Geen nood aan theater

©Sofie Van Hoof

Een parlementaire onderzoekscommissie naar de aanpak van de bankencrisis in ons land - niet beperkt tot mogelijke politieke beïnvloeding van het gerecht - heeft wel degelijk zin. Uit het werk van zo’n onderzoekscommissie zou naar voren kunnen komen welke hiaten er zitten in de controle op de financiële instellingen en op welke manier de architectuur van het bankentoezicht moet worden aangepast.

(tijd) - De onderzoekscommissie zou tot het besluit kunnen komen dat het juridisch arsenaal waarover de overheid beschikt ontoereikend is om in te grijpen wanneer een systeembank dreigt te kapseizen. Zodat de wetgever -  het parlement - weet welke initiatieven hij moet nemen om daaraan te remediëren.

De manier waarop gisteren in de Kamercommissie Justitie het startschot is gegeven voor de Fortis-onderzoekscommissie, heeft echter pijnlijk duidelijk gemaakt dat een ernstig debat daarover blijkbaar niet mogelijk is. De bewijzen werden meteen geleverd dat zo’n onderzoekscommissie misbruikt wordt voor partijpolitieke spelletjes en de profileringsdrang van individuele parlementsleden, en bijgevolg moeilijk ernstig werk kan leveren.

Parlementslid Dirk Van der Maelen (sp.a) pronkte triomfantelijk met vertrouwelijke documenten waarop hij de hand had kunnen leggen en waarmee hij schandaal probeerde te schoppen. Much ado about nothing: de inhoud van die documenten was al enige tijd in ruime kring bekend.

Parlementsleden die deel uitmaken van een parlementaire onderzoekscommissie, moeten een constructieve bijdrage leveren aan de werkzaamheden van die commissie, in plaats van zich bezig te houden met het doorspelen van documenten aan de media, met de bedoeling hun goodwill te kopen.

Een onderzoekscommissie moet ook boven het partijpolitiek gewoel staan. De doelstelling  moet zijn lering te trekken uit bepaalde gebeurtenissen in het algemeen belang, niet het vel te willen van één of andere minister. De oppositiepartijen lijken de commissie te willen gebruiken om minister van Financiën Didier Reynders in de hoek te drummen. Maar als de oppositiepartijen van oordeel zijn dat Reynders de bankencrisis amateuristisch heeft aangepakt, dan kunnen ze hem daarvoor gewoon in het parlement politiek ter verantwoording roepen. Daar hebben ze geen onderzoekscommissie voor nodig. Dat is  oneigenlijk gebruik.

Zoals de zaken er nu voor liggen, dreigt een parlementaire onderzoekscommissie naar de manier waarop de redding van de banken in ons land is aangepakt, één groot theater te worden. En daar hebben we allerminst behoefte aan. De problematiek is te ernstig om er een komedie over op te voeren.

Als een parlementaire onderzoekscommissie niet op een serene manier kan werken, als niet alle commissieleden bereid zijn naar de kern van de zaak te gaan maar sommigen er een persoonlijke agenda op na houden, als het niet de eerste bedoeling is fundamentele lessen te trekken, dan heeft een parlementaire onderzoekscommissie geen zin.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud