Europese energietsaar

Het abrupte einde van het overnamebod van de Duitse energiegroep E.ON op de Spaanse sectorgenoot Endesa leert andermaal dat het nationalisme nog lang niet dood is in de economische wereld. E.ON werd lange tijd door de Spaanse regering opgehouden om een normale bieding te lanceren.

Uiteindelijk wordt Endesa opgesplitst en krijgt E.ON enkele onderdelen. De rest van Endesa gaat naar de Spaanse bouwgroep Accicone en de Italiaanse staatsgroep Enel.

Het verweer van nationale overheden tegen buitenlandse overnames is een vast gegeven in Europa, zeker in de energiesector. Ook de fusie tussen Suez, dat de Belgische energiemarkt domineert, en Gaz de France is een defensieve fusie met als doel een vijandelijke raid van Enel af te weren.

De vraag is of de energie een bijzondere sector is. Het antwoord is ja. De energievoorziening van een land is nu eenmaal cruciaal om de boel - letterlijk - draaiende te houden. Dat de nationale overheden daarom 'nationale kampioenen' naar voren schuiven als de dominante bewakers van de energiebevoorrading van hun land, is begrijpelijk, maar daarom niet alleen zaligmakend.

De liberalisering van de energiesector leidt onvermijdelijk tot een consolidatie in de sector. De reuzen in de Europese energiesector houden zowat 90 miljard euro klaar in hun oorlogskassen. E.ON bezit daarvan de helft. Het geld is bedoeld om te groeien door overnames, en gezien de krampachtige houding van de nationale overheden kunnen die alleen maar vijandig zijn. Maar dat zal de biedingen niet afremmen.

Het vastklampen aan de 'nationale kampioenen' lijkt een aflopend verhaal, dat niet vol te houden is in een snel globaliserende wereld. Daarom moeten de EU-lidstaten het over een andere boeg gooien en zou er een gecoördineerd Europees beleid moeten komen.

Dat beleid moet ervoor zorgen dat het wettelijke kader in de EU duidelijk omschreven is en dat iedere partij zich in de EU ook aan dezelfde regels houdt. Zo kan men het energiebeleid aansturen op politiek, economisch en ecologisch vlak. Alle energiebedrijven zouden dan op gelijke voet kunnen concurreren en dan maakt het uiteindelijk ook niet veel uit wat de nationaliteit is van de stroom die uit het stopcontact komt.

Het grote probleem is dat dezelfde regeringsleiders die snel klaar staan met de nationale vlag als er een buitenlandse overname wordt aangekondigd, kennelijk niet te vinden zijn voor een Europese energieregulator. Dat idee is tijdens de laatste Europese top vakkundig begraven. Want blijkbaar regelt men liever nationaal de voorwaarden en de werkomstandigheden van de energiebedrijven.

Zolang de reglementering van de Europese energiesector versnipperd blijft over de nationale landen, blijven de nationale oprispingen duren bij buitenlandse overnames. Misschien moeten de beleidsmakers toch maar eens overwegen een Europese energietsaar aan te wijzen die, boven de nationale belangen, zorgt voor een veilige, betaalbare en betrouwbare energievoorziening.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect