Senior writer

De 5,9 miljard euro die België uit het Europees herstelfonds ontvangt, kan een krachtige hefboom zijn voor onze economie. Op voorwaarde dat het geld wordt gebruikt voor de juiste projecten.

De federale regering heeft een akkoord bereikt met de regio’s en de gemeenschappen over een verdeelsleutel van de Europees subsidiepot voor het relancebeleid. Daarmee is een belangrijke klip genomen. Niet iedereen is even gelukkig en iedereen had wel wat meer gewild. Vooral Brussel voelt zich misdeeld. Maar door links en rechts wat bij te passen, eventueel uit andere potjes, houdt dit akkoord wel stand.

De volgende stap is een selectie uit de waslijst van voorgestelde projecten en die samensmeden tot een stevig en coherent nationaal plan dat aan Europa kan worden voorgelegd. Want Europa wil een woordje meespreken over de besteding van het geld. De projecten moeten passen binnen welbepaalde doelstellingen, zoals de strijd tegen de klimaatverandering, de digitalisering en een duurzamere groei. België zet ook in op een betere mobiliteit, het verhogen van de productiviteit en het bevorderen van de sociale cohesie.

Dat zijn erg ruime categorieën waar veel in past. Brussel schuift onder meer een Biermuseum als project naar voor, het programma om via een stadstol het autoverkeer in de stad terug te dringen of de oprichting van een instituut voor artificiële intelligentie. Wallonië denkt aan een hst-verbinding naar de luchthaven van Luik. Vlaanderen wil de fietsinfrastructuur verbeteren en de douanecontrole versterken op de containertrafiek in de haven van Antwerpen. Federaal zijn er investeringen in het spoor, maar ook de renovatie van het Justitiepaleis in Brussel.

Versnipperd

De verlanglijstjes van de federale overheid, de regio’s en de gemeenschappen van ons land zijn heel divers. Ze hebben alle hun specifieke prioriteiten. En binnen elke overheid heeft iedere coalitiepartij haar troetelprojecten. Dat houdt het gevaar in dat de relance-inspanning versnipperd wordt, focus mist en aan kracht verliest.

Dat het geld van Europa komt, betekent niet dat er lichtzinnig mee omgesprongen mag worden. Europa leent het geld, de last van de schuld moet met belastingen worden gefinancierd, betaald door Europese burgers en bedrijven. Het is de verantwoordelijkheid van elke overheid in ons land om het Europese subsidiegeld, dat eenmalig is, maximaal te benutten voor de transformatie en de versterking van onze economie. Het moet daar worden ingezet waar het hefboomeffect op langere termijn het grootst is.

Het is de verantwoordelijkheid van onze beleidsmakers deze kans niet te verkwanselen.

Als dat criterium rigoureus wordt toegepast, is het niet zo moeilijk bij de voorgestelde projecten het kaf van het koren te scheiden. Er moet ook over worden gewaakt niet alleen in te zetten op gebouwen en verkeers- en communicatie-infrastructuur, maar ook op onderwijs en vorming, en op onderzoek en ontwikkeling.

Niets belet de verschillende overheden in ons land projecten ook uit eigen zak te financieren. Maar het Europees geld biedt extra mogelijkheden. Het is een unieke opportuniteit om onze economie te vernieuwen en productiever te maken, waardoor ons land enkele toekomstige uitdagingen - vergrijzing, klimaatverandering en digitalisering - beter aankan. Het is de verantwoordelijkheid van onze beleidsmakers deze kans niet te verkwanselen.

Lees verder

Gesponsorde inhoud