Staatshervormingen zijn niet leuk, maar het is nodig opnieuw een in de steigers te zetten voor gezondheidszorg. Omdat geld schaars is en gezondheid belangrijk.

Het is op. Dat is in drie woorden de analyse die Margot Cloet, topvrouw van de koepel boven zowat alle ziekenhuizen in Vlaanderen, maakt over de versnipperde organisatie van de gezondheidszorg in ons land. Helemaal nieuw is die conclusie niet. Zodra de zesde staatshervorming van een groot idee tastbaar werd in concrete details bleek vrij snel dat gezondheidszorg niet het grootste succesverhaal was. De coronacrisis heeft die analyse op scherp gezet en pijnlijker gemaakt. Soms waren er tien werkgroepen in één dag, zegt Cloet. En dan werd vervolgens maar in de sector zelf een oplossing gezocht.

Er zijn grosso modo drie richtingen waarin het kan gaan. De eerste is grotendeels in de huidige logica blijven. De tweede is terugkeren naar de organisatie op Belgisch niveau. De derde is het politieke leiderschap over het gezondheidsbeleid bij de deelstaten leggen.

Geen enkele optie is makkelijk. Optie één betekent aanmodderen en de noodkreten uit de sector negeren. Optie twee is negeren waarom die bevoegdheid werd gesplitst. In Vlaanderen werken de ziekenhuizen samen in regionale netwerken, terwijl Franstalig België op dat vlak op de rem staat. In Vlaanderen gaan mensen vaker naar de huisarts, in Wallonië vaker meteen naar spoed. Er zijn redenen waarom het steek houdt de organisatie van gezondheidszorg zo dicht mogelijk bij de burger te organiseren. 

Complicaties

Verdeel het federale geld volgens de noden van burgers en laat de deelstaten zelf kiezen hoe ze dat besteden en hoe ze zich organiseren.

Maar ook de derde optie is lastig. De manier waarop de Vlaamse regering de coronacrisis in de woon-zorgcentra aanpakte, toont dat Vlaanderen wat het zelf doet bijlange niet altijd beter doet. In het coronabeleid van de voorbije maanden zijn de woon-zorgcentra de zwaarste smet. Nieuwe complicaties dreigen: als de gewesten de leiding nemen over hun gezondheidszorg, wat dan met het UZ Brussel, dat nauw samenwerkt met ziekenhuizen in Vlaams-Brabant?

Toch moet dat kunnen. De logica van de kinderbijslag volgen, zoals Cloet voorstelt, is geen slecht idee: verdeel het federale geld volgens de noden van burgers en laat de deelstaten zelf kiezen hoe ze dat besteden en hoe ze zich organiseren. Dat heeft het potentieel transparantie in de geldstromen te combineren met de duidelijkheid van politiek leiderschap. Als de ene regering niet naar de andere kan wijzen, is het duidelijk wie verantwoordelijk is.

Ergens is die discussie zelfs te verwachten. De recente Belgische geschiedenis leert dat we elke tien jaar een staatshervorming krijgen. Die tijd is nodig om de vorige uit te voeren, te zien wat niet werkt, en de neuzen in dezelfde richting te krijgen over hoe het beter moet.

Die discussie over een staatshervorming is ook nu, negen jaar na de vorige, opnieuw nodig. Niet omdat ze leuk is, maar omdat geld schaars is en gezondheidszorg belangrijk. En omdat wie pragmatisch is, niet voorbij de conclusie kan dat het zo niet verder kan.

Lees verder

Gesponsorde inhoud