De PS heeft een juiste en moedige beslissing genomen door Emir Kir uit de partij te zetten. Maar tegelijk is ze op de limieten van haar electoraal succesverhaal gestoten.

In de federale verkiezingen van mei vorig jaar haalde de PS honderdduizend stemmen in de kieskring Brussel-hoofdstad. Emir Kir, derde op de lijst, had er op zijn eentje 18.500. Ze zijn zeldzaam, de momenten waarop een partij iemand met zo’n electorale kracht aan de deur zet. En toch is dat wat de Parti Socialiste afgelopen weekend heeft gedaan.

De beslissing is nog markanter als je weet dat daardoor de PS een zetel verliest in de Kamer. Het maakt dat de paarsgroene droom – die nooit echt levensvatbaar was maar desalniettemin nog altijd niet is gestorven in Franstalig België – nu écht dood is. Zo’n coalitie komt nu met 75 op 150 één zetel te kort voor de krapste van alle meerderheden.

Dat het toch gebeurde, komt omdat het probleem met Emir Kir – het dwepen met extreem-rechts in Turkije – een probleem begon te vormen voor de PS in een veel grotere machtsstrijd. Het maakte de partij ongeloofwaardig in haar strijd tegen extreem-rechts in Vlaanderen, waartoe sommigen bij de PS ook de N-VA rekenen.

Niet dat dat het enige is wat speelt. De beslissing valt op een markant en chaotisch moment voor de Brusselse PS. Na het vertrek van Laurette Onkelinx als voorzitster van de Brusselse PS-federatie en haar opvolging door de Koekelbergse burgemeester Ahmed Laaoej moeten de interne machtsverhoudingen nog in een nieuw evenwicht vallen.

Los van de personenkwesties speelt bovendien een onaangename spanning tussen de historische wortels van de PS – de belangen behartigen van een vrijzinnige arbeidersklasse – en de electoraal-succesvolle strategie van de laatste decennia om in Brussel de allochtone, vaak religieuze, kiezer aan te trekken.

Het is die strategie die de PS nog altijd incontournable maakt. Ze is in alle Franstalige deelstaatregeringen aan de macht en federaal kan er geen coalitie zonder haar worden gemaakt. Daarom was de spanning met de vrijzinnigheid wellicht verdraagbaar binnen de partij, tot ze bij Emir Kir brak op iets nog gevoeligers in Franstalig België: het cordon sanitaire.

Door Emir Kir, de populaire burgemeester van Sint-Joost-Ten-Node, uit de partij te zetten, heeft de PS de juiste én moedige beslissing genomen. Maar het grote dilemma op de achtergrond is hiermee niet verdwenen. Volgens cijfers van Merry Hermanus, gewezen PS-kopstuk en voormalige rechterhand van Philippe Moureaux, gingen bij de jongste verkiezingen 71 procent van de stemmen naar kandidaten van allochtone oorsprong.

Dat is uiteraard volstrekt legitiem, maar het toont hoe de Brusselse PS ook na het vertrek van Emir Kir voor een existentieel dilemma blijft staan: is ze in de eerste plaats een partij van allochtonen, die haar de macht bezorgen in ruil voor een soepeler visie op rechtsstaat en de lekenstaat? Of houdt de Parti Socialiste in de eerste plaats vast aan die historische principes, op gevaar af het electorale lot te moeten volgen van haar zusterpartij in Vlaanderen?

Jarenlang slaagde de PS er in niet voluit te moeten kiezen. Na het afscheid aan de top van Laurette Onkelinx, het ontslag van Kir én de zichtbaarheid van het belang van de allochtone stem op 26 mei, lijkt de Parti Socialiste meer dan ooit wél op die existentiële tweesprong af te stevenen.

Lees verder

Tijd Connect