Senior writer

De vergelijking met de dioxinecrisis van 1999 gaat nog niet helemaal op, maar door de manier waarop het FAVV het dossier van de gifeieren aanpakte, heeft dat nu ook een politieke dimensie gekregen.

Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) kwam gisteren met een omstandige mededeling over het eierschandaal. Rijkelijk laat, want het gifeierendossier maakt al meer dan twee weken ophef in Nederland en intussen is het duidelijk dat de oorzaak van de besmetting terug te voeren is naar een in België gevestigd toeleveringsbedrijf. En dan nog was er politieke druk nodig én een Duitse minister die met de vuist op tafel klopte om het FAVV tot een uitgebreidere communicatie aan te sporen.

Het Voedselagentschap wist al van begin juni dat er mogelijk problemen waren met eieren, en is toen een onderzoek gestart. Dat is zijn opdracht. Zolang de resultaten de controles niet bekend zijn en het probleem niet in kaart is gebracht, hoeft de bevolking inderdaad niet onnodig gealarmeerd te worden.

Maar van de instelling die waakt over onze voedselveiligheid mag ten eerste worden geëist dat ze snel werkt. Een ei is vlug gelegd én geconsumeerd, en eieren worden gebruikt als ingrediënt in tal van andere voedingsproducten. De aard van het product had het Voedselagentschap ertoe moeten aanzetten onverwijld al haar actiemiddelen te ontplooien. Dat het onderzoek nog altijd aan de gang is, lijkt erop te wijzen dat er onvoldoende vaart mee is gemaakt. Dat het incident is voorgevallen tijdens de vakantie­periode is geen excuus.

Bovendien kan het FAVV zelfs nu nog niet honderd procent garanderen dat de eieren die in België in de winkelrekken liggen helemaal veilig zijn. Het zei gisteren alleen dat de al geanalyseerde stalen niet wijzen op een gevaar voor de volksgezondheid ‘tot op vandaag’. Morgen kan het dus anders zijn?

En als er dan toch vragen komen van de bevolking vooraleer het Voedselagentschap een volledige kijk heeft op de zaak, door mediaberichten die vanuit Nederland of elders komen aanwaaien, moet het FAVV in staat zijn tot een transparante communicatie over de mogelijke besmetting. Want voedselveiligheid is iets waar de consumenten terecht veel belang aan hechten, ze moeten erop kunnen rekenen dat die gewaarborgd is. Maar de communicatie van het FAVV in deze zaak was tot nog toe knullig. De instelling heeft zo de ruimte gelaten voor speculatie en zelf onzekerheid gecreëerd.

Het FAVV heeft een verkeerde inschatting gemaakt door de communicatie in een eerste fase heel vaag te houden door zich te verschuilen achter het geheim van het gerechtelijk onderzoek - vermoed wordt dat illegale praktijken ertoe hebben geleid dat het gif in de eieren terecht kon komen. En de instelling stuurde een nieuwe en onervaren woordvoerster het veld in. In een zaak die zulke omvang neemt, moet de gedelegeerd bestuurder van het FAVV zelf de communicatie doen, ook in de media. Dat maakt deel uit van zijn job.

Door het gestuntel van het FAVV heeft de kwestie ook een politieke dimensie gekregen. Kersvers federaal minister van Landbouw ­Denis Ducarme (MR) - als voogdijminister van het FAVV - en minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) moeten morgen in een speciaal bijeengeroepen commissie in de Kamer uitleg komen geven. Vragen zijn er zeker. Over hoe het Voedselagentschap het ­onderzoek heeft aangepakt, over waarom onze buurlanden zo laat zijn verwittigd en over de povere communicatie van het FAVV.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud