Europese verrotting

De halfjaarlijkse hoogmis van Europese staatshoofden en regeringsleiders eindigde gisteren met ronkende verklaringen. De toetredingsonderhandelingen met Turkije worden deels opgeschort en nieuwe kandidaten zullen zich strikt aan de Europese regels moeten houden om lid van de club te mogen worden. Tegelijk wordt in alle toonaarden benadrukt dat Europa een open huis is en de uitbreiding doorgaat.

Al dat mediageweld moet verhullen dat de uitbreiding van de Unie zowat het enige project is van Europa op dit ogenblik. Flink wat lidstaten maken er geen geheim van dat die uitbreiding liefst zo snel mogelijk voortgaat. De Britten kunnen voor die strategie van verdere uitbreiding rekenen op de steun van de nieuwe EU-lidstaten. Enkel een handjevol oude lidstaten blijft nog het principe 'eerst verdiepen en dan pas uitbreiden' verdedigen. Onder druk van Londen kon in de slotconclusies van de voorbije EU-top geen formeel verband gelegd worden tussen de uitbreiding van de Unie en de verdieping van het EU-project.

Als de voorbije Europese top al iets duidelijk maakt, is het de volledig veranderde krachtverhoudingen in de Unie. Europa slaagt er op geen enkel vlak nog in beslissingen te nemen. De unanimiteit in de besluitvorming legt alles stil, ook cruciale plannen zoals meer samenwerking in gerecht, politie en migratie. De trein van de verruiming van Europa is een denderende machine geworden die in een hels tempo voortraast.

Dat die machine zich te pletter dreigt te rijden, is evident. In Europese diplomatieke kringen wordt dan ook onomwonden gesproken van een bewuste Europese verrottingsstrategie die uit de Britse spinkokers stamt. Dat Europees rot moet uitmonden in een nieuw Europa, een gemeenschappelijke interne markt zonder overdracht van bevoegdheden naar een federaal EU-niveau.

Zoals steeds aan het einde van een Europese top worden de nederlagen onder de mat geveegd. Zelfs premier Guy Verhofstadt sprak na afloop van de EU-top van een 'scoreloos gelijkspel'. De volgende Europese wedstrijd kondigt zich nochtans zeker niet gemakkelijker aan. De Duitse Bondskanselier, Angela Merkel, wil tegen midden volgend jaar de basis leggen voor een nieuw Europees verdrag dat in de plaats moet komen van de Europese grondwet.

Met een Duitsland dat zich steeds nadrukkelijk als grote lidstaat manifesteert en het gezag van 'Brussel' aanvecht en een regeringswissel in Groot-Brittannië en Frankrijk is het nu al duidelijk dat die operatie op een weinig ambitieuze tekst lijkt uit te draaien.

De kans dat een nieuw miniverdrag Europa opnieuw op het juiste spoor zet, is bijzonder klein. En dat met een nieuw EU-verdrag het rot van binnenuit verdwijnt, is evenmin waarschijnlijk. Integendeel. Als Europa volgend jaar op 25 maart vijftig kaarsjes uitblaast, is het misschien het moment, ook voor België, om hardop de vraag te stellen: 'Is dit nu het Europa dat we wens(t)en?'

Kris Van Haver

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud