Geïsoleerd

©Saskia Vanderstichele

Het hoge woord is eruit. De Vlaams-nationalist Bart De Wever sluit niet langer uit dat hij premier wil worden. Zonder gesprekspartners wordt dat evenwel onmogelijk.

Het is de paradox van verkiezingen. Om te winnen moet je je profileren tegenover andere partijen. Hoe harder je het verschil kan maken, hoe groter de kans op een overwinning. De dag nadien heb je diezelfde vijanden nodig als bondgenoten. Hoe harder de campagne, hoe moeilijker het achteraf wordt. Dat was zo bij Yves Leterme in 2007, toen hij met het CD&V/N-VA-kartel via een gespierde oppositie tegen paars én met forse communautaire eisen tegenover de Franstalige partijen een verkiezingsoverwinning behaalde. Achteraf werd hem helemaal niets gegund, integendeel. Bij de N-VA is dat deze keer zeker het geval.

De rode draad door deze bizarre verkiezingscampagne lijkt wel dat ze van N-VA-incident naar N-VA-incident liep. Bart De Wever wou het sociaal-economisch op scherp stellen: het N-VA-versus het PS-model. Structurele hervormingen versus het behoud van het uitgeleefde status quo. Centrumrechtse recepten in plaats van linkse. Maar zo makkelijk liep dat niet.

 

De Wever moest het ene brandje na het andere blussen: van een (foutief) bericht dat de N-VA leefloners zou verplichten hun huis te verkopen tot de discussie of gepensioneerden wel of niet zouden lijden onder een indexsprong. Gisteren dook de campagne met racismebeschuldigingen naar een dieptepunt.

En nu is er het officiële kandidaat-premierschap van de voorzitter van de Vlaams-nationalisten. Zelfs als hij daarmee zijn belofte inslikt om zes jaar burgemeester van Antwerpen te blijven. De Wever wil tot elke prijs duidelijk maken dat hij wél wil regeren op het federale niveau. Niet evident voor een partij die nog altijd Vlaamse onafhankelijkheid beoogt. Toch is dat kandidaat-premierschap de logische consequentie van de lijn die hij heeft uitgezet voor een centrumrechtse coalitie. Mocht de N-VA de grootste partij van het land worden, dan verdient dat spoor uit te monden in een regeringsvorming.

Maar of dat scenario ook maar enige kans maakt, zelfs bij een monsterscore van de N-VA? De Vlaams-nationalisten hebben de voorbije maanden en jaren veel te weinig werk gemaakt van bondgenootschappen met mensen in andere partijen.

Niet alleen is er aan Franstalige kant van elke partij al een publiek veto tegenover de N-VA. Ook aan Vlaamse kant staat de partij redelijk geïsoleerd. Open VLD werd waar het maar kon aangevallen, zelfs belachelijk gemaakt. CD&V had het bijzonder moeilijk met de N-VA-acties tegen het ACW en Arco in de Dexia-affaire. Bovendien speelt ook de persoonlijke carrière van Kris Peeters - die, als hij geen minister-president kan blijven, de politiek wil verlaten - een rol.

Er wordt mondjesmaat met elkaar gesproken, dat wel. Maar van een Vlaams centrumrechts front is hoegenaamd geen sprake. Daarvoor zal veel tijd en veel masseerwerk nodig zijn, en een uitslag die echt incontournable is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud