke mogelijkheden daartoe waren er al genoeg, maar ze waren niet voor iedereen in dezelfde mate toegankelijk. Dat leidde tot ongelijkheid. Die wordt door deze hervorming voor een stukje weggewerkt.

Er is de jongste weken veel inkt gevloeid over de maatschappelijke, economische en fiscale zin of onzin van het belasten van erfenissen. Dat is, het mag gezegd, een ferme vermogensbelasting op het moment van het overlijden. Ze wordt in Vlaanderen, en hier niet alleen, als een van de ergerlijkste belastingen ervaren.

Dat komt omdat ze geheven wordt als mensen met een belangrijk verlies worden geconfronteerd. De zwaarte van de heffing speelt mee. En, anders dan bij de personenbelasting of de btw, zijn de burgers er niet aan gewend. Dan schokt de bruutheid waarmee de overheid haar deel opeist.

De erfbelasting wordt ervaren als een van de ergerlijkste belastingen.

Er kunnen vast grote theorieƫn worden verkondigd die een zware erfbelasting verantwoorden. Maar het is een feit dat het maatschappelijk draagvlak daarvoor bijzonder klein is. Dat heeft vooral te maken met de onredelijke tarieven. Daarom valt het toe te juichen dat die nu enigszins worden teruggeschroefd.

Het is niet de dringendste belastinghervorming. Maar ze is politiek makkelijk beslist en electoraal interessant. De Vlaamse regeringspartijen kunnen ermee uitpakken bij de verkiezingen in 2019.

Een grondiger aanpak van de erfbelasting zou zinvol zijn. Maar dat is te ambitieus, te moeilijk.

Het is een beperkte hervorming. Een grondiger aanpak van de erfbelasting zou zinvol zijn. Maar die moet dan deel uitmaken van een ruimere hervorming van de vermogensbelastingen, zelfs van de hele personenbelasting. Dat is te ambitieus, te moeilijk. Dus wordt er alleen maar wat in de marge geschaafd. Zo gaat dat in dit land.

Reageren? Deel uw mening met ons en andere lezers op tijd.be/commentaar

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content