Advertentie
Advertentie

Het werk is niet af

©Sofie Van Hoof

Nu de banken weer fraaie winsten maken, is het niet te veel gevraagd dat ze een flink stuk ervan ­gebruiken om hun kapitaalbuffers te versterken. Het is een investering in het algemeen belang.

BNP Paribas Fortis, de grootste bank van het land, maakte gisteren bekend in de eerste helft van het boekjaar een winst te hebben neergezet van 811 miljoen euro, 11 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Eerder pakten ook KBC, Belfius en ING België al uit met fraaie financiële resultaten. Het zit dus wel snor met de winstgevendheid van de Belgische banken. Die winst is bovendien behaald in een economisch klimaat dat niet meteen uitbundig is, tegen de achtergrond van een extreem lage rente, ondanks de vele tientallen miljoenen die de banken in de vorm van allerlei heffingen aan de overheid moeten afdragen en ondanks de strengere reglementering en de fors hogere kapitaalvereisten. Dat België een grootbank te veel telt en dat de scherpe concurrentie op de binnenlandse markt hun rendabiliteit ondermijnt, zoals Luc Coene, de vorige gouverneur van de Nationale Bank, herhaaldelijk stelde, wordt tot dusver niet door de cijfers gestaafd.

De winst van de banken komt niet uit de lucht vallen, ze is niet het resultaat van uitzonderlijke meevallers. De winst is evenmin afkomstig van speculatieve transacties op euforische financiële markten - de Belgische bankenwet van 2014 heeft de bewegingsruimte van de banken op dat vlak aan banden gelegd. Waar komt de winstgroei vandaan? Blijkbaar slagen de banken erin hun rentemarge op peil te houden door de lasten van de lage rentestand af te schuiven naar hun klanten: voor de spaardeposito’s die ze ontvangen, betalen ze nog nauwelijks een vergoeding. En de banken hebben de voorbije jaren belangrijke inspanningen gedaan om hun kosten te beheersen.

Zeven jaar na het begin van de bankencrisis lijken de banken die crisis te hebben verteerd, is het herstructureringswerk achter de rug en kunnen de bankiers zich opnieuw toeleggen op hun échte taak: het financieren van de economie. Ze zijn er wel niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Ze hebben moeten afslanken, hun internationale ambities voor een groot stuk moeten opbergen.

Heeft het kortwieken van de grootbanken onze economie geschaad? Daar zijn niet veel bewijzen van. De verplichte saneringskuur heeft integendeel één groot voordeel opgeleverd: het risico dat de banken vormen voor de stabiliteit van ons ­financieel systeem en onze hele economie is enigszins ingeperkt - al is er nog altijd de donkere schaduw van Dexia.

Het gevaar bestaat dat nu de crisisbladzijde omgeslagen is, het stilaan weer business as usual wordt en dat de lessen van de bankencrisis minder acuut worden geacht. Dat zou een zware vergissing zijn. Het werk is niet af. Er moeten nog stappen worden gezet in de richting van een echte Europese bankenunie. En er moet worden bekeken of de kapitaalvereisten van de grote banken niet verder verhoogd dienen te worden. Als de banken nu weer flinke winsten maken, is het niet te veel gevraagd dat ze een behoorlijk stuk daarvan gebruiken om hun kapitaalbuffers te verstevigen. Het is een investering in het algemeen belang, die later veel onheil kan voorkomen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud