EU-landen wijzen timing en inhoud landbouwhervorming af

(tijd) - De Europese lidstaten reageerden gisteren erg verdeeld op de landbouwhervorming van de Europese Commissie. De filosofie van een kwalitatieve, duurzame landbouw kreeg veel bijval. Maar het behoud van de nationale boerenbelangen en de Europese centen, woog bij alle lidstaten nog zwaarder. De tegenstanders van de hervorming vinden elkaar maar rond een centraal thema: deze hervorming is te diepgaand en komt te vroeg.

De EU-ministers van Landbouw hielden gisterenmiddag een openbaar debat over de hervormingsplannen die de Europese Commissie vorige week goedkeurde. De tussenkomsten van de vijftien liepen zowat alle kanten uit, maar de teneur was negatief over de hele lijn. Zelfs de vrij positieve tussenkomsten van de Duitse minister van Landbouw, Renate Künast, en haar Britse collega Margaret Beckett eindigden met een neen voor de elementen uit het hervormingsplan die Berlijn en Londen niet zinnen.

De EU-Commissie vervangt in haar voorstellen de vele bestaande productpremies door een inkomenssubsidie voor de boeren. Voor de middelgrote en grote boerenbedrijven, die meer dan 5.000 euro subsidies per jaar krijgen, wordt die steun gedurende zeven jaar met telkens 3 procent verminderd. Het bespaarde geld wordt overgeheveld naar plattelandsontwikkeling en ingezet voor duurzame landbouw.

EU-Commissielid voor landbouw, Franz Fischler, noemde zijn hervormingsvoorstellen geen revolutie, maar een aanpassing van het landbouwbeleid aan de hedendaagse realiteit. De meeste ministers leverden gisteren lippendienst aan de filosofie achter de voorstellen en vooral aan het deel duurzame landbouw. Maar ze weigeren hiervoor de rekening te betalen. Voor landen als Zweden en Nederland gaan de voorstellen niet ver genoeg. Zij dringen aan op grotere besparingen in de landbouw.

De zuidelijke lidstaten, aangevoerd door Spanje en Frankrijk, Ierland en Finland schoten de Commissie-plannen af. Zij vinden de voorstellen veel te verregaand en niet aan de orde. In 1999 in Berlijn is het kader en de financiering van het Europees landbouwbeleid vastgelegd tot eind 2006. Zij beschuldigen de Commissie ervan een veel fundamenteler hervorming door te drukken dan afgesproken.

Federaal minister Annemie Neyts vertegenwoordigde het genuanceerde en voorzichtige Belgische standpunt, geflankeerd door de Vlaamse minister van Landbouw, Vera Dua, en haar Waalse collega José Happart. Die laatste beschuldigde Neyts er in de wandelgangen van vooral het Vlaamse standpunt te hebben verdedigd. Volgens Dua is hard aan een Belgisch compromis gewerkt. In Vlaanderen zou een derde van de boerenbedrijven, in Wallonië de helft het totale inkomen zien dalen. In beide gewesten gaat het om 10.000 bedrijven.

KV

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud