Het land waar niemand zin in heeft

Redacteur Politiek

Als PS en N-VA niet snel beginnen praten, denkt het parlement beter na over een brede noodcoalitie die minstens accidenten kan vermijden.

Een klein half jaar na de verkiezingen van 26 mei zijn we een land geworden waar niemand nog zin lijkt te hebben. De preformateurs Geert Bourgeois (N-VA) en Rudy Demotte (PS) brengen vandaag verslag uit aan koning Filip, waarbij ze hopen verlost te worden van hun opdracht. Aan de top van de N-VA en de PS – lijkt niemand zin hebben om al aan tafel te gaan zitten. Bij de andere partijen zijn ze er als de dood voor dat zij de kastanjes uit het vuur moeten halen. Ondertussen zit in de Wetstraat Zestien een interim-premier die dit weekend in een interview meedeelde dat ze er hopelijk snel weer weg is.

Het gat in de begroting van elf miljard euro? Haar schuld niet, vindt ze, ook al was ze de voorbije jaren minister van Begroting. Zodra dat woord begroting valt roepen de partijen van de restregering ‘Marrakesh’, alsof er voor de val van de regering niets fout liep. De N-VA steekt de schuld op het regeringswerk dat de finish niet haalde en op de arbeidsmarkt, vooral die in Brussel en Wallonië. De oppositie maakt ondertussen het gat nog wat groter, omdat ze goede bestemmingen kent voor al dat geld dat we niet hebben.

Sinds vorige week weten we ook in België wat het is om te moeten speculeren over een ‘shutdown’. En ondertussen zijn we op weg om de klimaatdoelen grandioos te missen. Het wordt stilaan hallucinant, in dat land waar niemand zin in heeft.

Het doet vermoeden dat er op het koninklijk paleis toch ook stilaan parfum de crise moet waar te nemen zijn. Want wat kan de koning nog doen in deze omstandigheden? Idealiter stuurt hij de PS en de N-VA  - de grootste partijen in de twee taalgroepen in de Kamer -naar de onderhandelingstafel, maar dat lijkt op dit moment politieke science fiction. Misschien stuurt hij aan op paarsgroen, maar dat zou voor Open VLD een electoraal doodvonnis betekenen.

Misschien laat hij daarom gewoon nog eens alle partijvoorzitters passeren langs zijn paleis. Of verlengt hij de opdracht van de preformateurs tegen hun zin. Zoals gezegd: andere opties zouden beter zijn, maar het is moeilijk geworden er optimistisch over te zijn. Je kan niemand verplichten tegen zijn wil over een regering te praten. En je kan partijen niet verplichten intern stabiel te zijn, als ze meer dan vijf maanden na de verkiezingen nog altijd op zoek zijn naar zichzelf.

Tegen die achtergrond zou er ook in het parlement stilaan grotere discipline moeten groeien om een herhaling te voorkomen van wat vorige week gebeurde, of om toch minstens een paar stappen vooruit te zetten in belangrijke dossiers. Dat kan op een paar manieren. Ofwel verlenen de twee grootste partijen – PS en N-VA – gedoogsteun aan de restregering in lopende zaken. Ofwel doen alle partijen die in een deelstaat regeren dat in de Kamer en ontstaat een brede confederale noodcoalitie. Een coherent beleid voeren zal moeilijk zijn met zo’n coalitie die van Ecolo tot N-VA reikt, maar misschien moet de ambitie niet verder reiken dan in het parlement accidenten vermijden.

Het is niet veel, maar als de formatie niet uit de startblokken schiet, wordt dat stilaan de ondergrens van wat we mogen hopen. Accidenten vermijden. Want als ze gebeuren, weten we nu al dat ze in de Wetstraat niemands schuld zullen zijn.

Lees verder

Gesponsorde inhoud