Senior writer

Nu twee eurosceptische partijen in Italië de regering gaan vormen, hebben de Europese Unie en de eurozone er een belangrijke zorg bij.

De politieke crisis in Italië is van de baan. Iets meer dan twee maanden na de stembusgang - waarbij de kiezers de kaarten erg moeilijk hadden geschud - hebben de twee winnaars van de verkiezingen een principeakkoord om een coalitie te vormen. Dat was niet evident, want behalve het feit dat ze beide anti-establishmentpartijen en eurosceptisch zijn, hebben de populistische Vijfsterrenbeweging en de radicaal-rechtse Lega niet zo veel raakvlakken.

Maar Italië, de derde grootste economie van de eurozone, krijgt nu opnieuw wat politieke stabiliteit, voor zover dat in dat land mogelijk is. Dat is hard nodig, want de uitdagingen zijn groot. De Italiaanse economie is al jarenlang lusteloos. Het land heeft een wankele banksector. En het moet een toevloed aan Afrikaanse migranten opvangen die op zoek zijn naar een beter leven in Europa.

De verwachting is dat de nieuwe coalitie inzake migratie een harder standpunt zal innemen, zoals én de Vijfsterrenbeweging én de Lega in hun verkiezingscampagne hebben beloofd. Dat zal het voor de Europese Unie niet gemakkelijker maken een consensus te vinden over een Europees asiel- en migratiebeleid.

De twee nieuwe regeringspartijen zijn voorts van plan het economisch beleid over een andere boeg te gooien. Dat economisch programma wordt nog op punt gesteld. Maar volgens berichten in de Italiaanse media ligt het idee op tafel om de personenbelasting gevoelig te verlagen door een vlaktaks te installeren, om een soort leefloon ofbasisinkomen in te voeren, en om de pensioenleeftijd die in 2011 was verhoogd opnieuw te verlagen.

Dat zijn voorstellen die tientallen miljarden euro’s kosten. Het is niet duidelijk waar dat geld vandaan moet komen. Italië heeft zijn begrotingstekort de voorbije jaren wel kunnen terugdringen naar 1,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp), maar zit nog opgezadeld met een staatsschuld van 132 procent van het bbp. Er is weinig ruimte voor een ambitieus uitgavenprogramma om de economie - Italië is een van de traagste groeiers in de eurozone - aan te zwengelen, wat de ambitie is van de nieuwe coalitie.

De nieuwe coalitie in Rome kleurt met haar economische plannen buiten de Europese lijntjes.

En Europa zal niet tolereren dat Rome de Europese begrotingsregels aan zijn laars lapt. Want dan dreigen de spanningen in de eurozone en de druk op de euro opnieuw toe te nemen, met mogelijk zware gevolgen voor de Europese banken en de financiële markten. Anders dan Griekenland is Italië geen economische dwerg. Nu de economie in Europa weer op een stabiel groeipad lijkt te zitten en de Europese Centrale Bank stilaan overweegt om haar monetair steunprogramma stop te zetten, zouden keet schoppende Italianen bijzonder ongelegen komen.

De Italiaanse economie heeft andere hervormingen nodig dan die waarop de Vijfsterrrenbeweging en de Lega broeden. Zoekt de leiding van de twee partijen toch de brute confrontatie met Europa op? Dan zal president Sergio Mattarella, een centrumlinks politicus, hen wellicht wel wat intomen. Hij heeft de bevoegdheid om bepaalde wetten - ook begrotingswetten - tegen te houden.

Maar Europa heeft er ook geen belang bij het keihard te spelen en zo het anti-Europese sentiment bij de Italianen aan te wakkeren. Italië was in 1957 een van de zes stichtende leden van de Europese Unie, het verdrag voor de oprichting van de Unie werd in Rome ondertekend. Dat de liefde tussen Europa en Italië niet in haat ver-andert, moet beide een zorg zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud