Hoe vindt de ECB ooit nog de uitgang uit haar gratisgeldbeleid?

Redacteur Politiek

Al negen jaar zitten we vast in het gratisgeldbeleid van de Europese Centrale Bank, zonder veel uitzicht op een exit. Hoe raken we hier weer uit?

Voor de tweede keer in haar bestaan wijzigde de Europese Centrale Bank (ECB) donderdag haar opdracht. Ze streeft niet langer naar een inflatie 'van minder dan maar dicht bij 2 procent inflatie op de middellange termijn', maar gewoon naar '2 procent op de middellange termijn'. Het lijkt een woordspelletje waar alleen Frankfurtwatchers warm van worden, maar het raakt wel degelijk ieder van ons.

Tijdens de Olympische Spelen van Londen in 2012 kondigde toenmalig ECB-voorzitter Mario Draghi aan dat hij alles ging doen wat nodig was om de euro te redden. Later dat jaar stuurde hij de depositorente van de ECB naar nul. Dat betekende dat het banken niets meer zou kosten om geld te lenen van de ECB. Het kan geen kwaad er nog eens aan te herinneren dat de ingreep toen werd gezien als een uitzonderlijke crisismaatregel.

We zijn intussen negen waanzinnige jaren verder, de publieksloze Olympische Spelen van Tokio staan voor de deur en de ECB versoepelt haar doelstellingen nog. Het wordt nog makkelijker om te blijven geld pompen. Doping is in de topsport nooit veraf, maar de hele Europese economie draait al negen jaar op monetaire doping, zonder veel ambitie te stoppen. De prestaties zijn te broodnodig.

Hoe raken we daar ooit vanaf? Al in 2012, in volle eurocrisis, luidde de uitleg dat een centrale bank met gratis geld niets kan oplossen. Ze kan alleen maar tijd kopen voor politici, die hun overheidsadministraties performanter moeten maken en de economie moeten hervormen, zodat ze sneller kan groeien. De coronaklap vormde een tijdelijke, negatieve variant op dat thema: overheden moesten de schade beperken, de schok incasseren en het economisch weefsel intact houden.

De overheidsschulden stapelen zich op en aan de oorspronkelijke opdracht is niets veranderd: er zijn hervormingen nodig om de crisissen waarin we zijn beland door te slikken.

Maar de overheidsschulden stapelen zich op en aan de oorspronkelijke opdracht is niets veranderd: er zijn hervormingen nodig om de crisissen waarin we zijn beland door te slikken. Wie denkt dat de overheid zich op een sympathieke manier uit haar financiële put omhoog kan investeren, dwaalt. Een rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) wees daar donderdag nog eens op.

De sleutel is nog altijd meer mensen langer aan het werk krijgen en houden. De federale en de Vlaamse regering hebben de juiste focus voor ogen als ze er in hun regeerakkoord op mikken 80 procent van de bevolking die kan werken ook aan het werk te krijgen. Alleen blijft het uitkijken naar de hervormingen die dat mogelijk maken, zowel in de pensioenen als op de arbeidsmarkt. De grote politieke confrontatie daarover in de federale regering staat gepland voor na de zomervakantie.

Het wordt een lastige, maar cruciale strijd. Donderdag bleek dat de vergrijzingskosten nog stijgen. Federaal minister van Pensioenen Karine Lalieux (PS) reageerde dat ze dat financieringsprobleem wil oplossen met 'Bidenomics à la belge'. Het lijkt codetaal voor blijven surfen op de stroom van gratis geld, zonder het probleem dat al decennia aangepakt had moeten zijn, echt aan te pakken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud