Stefaan Michielsen

Mits wat schaven aan het systeem van winstpremies voor werknemers kan de hele santenboetiek van loonoptimaliseringsinstrumenten in de prullenbak.

Met de winstpremie, door de regering-Michel bedacht in het Zomerakkoord van 2017, bezit de overheid eindelijk een systeem dat bedrijven de mogelijkheid biedt hun werknemers een extraatje te betalen dat niet grotendeels wordt wegbelast. Het komt tegemoet aan een werkelijke behoefte, want vorig jaar hebben 50.000 werknemers in 738 bedrijven zo’n winstpremie gekregen, in totaal voor 92,5 miljoen euro.

Het is een oud zeer dat de fiscus en de sociale zekerheid zich als aasgieren storten op elk financieel extraatje voor de werknemer.

Het is een oud zeer in ons land dat de fiscus en sociale zekerheid zich als aasgieren storten op elke vorm van financiële bonus die een bedrijf aan zijn medewerkers wil geven. Dat is ontmoedigend voor de werkgever én de werknemer. Een eindejaarspremie? Vooral een cadeautje aan de overheid, de werknemer houdt er maar een habbekrats van over. Een individuele cashbonus voor een verdienstelijke medewerker? Daarvan verdwijnt twee derde in de zakken van de fiscus en de sociale zekerheid.

Het wordt als hoogst onrechtvaardig ervaren, en dat is het ook. Om aan de inhalige overheid te ontsnappen zijn allerlei creatieve constructies bedacht, vaak oogluikend toegestaan door dezelfde overheid, om het zware beslag op de inkomsten op arbeid en op de extraatjes te milderen: denk aan maaltijd- en ecocheques, bedrijfswagens, fietsvergoedingen, optieplannen en cafetariaplannen.

Win-winsituatie

In vergelijking daarmee is de winstpremie een eenvoudig systeem. De overheid eist een deel van de koek op - een derde, dat is al een hele verbetering - maar de bedragen die de bedrijven via de premie kunnen uitdelen, zijn niet pietluttig. Ook kan een werkgever binnen bepaalde grenzen differentiëren tussen de werknemers. Het is een perfect instrument om het personeel te laten delen in de winst, een soort conjunctuurbonus. En omdat het de loonlasten niet structureel opdrijft, zijn de bedrijven minder terughoudend om zulke winstpremies uit te delen. Een win-winsituatie voor beide partijen.

De vakbonden zijn niet enthousiast over het systeem. Ze staan vijandig tegenover elke beloning die niet collectief is. En van extra loon willen ze het liefst dat dat blijvend is.

Dogmatisch

Door die dogmatische opstelling halen ze net heel weinig binnen voor de werknemers die ze vertegenwoordigen. In de onderhandelingen over een nieuw interprofessioneel akkoord voor de werknemers in de privésector die maandag hervat worden, eisen de vakbonden een opslag van ten minste 1,1 procent over twee jaar. Voor een werknemer met een nettoloon van zowat 2.200 euro geeft dat amper 150 euro extra per jaar. Met een winstpremie zal die al snel beter af zijn.

Vooral in kleinere bedrijven met een beperkt aantal werknemers heeft de winstpremie al ingang gevonden. Ook voor grotere bedrijven is die echter potentieel interessant. Maar voor die daar massaal gebruik van maken, moet het systeem wellicht nog wat flexibeler worden gemaakt. Waarom zou de overheid daar niet in meegaan? Dan kan heel de santenboetiek van loonoptimaliseringsinstrumenten, die de fiscus en de sociale zekerheid ook heel wat inkomsten doen mislopen, in de prullenmand. Een simpel, transparant en flexibel systeem, wie kan daar tegen zijn? Het is een gat in de markt.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Partner content