Redacteur Politiek

Bij miljardencontracten is meer politieke hygiëne welkom. Dat België onder Franse druk staat om de eigen regels te negeren om Franse gevechtsvliegtuigen te kunnen kopen, is daarom bijzonder storend.

Belgische F-16’s keerden gisteren terug naar Kleine Brogel na hun missie tegen IS in Irak en Syrië. Met wat we op dit moment weten, kunnen we die missie een succes noemen.

Volgens het Belgisch leger zijn er geen bewijzen dat door Belgische bommen burgers om het leven zijn gekomen. De terreurgroep IS daarentegen is wel teruggedrongen. Uiteindelijk was dat het militaire doel van de operatie Inherent Resolve, waaraan behalve België ook 69 andere landen deelnamen.

De operatie maakt duidelijk hoe de Belgische defensie werkt en waarom ze nodig is. De oorlog in Syrië is geen verhaal uit een ver buitenland.

Strijders uit de conflictzone keerden naar ons land terug om aanslagen te plegen. Daarom was - samen met andere maatregelen in eigen land - een internationale militaire operatie tegen IS nodig. De enige manier waarop België nog écht militair van betekenis is in dergelijke operaties is via de straaljagers.

De Belgische regering beslist best zo snel mogelijk dat ook de Fransen hier de Belgische regels moeten volgen.

Om die reden is het belangrijk dat de federale overheid stilaan beslist wie de opvolger van de bijna uitgeleefde F16’s mag leveren. In een ideale wereld heeft een land uiteraard geen defensie nodig, maar het volstaat om de buurlanden van de EU te overlopen om te zien dat we niet in die ideale wereld leven.

Rest nog de vraag hoe we een dergelijk miljardencontract aanpakken. De herinneringen aan Agusta en aan vroeger gesjacher met economische compensaties leren hoe grondig verkeerd miljardenbestellingen kunnen lopen in de Belgische politiek.

Daarom deed de overheid er goed aan een procedure af te spreken over hoe de nieuwe gevechtsvliegtuigen worden gekocht. Daarbij spelen uiteraard de kwaliteit en de prijs van het vliegtuig een rol, maar ook de militaire samenwerking met het land dat de vliegtuigen maakt en - in heel beperkte mate - de vraag in welke mate de Belgische industrie mee mag bouwen aan het toestel.

Of de procedure waterdicht is, zal nog moeten blijken. Maar iedere stap naar meer politieke hygiëne bij miljardenbestellingen is een stap in de goede richting. Net daarom is het storend dat de Franse defensiegroep Dassault, die te laat was om officieel naar het Belgische miljardenorder mee te dingen, zich alsnog in de wedstrijd probeert te wringen en dat met almaar meer bravoure doet.

Dassault zwaait nu met 20 miljard euro investeringen in België als de regering-Michel zijn gevechtsvliegtuig koopt. Die compensaties zijn zo buitensporig dat ze wel eens met Europese wetgeving zouden kunnen botsen. Ze tonen dat Frankrijk onder president Emmanuel Macron toch nog niet op ieder vlak veranderd is.

De Fransen tonen met hun miljardenaanbod buiten competitie in elk geval dat het hen menens is. Daarom kan worden aangenomen dat ze ook zullen proberen de federale regering - en zeker de Franstalige regeringspartij MR - onder druk te zetten.

Dat kan tot twee ongewenste gevolgen leiden: dat de Fransen de Belgische regering ertoe overhalen haar eigen regels opzij te schuiven. Of dat de Fransen de regering-Michel zo lang doen twijfelen dat er niet wordt beslist, waardoor de nieuwe gevechtsvliegtuigen niet klaar zijn voor de F-16’s helemaal uit elkaar vallen en België voor de internationale militaire wereld helemaal met de billen bloot staat.

De Belgische regering beslist best zo snel mogelijk dat ook de Fransen de Belgische regels moeten volgen als ze hier een miljardencontract willen sluiten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud