Het champignonakkoord

De sociale partners hebben gisterenmorgen overeenstemming bereikt over een nieuw interprofessioneel akkoord (IPA) voor de komende twee jaar. Het akkoord, lezen we in de tekst, staat in het teken van de uitbouw van een innovatieve en concurrentiële economie ten voordele van kwaliteitsvolle werkgelegenheid.

(tijd) Mooie woorden die verbergen dat het akkoord een mager beestje is, waarvan de factuur voor een deel doorgeschoven wordt naar de overheid. De loonnorm van 5 procent moet fiscaal gesubsidieerd worden; de overheid wordt vriendelijk maar dringend verzocht extra geld te stoppen in het stelsel van het betaald educatief verlof; de fiscale voorkeursbehandeling voor overuren moet versterkt, enzovoort. De regering wordt zelfs aangemaand een bijzondere inspanning te doen ter ondersteuning van de champignonteelt, voorwaar een speerpunt van onze innovatieve en concurrentïele economie.

De kern van het IPA is de loonnorm. Die wordt vastgesteld in functie van de verwachte evolutie van de lonen bij onze belangrijkste handelspartners, gecorrigeerd voor eventuele overschrijdingen uit het verleden. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven adviseerde de lonen de komende twee jaar nominaal met 5,5 procent te laten stijgen. Het is 5 procent geworden, waarvan de werkgevers 0,25 procent fiscaal mogen recupereren. Dat percentage stelt niemand tevreden. Voor de werknemers is het te weinig, want de reële loonstijging stelt nauwelijks iets voor, voor het bedrijfsleven is het te veel, want het lost het Belgisch competitiviteitsprobleem niet op.

De OESO berekende dat ons land in zes jaar tijd 20 procent marktaandeel in het buitenland heeft verloren. Wie geconfronteerd met deze cijfers nog durft te betwijfelen dat dit land met een concurrentieprobleem kampt, is ziende blind. Het klopt dat, zoals de vakbonden beweren, dit probleem niet uitsluitend een loonkostenprobleem is en ook een gevolg van een gebrek aan innovatie. Maar dat betekent nog niet dat onze loonkostenhandicap onder de mat mag worden geveegd.

Op een ogenblik dat de economische groei hoge toppen scheert en de bedrijven recordwinsten neerzetten, hebben de bonden het met loonmatiging extra moeilijk. De achterban wil namelijk zijn deel van de koek. Maar de bonden staren zich beter niet blind op winsten en groei. De recordwinsten wijzen namelijk voor een deel op een gebrek aan investeringsopportuniteiten. Ze worden opgepot in plaats van opnieuw geïnvesteerd, wat zich uit in een tewerkstellingsgroei die achterblijft op die in de buurlanden. Onze economische groei is dan weer voor een stuk een door de overheid gestimuleerde groei, waardoor we met een structureel begrotingstekort geconfronteerd worden.

2006 zou het jaar van de concurrentiekracht worden, kondigde de premier begin dit jaar aan. Daar is niet veel van in huis gekomen. Het IPA rommelt in de marge. En de regering laat betijen. Want voor structurele ingrepen is het, zo dicht bij de verkiezingen, te laat.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud