<I>Achtergrond:</I> Zelfstandigenstatuut bij Dexia omstreden

(tijd) - De discussie over het statuut van de zelfstandige agenten bij Dexia Bank flakkert opnieuw op. Hoelang moet een vertrekkend agent wachten vooraleer hij elders een nieuw kantoor kan opstarten? En is de organisatie van het zelfstandigennet bij Dexia, onderverdeeld in zogenaamde sterstructuren, wel in regel met de wet? Wat lijkt op een gevecht tussen zelfstandig agent en bank, is in werkelijkheid complexer. De drijvende factor is een keiharde concurrentiestrijd tussen de banken onderling, tot in de rechtbank toe.

De aanleiding voor het heropflakkeren van de discussie over het zelfstandigenstatuut bij Dexia, is een uitspraak van de rechtbank van Namen. In het vonnis versoepelde de rechter het niet-concurrentiebeding voor zelfstandige agenten die Dexia verlaten van 18 naar 6 maanden. Bovendien haalde de rechter in zijn motivering uit naar de sterstructuren bij Dexia. Dat zijn lokale clusters van zelfstandige agentschappen die gefuseerd werden in coöperatieve netwerken. Die organisatie komt bij geen enkele andere bank in België voor.

De Naamse rechter stelde in zijn vonnis dat de sterstructuren opgericht zijn om de verplichtingen van de wet op de handelsagentuur te omzeilen. Maar volgens Dexia zijn de stervennootschappen of CVBA's de ware agenten, waardoor de lokale agenten geen rechtstreekse contractuele relaties meer hebben met Dexia. In feite zijn ze zelfstandig bestuurder van de CVBA, die agent is van Dexia Bank. De relatie met de zelfstandig bestuurder valt daardoor niet meer onder de wet op de handelsagentuur.

Maar critici zien dat anders. Een van hen is senator Luc Willems (VLD), die aan de basis ligt van de uitbreiding van de wet op de handelsagentuur naar bank- en verzekeringsagenten. Volgens Willems blijft de hoofdzetel van Dexia de zelfstandige agenten allerlei richtlijnen opleggen en worden ze in een vorm van schijnzelfstandigheid geduwd. 'De vennoten in de Dexia-sterstructuren worden sociaal niet als zelfstandige bankagenten behandeld, maar kunnen evenmin aanspraak maken op het sociaal statuut van de bedienden', verklaarde de VLD-politicus eerder. Ingewijden wijzen er wel op dat Willems in deze zaak niet neutraal is. Hij is advocaat van een aantal zelfstandige bestuurders tegen enkele CVBA's en Dexia Bank en hij heeft nauwe banden met de Beroepsvereniging van Zelfstandige Bankagenten (BZB).

Dexia is het dan ook volstrekt oneens met Willems en diept een gerechtelijk vonnis op om dat te bewijzen. Een vonnis van de arbeidsrechtbank van Leuven bepaalt dat de bestuurders van een CVBA wel degelijk het statuut van een zelfstandige bezitten. Dat vonnis werd volgens Dexia aan Willems toegestuurd. En dat is niet het enige juridische document waarover Dexia beschikt. Een vonnis van de rechtbank van Bergen bevestigde eerder dat elke 'ster' zijn eigen beheersautonomie heeft en dus zelf verantwoordelijk is voor de aanwerving en het ontslag van medewerkers. Volgens Dexia is dat nog maar eens een bewijs dat de omstreden sterstructuren in orde zijn met de wet.

Sceptici, waaronder de BZB, trekken dat in twijfel. Ze verwijzen naar de vele aanpassingen die Dexia de voorbije jaren heeft doorgevoerd in de organisatie van de CVBA's. Zo verlaagde de bank eerder al haar belang in de sterstructuren van 51 naar 26 procent. Toch blijft de mening van Dexia soms doorslaggevend, omdat de stem van de bank voor sommige specifieke beslissingen driemaal telt. 'Maar daar hebben wij nog nooit gebruik van gemaakt', pareert juriste Michèle Colpaert van Dexia. Volgens de BZB is dat irrelevant. 'Politieagenten trekken ook niet elke dag hun pistool. Het feit dat ze een pistool dragen, is meestal voldoende om gedaan te krijgen wat ze willen', benadrukt voorzitter Daniël Nicolaes.

In de nieuwe contracten tussen Dexia en de sterstructuren ontvangt de CVBA voor het eerst ook een voorschot op de uitwinningsvergoeding. Dat is een stap in de goede richting, maar de BZB vindt het maar een doekje voor het bloeden. 'Dat levert de bankagent geen portefeuille op, maar wel de CVBA. Want die laatste staat onder controle van Dexia', nuanceert Nicolaes.

De meest opvallende aanpassing van Dexia is de recente beslissing het niet-concurrentiebeding - dat ooit 36 maanden bedroeg - nogmaals in te korten. Dit keer van 18 naar 6 maanden. 'De bank heeft de regel gauw aangepast om het hoofd te bieden aan het negatieve vonnis in Namen', suggereren critici. 'Onzin. De statuten van de CVBA's werden al een maand voor de uitspraak in Namen aangepast', zegt Colpaert. 'Er bestaat in ons zelfstandige net een gezonde overlegcultuur. Het is bij ons de gewoonte elke twee tot drie jaar de balans op te maken van wat nog verbeterd kan worden aan de structuur. In dat kader hebben wij ook beslist de CVBA's elk jaar een voorschot uit te betalen op de uitwinningsvergoeding.'

Wie er ook gelijk heeft, door de recente statutenwijziging bij de CVBA's komt wellicht een einde aan een aanslepend juridisch gevecht tussen Dexia en een aantal zelfstandige agenten die bij de bank met slaande deuren zijn vertrokken. Er lopen naar verluidt meerdere rechtszaken waarbij tientallen ex-agenten van Dexia het niet-concurrentiebeding aanvechten voor de rechtbank. Dexia houdt het op elf rechtszaken tegen CVBA's en merkt op dat de vertrekkende zelfstandige agenten zich nauwelijks iets aantrekken van het verbod een kantoor te openen voor een concurrerende bank.

'Als een kantoorhouder bij ons vertrekt, zit hij de volgende dag aan de overkant van de straat te werken voor een concurrent. En zijn klantenbestand neemt hij mee natuurlijk', zegt Colpaert. Onafhankelijke bronnen bevestigen dat, maar er is meer. 'De onderlinge concurrentie in de banksector is keihard. Het aantrekken van een succesvolle zelfstandig agent is voor de banken vaak de goedkoopste manier om marktaandeel te winnen. De concurrerende bank neemt de juridische kosten op zich en moedigt de zelfstandige agent vaak aan via een speciaal premiestelstel om zoveel mogelijk klanten mee te brengen', zegt een onafhankelijke bankier die anoniem wenst te blijven.

In het geval van Dexia trokken de zelfstandige agenten vaak in de richting van de voormalige BBL, inmiddels omgedoopt tot ING België. Maar van speciale premies voor het aanbrengen van Dexia-klanten is volgens ING België geen sprake. Of ING in sommige gevallen ook de juridische kosten op zich nam, zoals bronnen beweren, is onduidelijk. 'Als er zelfstandige agenten naar ons toekomen, geven wij die correcte informatie. Als zij naar ons willen overstappen, ondersteunen wij hen tegen onterechte schadeclaims. In dit geval is dat de overdreven eis van Dexia om gedurende 18 maanden geen nieuw kantoor op te starten. Dat is volgens onze juristen niet wetsconform', zegt een medewerker van ING België.

De uitspraak in Namen is voor ING België en de zelfstandige agenten alvast een belangrijk precedent. Het vonnis stelt duidelijk dat vertrekkende zelfstandige bankagenten ook bij Dexia maximaal zes maanden moeten wachten vooraleer zij hun beroep bij een concurrent mogen uitoefenen, zoals dat wordt bepaald door de wet op de handelsagentuur. Daar kan volgens de meeste bronnen geen enkele twijfel meer over bestaan. Zelfs al houden sommige concurrerende grootbanken ook met die periode van zes maanden niet altijd rekening.

Of de scherpe motivering van het vonnis in Namen ook betekent dat de sterstructuren bij Dexia op de helling staan, is volgens specialisten veel minder vanzelfsprekend. Het kan wel eens lang duren vooraleer de rechter die juridische knoop definitief doorhakt.

Nico TANGHE

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud