De aanstelling van Didier Reynders als Belgiës nieuwe Europese commissaris toont dat de oude regels van de partijpolitiek almaar meer wringen.

Dat informateur en vicepremier Didier Reynders de nationale politiek verlaat om Europees commissaris te worden, valt vanuit het partijpolitieke gevecht om de macht volstrekt te begrijpen.

Reynders is lid van de regerende partij MR, die ook de premier levert. Hij is al twintig jaar minister en kent daardoor ook de Europese politiek grondig. Hij was acht jaar minister van Financiën en in die hoedanigheid lid van de eurogroep, waar hij tijdens een wezenlijk deel van de eurocrisis in de cockpit van het Europees crisisbeleid zat.

Als minister van Buitenlandse Zaken maakte hij – opnieuw met al het Europees overleg van dien – mee hoe rond de EU een ‘ring of fire’ ontstond, van het militair ambitieuze Rusland tot het autocratische Turkije en de migratie veroorzakende chaos in Noord-Afrika. Je kan veel over Reynders zeggen, maar hij is een door de wol geverfd politicus.

Polemiek

Een tweede reden die voor de voordracht van Reynders pleit, is dat het moeilijk is te zien wie de gedoodverfde kandidaat zou zijn die wel op een brede consensus in België kan steunen en de polemiek van afgelopen weekend zou vermijden.

Laurette Onkelinx, die door de PS werd voorgedragen? Kris Peeters, die een kwart minder stemmen haalde dan Marianne Thyssen vijf jaar geleden en 45 procent minder dan CD&V-boegbeeld Jean-Luc Dehaene tien jaar geleden? Iemand van de N-VA, die aast op een topjob bij de Europese Investeringsbank?

Het is wellicht niet overdreven te stellen dat in dit tijdsgewricht – waarin het stof van de gespleten federale verkiezingsuitslag nog altijd niet is gaan liggen - iédere kandidaat tot discussie zou leiden. Bovendien zou de beslissing om dan maar geen kandidaat voor te dragen - zoals vijf jaar geleden toen CD&V na lange vertraging naast de beloofde topjob greep – zo goed als zeker tot nog meer controverse leiden. En terecht.

Carrièreplanning

Toch blijft een wrang gevoel hangen bij deze beslissing. De belangrijkste reden is dat de Belgische politieke partijen die van de kiezer drie maanden geleden een mandaat kregen om het land te besturen, tot nader order voor geen millimeter in die opdracht slagen. Net daarom is het contrast zo groot met datgene waar ze wel in slagen: de carrières van zichzelf veiligstellen en naar een hoger niveau tillen.

Op zich is daar niets mis mee. We hebben goede en ervaren politici nodig, zeker op het allerhoogste niveau. Maar zolang er niet het kleinste vooruitzicht op federaal bestuur is, is het verhaal dat zichzelf op dit moment schrijft dat politieke partijen vooral de optelsom van een handvol carrières vormen.

En dat de kiezers die op 26 mei stemden in de hoop echt een richting aan het bestuur van het land te geven zonder perspectief op dat bestuur achterblijven, terwijl de toppolitici, de ene na de andere, iets anders gaan doen.

Lees verder

Tijd Connect