Senior writer

Een algemene loonsverhoging is moeilijk op een moment dat heel wat ondernemingen het financieel zwaar hebben en de economische perspectieven erg onzeker zijn.

Het ziekenhuispersoneel krijgt van de federale regering nog dit jaar een premie van een kleine 1.000 euro, als dankbetuiging voor de inspanningen tijdens de coronapandemie. De eenmalige premie komt boven op een loonsverhoging van zo’n 6 procent volgend jaar waarover de regering in juli besliste. De afgelopen maanden was het alle hens aan dek in de ziekenhuizen. Het coronavirus heeft het cruciale belang van een goede ziekenhuisinfrastructuur en van de mensen die er werken, de handen aan het bed, duidelijk gemaakt. De financiële waardering die ze daar nu voor krijgen, is hen niet misgund.

Dat wakkert, begrijpelijk, de roep aan van werknemers uit andere sectoren om een extraatje. Zoals het personeel in de woon-zorgcentra. Die hebben zich ook dubbel geplooid, maar krijgen niet hetzelfde financieel cadeautje. De woon-zorgcentra zijn een regionale bevoegdheid, de ziekenhuizen een federale. Maar de verschillende behandeling van het verzorgend personeel is moeilijk goed te praten.

Solidariteit

Als de een iets krijgt, wil de ander ook wat. Dat is een menselijke reactie. Miranda Ulens, de nummer twee van de socialistische vakbond ABVV, vraagt nu ook een loonsverhoging voor de werknemers die de voorbije maanden bleven werken in de bedrijven. Voor de mannen en vrouwen ‘die het land hebben rechtgehouden’.

Vragen staat vrij. Maar een loonsverhoging vragen voor de werknemers die tijdens de coronacrisis en de lockdowns konden voortwerken en zijn doorbetaald, getuigt van weinig solidariteit. Met de werknemers die tijdelijk werkloos waren en inkomensverlies hebben geleden, met de mensen die hun job hebben verloren en met de handelaars en zelfstandigen die hun zaak moesten sluiten of veel minder klanten over de vloer kregen.

Meer faillissementen, meer banen op de tocht, een slechter internationaal concurrentievermogen. Dat kan onze economie nu echt missen.

Een eenmalige premie toekennen aan de medewerkers voor hun inzet in dit vreemde jaar, er zijn wellicht wel wat bedrijven die dat zullen doen. Maar een algemene loonsverhoging, die de volgende jaren de loonsom opdrijft, is nog wat anders. Dat ligt een pak moeilijker op een moment dat veel ondernemingen het financieel lastig hebben en geconfronteerd worden met onzekere economische vooruitzichten.

Verliezers

Het is niet het geschikte moment om die kaart te trekken. Als de vakbonden daar nu werkelijk hard op inzetten en met de wapens die ze hebben loonsverhogingen trachten af te dwingen in de bedrijven, drijft dat een aantal daarvan dieper in de financiële problemen. Meer faillissementen, meer banen die op de tocht staan, een slechter internationaal concurrentievermogen. Dat zijn dingen die onze economie, die enkele jaren nodig zal hebben om te herstellen van de zware coronaklap, nu echt wel kan missen.

‘Crisissen openen de deur naar grootschalige veranderingen die ertoe kunnen leiden dat de hele samenleving erop vooruitgaat’, zei econome Carlota Perez zaterdag in een interview in De Tijd. ‘Na een turbulente overgangsperiode.’

De vraag van de vakbonden dat de werknemers een groter deel krijgen van de economische winsten, in sectoren en bedrijven waar het kan, is gerechtvaardigd. Maar ze moeten daar het geschikte moment voor kiezen. Er nu een strijdpunt van maken, zal de economische crisis verergeren en meer werknemers tot verliezers maken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud