Senior writer

Landen, ook binnen de Europese Unie, moeten de mogelijkheid hebben elkaar op belastingvlak te beconcurreren. Op voorwaarde dat ze enkele cruciale spelregels respecteren.

De verontwaardiging van de Belgische poli­­tici was nogal hypocriet toen in november bekend­raakte dat Luxemburg in het geniep op grote schaal aanzienlijke belastingvoordelen geeft aan buitenlandse multinationals en vermogende families. Want al gauw kwam aan het licht dat de Belgische fiscus - mét politieke rugdekking - gelijkaardige praktijken bezigt, zij het op bescheidener schaal.

Die feiten kunnen niet meer geminimaliseerd worden nu de Europese Commissie heeft beslist tot een diepgaand onderzoek naar de Belgische fiscale rulings, om te kijken of die geen vorm van ongeoorloofde staatssteun zijn. België is op dat vlak niet heiliger dan Luxemburg. Ons land sluit geheime belastingrulings met een aantal bedrijven. Het is een ontransparant systeem waarbij niet duidelijk is of alle bedrijven die in dezelfde omstandigheden verkeren wel dezelfde fiscale behandeling krijgen.

Belastingrulings zijn bedoeld om bedrijven zekerheid te bieden over de interpretatie van de fiscale wetgeving. Ze hebben die zekerheid nodig als ze een vestigingsplaats kiezen of een grote investering plannen. Maar de rulings zijn verworden tot een instrument om multinationals via specifieke belastingvoordelen naar België te lokken of om hen ervan te overtuigen hier te blijven. Ze worden op maat geschreven.

De grondwet is nochtans duidelijk: in belastingen zijn geen voorrechten mogelijk, en verminderingen of vrijstel­lingen kunnen enkel bij wet worden toegekend.

Maar er is nu eenmaal een harde concurrentie tussen landen om buitenlandse investeringen aan te trekken. Met een algemeen gunstig fiscaal klimaat en lage tarieven in de vennootschapsbelasting springt men niet ver, want bedrijven zijn uit op specifieke voordelen. Op die vraag ingaan is voor de overheid ook goedkoper dan de algemene belastingdruk voor de bedrijven te verlagen.

Europa mag niet zo ver gaan om elke fiscale gunstmaatregel als ongeoorloofde staatssteun te veroordelen. Landen, ook binnen de Europese Unie, moeten de mogelijkheid hebben elkaar met belastingen te beconcurreren. Sommige landen, zoals het kleine Luxemburg of het geïsoleerde Ierland, hebben weinig andere troeven die ze kunnen uitspelen.

Maar de belastingconcurrentie moet bepaalde spelregels volgen. Zo is het duidelijk dat voordelen à la tête du client, voor specifieke bedrijven, niet kunnen. Daarom moeten rulings openbaar zijn. De gunsten die worden toegestaan, mogen ook geen kunstgrepen zijn die losstaan van de (bedrijfs)economische realiteit. En er moet eveneens op worden toegezien dat de belastingvoordelen die het ene land toekent niet zwaar ten koste gaan van de belastingen die de bedrijven in andere landen horen te betalen.

Dat zijn simpele regels. Laat de Europese Commissie erover waken of alle landen die respecteren. En laat voor het overige de belastingconcurrentie maar spelen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud