Redacteur Politiek

Het onrustwekkendst aan het geflopte loonoverleg is het sluimerende onbegrip over de onzekerheid die bedrijven in deze waanzinnige tijden bereid zijn te dragen en hoe welvaart via risico wordt opgebouwd.

Het ACV, de grootste vakbond van het land, besloot dinsdag niet verder met de werkgeversorganisaties te onderhandelen over een loonakkoord. Dat betekent dat de gesprekken over hoe hoog een maximale loonstijging dit en volgend jaar mag zijn zo goed als zeker mislukt zijn.

Op twee punten kan de vakbonden niets verweten worden. Het eerste is dat ze onderhandelen over zo veel mogelijk opslag voor werknemers. Dat is hun opdracht.

Het tweede dat ze goed hebben, is dat er best wat meer armslag mag zijn om per sector - en liefst per bedrijf - loongesprekken te voeren. De reden is deze: hoe dichter bij de bedrijfsvloer, hoe meer informatie en wederzijds begrip er is over de omstandigheden waarin de onderneming werkt. En dus ook de mate waarin de opslag voor de ene het ontslag of de geschrapte aanwerving voor de andere is.

Sommigen in de vakbonden denken dat de coronacrisis bewijst dat de overheid alles in handen moet nemen. Dat is niet zo.

Helaas hebben de vakbonden ook een paar dingen grondig fout. Een ervan is de asymmetrie van de coronaklap: de overheid is harder getroffen dan de privésector, de bedrijven harder dan de gezinnen, en de zelfstandigen harder dan de loontrekkenden. Als iemand solidair moet zijn, zijn het de werknemers.

Zeventig jaar

Eveneens fout is de aanname dat zelfs de goed draaiende bedrijven het geld voor opslag hebben of zullen blijven hebben. Ondernemingen hebben de grootste economische klap in zeventig jaar achter de rug, waarvan het stof nog niet is gaan liggen. Nog altijd leeft de vrees voor een langgerekte faillissementenstorm, die via een golf van onbetaalde facturen ook gezonde bedrijven kan meesleuren.

In zulke tijden van onzekerheid is er niets onrespectvols aan een gegarandeerde loonstijging van 2,8 procent, nog eens 0,4 procent in de goed draaiende sectoren daar bovenop én nog een coronapremie waar het kan. Dat zo'n voorstel leidt tot het boycotten van loonoverleg, is niet alleen een aberratie. Het toont dat dit loonoverleg niet meer werkt.

Helaas zit de malaise wellicht zelfs dieper. Het ABVV presteerde het vorige maand om op zijn officiële Twitter-kanaal dividenden te omschrijven als 'lonen voor diegenen die het niet meer nodig hebben'. Met zo'n tenenkrulllende uitleg hoeft het niet te verwonderen dat de vakbondstop geen enkel akkoord nog voorbij een stemming van de achterban krijgt.

Onbegrip

Dat dreigt tot een gevaarlijk onbegrip te leiden over wat nodig is om onze welvaart in stand te houden. Iedere kleine zelfstandige weet dat het anders in elkaar zit: winst is de beloning voor wie risico neemt en voor hetzelfde geld verlies had geleden. Het dividend is een deel van de winst die wordt verdeeld aan wie bereid was dat risico te nemen.

Ondernemingen hebben de grootste economische klap in zeventig jaar achter de rug, waarvan het stof nog niet is gaan liggen.

Het toont een gevaarlijk onbegrip, dat al bezig was toen de vakbonden het beleid van de regering-Michel 'sociale horror' noemden. Sommigen in de vakbonden denken dat de coronacrisis bewijst dat de overheid alles in handen moet nemen. Dat is niet zo. Uiteraard is de overheid cruciaal, zeker in de ziekteverzekering. Maar ook de beursgenoteerde innovatiekracht van farmabedrijven was cruciaal in het ontwikkelen van vaccins.

Als er iets onrustwekkends is aan het geflopte loonoverleg, is het dat onbegrip over hoe welvaart wordt opgebouwd.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud