Senior writer

Barack Obama zwaait deze week af als president van de Verenigde Staten. Na acht jaar is de balans gemengd. Hij kon nooit de veel te hoge verwachtingen inlossen.

Zelden werd zo reikhalzend uitgekeken naar een Amerikaanse president als naar Barack Obama. De Democraat kwam in het midden van een diepe financiële crisis aan de macht na de duistere Bush-jaren. Zelf pookte hij de verwachtingen nog op met zijn enorm retorisch talent en de boodschap van verandering. ‘Yes, we can.’ Maar de president van de VS is geen messias, hij is een politicus die met de harde realiteit moet afrekenen. Zelfs voor de machtigste man ter wereld is dat geen evidentie.

Op binnenlands vlak is de moeizame invoering van de algemene ziekteverzekering wellicht de belangrijkste verwezenlijking. Maar Obama voerde ook een massief reddingsplan voor de auto- en banksector door, waardoor hij de VS voor een nog diepere recessie behoedde en de fundering voor het economisch herstel legde, een herstel dat niet evenwichtig was. Buitenlands vormden het nucleaire akkoord met Iran en de nieuwe diplomatieke banden met Cuba ongetwijfeld de hoogtepunten. En hij blijft de man die Osama bin Laden uitschakelde.

Obama bleef in alle omstandig heden een koele president. Overtuigd van zijn gelijk verloor hij zelden zijn geduld, misschien te weinig.

Obama bleef in alle omstandigheden een koele president. Overtuigd van zijn gelijk verloor hij zelden zijn geduld, misschien te weinig. Op binnenlands vlak had hij wellicht wat meer in het vuile politieke spel van Washington moeten meespelen, maar hij liet als president zijn partijleden in het Congres hun eigen boontjes doppen. Die afstandelijkheid kostte hem de meerderheid in het Congres en de felle Republikeinse tegenstand maakte hem lange tijd politiek vleugellam.

Op buitenlands vlak had Obama graag de focus van de VS op Azië gericht, volgens hem het continent van de toekomst. Maar de uitzichtloze strijd in het Midden-Oosten bleef hem diplomatiek opeisen, tot zijn eigen frustratie. Zijn beredeneerde aanpak maakte dat hij liever niet ingreep in Syrië. Dat land vormde geen bedreiging voor de belangen van de VS. Obama, die oorlogen in Irak en Afghanistan erfde van Bush, vond ook niet dat Amerikaanse soldaten overal ter wereld moeten ingrijpen.

Zijn grootste mislukking is dat hij de verdeelde VS niet kon verenigen. De tegenstellingen zijn alleen maar toegenomen en scherper geworden. De geweldcultuur woedt onverminderd, de tegenstellingen zijn immens, op raciaal en op economisch vlak. Obama was graag de verzoener, de man van de dialoog, de man die eenheid zocht, maar in de realiteit lukte dat niet.

De eerste Afro-Amerikaanse president laat dan ook een gemengde balans achter. Hoe inspirerend hij ook moge geweest zijn, de dagelijkse realiteit was erg weerbarstig. Het is nog wat vroeg om een definitief oordeel te vellen, maar zijn beleid heeft er niet toe geleid dat de politieke radicalisering werd afgeremd. Wellicht daarom is zijn opvolger Donald Trump in alles zijn tegenbeeld. Dat moet Obama bitter stemmen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud