Dat de F-16’s misschien toch langer mee kunnen, creëert een politiek probleem voor minister Steven Vandeput. Maar het verandert niets aan de nood om miljarden te investeren in defensie.

Een rapportje van vier pagina’s dat de Amerikaanse vliegtuigbouwer Lockheed Martin op 26 april 2017 naar het Belgische leger stuurde, veroorzaakte gisteren hoogspanning in de federale regering. Premier Charles Michel (MR) vroeg een onderzoek en minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) moest zich ’s namiddags in de Kamer verantwoorden.

De regering is van plan deze zomer te beslissen welke gevechtsvliegtuigen ze zal kopen als opvolger van de F-16’s. Die zijn verouderd en dus aan vervanging toe, is de redenering. Vandeput zei al herhaaldelijk in het parlement dat er geen studies zijn die suggereren dat de F-16’s nog langer in de lucht kunnen blijven.

Dat via de oppositiepartij sp.a toch zo’n studie opduikt, is een donderslag bij heldere hemel. Lockheed Martin, de maker van de F-16’s, zegt dat de vliegtuigen langer dan aangenomen in de lucht kunnen blijven omdat ze niet zo intens zijn gebruikt.

Drie conclusies dringen zich nu op. Eén: Vandeput heeft een probleem. Hij heeft herhaaldelijk gezegd dat er geen studie was, terwijl Defensie er één bestelde en achterhield. Dat geeft aan dat de minister de top van het leger niet onder controle heeft. Hoe dan ook heeft hij in het parlement verkeerde informatie over een miljardenaankoop gegeven, wat democratisch bekeken problematisch is.

Twee: voor Michel dient zich misschien een politieke opportuniteit aan. De premier staat onder druk van de Franse president Emmanuel Macron om de F-16’s te vervangen door de Franse Rafale-gevechtsvliegtuigen, ook al voldoen die niet aan de criteria in de aanbesteding. Het zou van weinig politieke hygiëne getuigen daarop in te gaan, maar nu ontstaat dus een scenario waarbij de regering de heikele discussie voor zich uit kan duwen.

Drie: aan de moeilijke beslissing die moet worden genomen, verandert niets. België moet zijn investeringen in defensie opschroeven. De wereld is gevaarlijker geworden: de Europese Unie is omgeven door een ‘ring of fire’, van Rusland en de Krim in Oekraïne, over Turkije tot Noord-Afrika. Verre conflicten, zoals de oorlog in Syrië, werpen bovendien hun schaduw tot in onze steden, met de aanslagen in Brussel van twee jaar geleden als triest voorbeeld.

Dat de minister van Defensie niets wist van het F-16-rapport, geeft aan dat hij de legertop niet onder controle heeft.

Bovendien zegt België altijd voorstander te zijn van internationale samenwerking maar komen we onze afspraken in de NAVO niet na. Als de Amerikaanse president Donald Trump uitzonderlijk wél eens een terecht punt maakt, dan is het dat België daar zijn deel van het beloofde werk niet doet. Gevechtsvliegtuigen zijn dan geen slechte keuze omdat het Belgische leger er expertise in heeft.

Zou het leuker zijn dat geld aan achthonderd rusthuizen te geven? Uiteraard. Meer zelfs, het zou leuker zijn die rusthuizen niet nodig te hebben omdat iedereen gezond blijft. Maar zo is de wereld niet. Ze is gevaarlijk. En we worden oud. Kiezen tussen rusthuizen en vliegtuigen is een vals dilemma: we hebben beide nodig.

De onverwachte nota van Lockheed Martin moet daarom een aansporing zijn om de aankoop van vliegtuigen nog eens helder te bekijken. Hoeveel toestellen kunnen langer vliegen? Zijn er dat genoeg? Het antwoord op de grotere vraag of België een tandje moet bijsteken in defensie-uitgaven, is helaas niet veranderd. Het is nodig.

Lees verder

Tijd Connect