Senior writer

De ECB wordt geacht haar job – het verzekeren van de prijsstabiliteit – in alle onafhankelijkheid te kunnen doen. Maar de instelling wordt gegijzeld, door de financiële markten en door de Europese politici.

Het wordt nog maar eens een cruciale week voor de eurozone. Volgende zondag vinden in Griekenland parlementsverkiezingen plaats. Als de linkse partij Syriza die wint, zoals wordt verwacht, zal er ongetwijfeld een felle discussie ontstaan over het besparingsprogramma dat Europa aan Griekenland heeft opgelegd in ruil voor financiële steun. En zal het doembeeld van de Grexit, de mogelijke uitstap van Griekenland uit de eurozone, weer wat dichterbij komen. De financiële markten hebben dus reden om zich zenuwachtig te maken.

Het is deze week ook uitkijken of de ECB donderdag aankondigt dat ze zal starten met het massaal opkopen van staatsobligaties, in een poging om inflatie te creëren in de eurozone en zo het deflatiegevaar te bestrijden. De financiële markten rekenen er alvast op dat de ECB dat zal doen. Ze zijn al op die beslissing vooruitgelopen.

De ECB, die geacht wordt in alle onafhankelijkheid het monetair beleid te voeren, staat onder zware druk. Als ze niet beslist tot het opkopen van staatsobligaties, of als de omvang en modaliteiten van dat opkoopprogramma niet beantwoorden aan de verwachtingen, zullen de financiële markten teleurgesteld reageren.

Turbulentie op de financiële markten zou ongelegen komen. Want dat is zowat het enige stukje economie in de eurozone dat nog wel floreert.  Een crisis of minicrisis op de financiële markten dreigt het al heersende pessimisme over de economie verder te versterken. Met de onzekerheid over de uitslag van de verkiezingen in Griekenland daar boven op en vraagtekens over het voortbestaan van de Europese eenheidsmunt, wordt dat een explosieve cocktail.

Hoewel er twijfels bestaan of het opkoopprogramma wel enig effect zal hebben op de reële economie en ondanks de juridische bezwaren van sommigen ertegen – de ECB mag volgens haar statuten de overheden niet financieren – heeft de ECB nu geen ander keuze dan aan te kondigen dat ze er toch mee van start gaat. Ze wordt gegijzeld door de financiële markten.

Én door de politiek. Want de politieke beleidsmakers in Europa slagen er maar niet in de economische motor weer te doen aanslaan. Daardoor is de ECB verplicht naar ongewone maatregelen te grijpen om te vermijden dat de economie in de eurozone in een deflatoire spiraal terecht komt. Dat de discussie over Grexit weer is opgelaaid, is ook de verantwoordelijkheid van de politieke beleidsmakers in Europa.

De politici maken er een knoeiboel van, de ECB moet vervolgens proberen de verschillende branden te blussen. Terwijl haar enige opdracht er eigenlijk in bestaat de prijsstabiliteit in de eurozone te verzekeren. Maar die opdracht moet ze nu noodgedwongen wel heel ruim interpreteren. Met als voorspelbaar gevolg dat over het optreden van de ECB  ook weer politieke heibel ontstaat.

Er zitten weinig goede kanten aan dit verhaal.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud