Redacteur Politiek

Patiënten contacteren en in kaart brengen wie ze mogelijk hebben aangestoken is cruciaal om een tweede uitbraak van het coronavirus te vermijden. Het is alarmerend hoe we die strategie maar niet op de sporen lijken te krijgen.

Naargelang het economische schaderapport van de coronapandemie verder duidelijk wordt, tekent zich almaar scherper de conclusie af dat we ons een tweede algemene lockdown niet kunnen verloorloven. Daarom is de terechte conclusie dat een volgende lockdown precisiewerk moet worden.

Tegen die achtergrond is het alarmerend te zien dat de strategie van contactopsporing niet blijkt te werken. Volgens de Antwerpse hoogleraar Pierre Van Damme worden maar zes op de tien patiënten gecontacteerd. Van hen geeft maar de helft contacten door. In het beste geval brengen we een derde van de pandemie in kaart.

Zijn vaststelling staat niet op zich. Lokale besturen vragen data maar krijgen ze niet en beginnen ze dan maar zelf te verzamelen. De epidemoloog Wouter Arrazola de Onate dreigt te stoppen met zijn advies aan de exitgroep GEES omdat hij vindt dat het beleid tekortschiet.

Dat roept de vraag op waarom we niet kunnen wat andere landen wel kunnen. Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Ierland, Italië, Tsjechië, en Oostenrijk hebben een app. Het is maar één stukje van de grote puzzel, maar het is er een. Wij hebben er sowieso geen voor september.

In Nederland duurt een gesprek met een coronacontactspeurder een tot vier uur, bij ons soms een kwartier. De cruciale vraag - wie heb je waar ontmoet? - wordt doorgaans niet beantwoord.

In Duitsland, toch een land met een grote gevoeligheid voor privacy, laat iedereen in een café of een restaurant contactgevens na. Bij ons niet.

Ondertussen steekt iedere patiënt in België weer één andere patiënt aan, waardoor het virus weer aan kracht dreigt te winnen.

Zijn we de relance niet aan het ondermijnen door te makkelijk een tweede uitbraak van het virus ongemerkt te laten gebeuren?

Uiteraard is het gevecht tegen het coronavirus nog altijd grotendeels een strijd op onbekend terrein. Maar ondertussen weten we toch al meer dan enkele maanden geleden en zouden we toch al verder moeten staan. Het klassieke Belgische gevecht over wie bevoegd is in de gezondheidszorg is in deze zelfs gestreden. Het is de Vlaamse regering die in actie moet komen.

De Vlaamse regering krijgt al de kritiek dat ze veel te laat in actie is geschoten bij het beschermen van de ouderen in de woon-zorgcentra. Nu rijst almaar pertinenter een tweede vraag. Waarom zijn we niet beter voorbereid om patiënten op te sporen en in kaart te brengen wie ze mogelijk hebben aangestoken?

In het Vlaams Parlement houden experts al de hele week een spiegel voor over hoe Vlaanderen moet herleven na de coronaschok. De adviezen gaan van hoe meer mensen aan werk kunnen raken tot hoe scholen de kwetsbaarste leerlingen moeten proberen in de klas te houden. Tegelijk maakt het parlement zich op voor het oordeel over Vlaams minister van Welzijn Beke (CD&V), die zich moet verantwoorden voor het hoge aantal doden in de Vlaamse woon-zorgcentra.

Beetje bij beetje dringen zich pijnlijke vragen op. Zijn we de relance niet aan het ondermijnen door te makkelijk een tweede uitbraak van het virus ongemerkt te laten gebeuren? En zijn we de fouten van de eerste uitbraak - een versnipperde en trage aanpak - niet aan het herhalen, met vermijdbare sterfgevallen tot gevolg?

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud