Hervormingsloos

©Saskia Vanderstichele

Dit was het dan. Di Rupo I is erin geslaagd een begroting op koers op te maken. Een doorstart met een serieus relancebeleid en hervormingen was evenwel te hoog gegrepen.

Het is dezer dagen gemakkelijk om de regering-Di Rupo met alle zonden van Israël te beladen. Daar was de afgelopen weken en maanden ook alle reden toe: er werd in de regering zo gelanterfant, getreuzeld en gewantrouwd dat het op abdicatie leek.

De begroting die Di Rupo gisteren dan toch kon presenteren, heeft een aantal verdiensten. Het is een prestatie dat de zes klassieke partijen er uiteindelijk toch in geslaagd zijn een begroting op te maken die het tekort beperkt tot 2,15 procent van het bbp volgend jaar. Netjes zoals Europa dat vraagt.

Met zo’n beperkt tekort hoeven we absoluut niet te blozen in Europa, integendeel. Al dient erbij te worden gezegd dat deze oefening wel zeer voluntaristisch uitgaat van een economische groei van 0,7 procent in 2013. Is dat - zoals de meeste conjunctuuranalisten verwachten - te optimistisch, dan zitten we binnen enkele maanden met een nieuwe besparingsronde.

Een pure belastingsbegroting is dit niet. Er wórdt bespaard op de werkingsmiddelen van de overheid, op defensie en op ontwikkelingssamenwerking. De bijkomende belastingen zullen pijn doen, maar ze worden tenminste niet op arbeid geheven. Tot daar het relatief goede nieuws. Minder fraai is dat de begroting voor 1,3 miljard uit eenmalige maatregelen bestaat. Geld dat men dus volgend jaar opnieuw elders zal moeten gaan zoeken.

Het meest teleurstellende aan deze begroting is evenwel dat de zo verhoopte doorstart van Di Rupo I hoogstens een luttel doorstartje kan zijn. De poging om de concurrentiekracht te verbeteren, is amechtig. De lonen worden bevroren, maar de index en de barema’s blijven behouden. Resultaat? Voor bedrijven wordt het loonbeleid onwerkbaar. Mensen die vanwege een sterke individuele prestatie wat meer loon naar werken mogen krijgen, kunnen ernaar fluiten.

Maar globaal genomen blijft het loonkostenplaatje voor een bedrijf loodzwaar. Ten vroegste in 2018 zou de loonkostenhandicap weggewerkt zijn. Bovendien bouwt de regering luchtkastelen: alsof onze buurlanden zes jaar lang stil zullen zitten. Een structurele ingreep om onze concurrentiekracht te verbeteren, kan dit met de beste wil van de wereld niet worden genoemd.

De begroting is wat ze is: een evenwichtsoefening die ervoor zorgt dat we tegenover de financiële markten onze geloofwaardigheid behouden. Maar ook niet meer dan dat.

Er komt niet meer zuurstof voor de economie. Een brood¬nodige hervorming zoals een ‘fiscale new deal’ - een structu¬rele verschuiving van lasten op arbeid naar andere vormen van belastingen - blijft uit.

Een mooie doorstart van deze regering is het dus helemaal niet. Jammer, want het was wellicht de laatste kans in deze legislatuur. De volgende begroting voelt al meteen de hete adem van de verkiezingen van 2014 in de nek. Dat was het dan: on tient la route, in moeilijke omstandigheden, maar niet meer dan dat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud