<I>Pigment: </I>China ligt in cyberspace

(tijd) - Het Amerikaanse internetbedrijf Google schokte voorstanders van de vrije pers door toe te geven aan de Chinese censuur. Maar de Chinese internetgebruikers, van wie de meerderheid met de Chinese zoekmachine Baidu werkt, liggen er niet wakker van. Wie zoekt, vindt altijd wel een gaatje in de Great Firewall.

Voor de Nederlandse correspondente Caroline Straathof (43) was het of de Chinese Muur viel, toen ze in 1996 in haar flat in Peking voor het eerst het wereldwijde web op kon. 'Jarenlang leefden we geïsoleerd van de rest van de wereld. Zelfs van de val van de Berlijnse Muur heb ik in 1989 geen televisiebeeld gezien. Dus de komst van het internet was een enorm bevrijdende ervaring. Stel je voor hoe dat bij de Chinezen aankwam', zegt ze.

Acht jaar zat er tussen de eerste Chinese e-mail van professor Qian Tianbai, getiteld 'Crossing the Great Wall to Join the World' in 1987, en de openstelling van het internet voor de Chinese burger. Tot 1995 bleef het kijken over de Grote Muur voorbehouden aan de universiteiten. Maar daarna ging het snel. In 1997 registreerde de overheid 600.000 internetgebruikers. Twee jaar later waren dat er 4 miljoen. Inmiddels surfen 111 miljoen Chinezen in cyberspace.

De eerste Chinese zoekmachine kwam in 1997 op de markt. Sohu, speurende vos, werd door de in Amerika geschoolde Charles Zhang ontworpen naar het idee van Yahoo! In 1999 was Sohu de populairste zoekmachine van China, mede dankzij het nieuws op de site, de e-mail en de multimediamogelijkheden.

Toen Caroline Straathof in 2000 door sohu.com gevraagd werd als directeur investeerdersrelaties en bedrijfscommunicatie, hoefde ze niet lang na te denken. 'Op dat moment had Sohu samen met aarts-rivaal Sina ongeveer 80 procent van de markt in handen. Mensen vroegen niet om een internetaansluiting. Ze wilden bij Sohu.'

'Nieuws was vanaf het begin essentieel', zegt Straathof. 'Hier krijgen de mensen 's morgens geen krant op de mat. Internet kon dat vacuüm echt opvullen.' Behalve die informatiebehoefte speelden de grote portaalsites als Sohu en Sina in op twee andere gaten in de markt: communicatie én entertainment. 'De gedrukte media hadden het aanvankelijk helemaal niet door', zegt Straathof lachend. 'Toen Charles Zhang op de deur ging kloppen om hun artikels via Sohu te verspreiden, vroegen ze blij verrast: 'Is dat helemaal gratis?' En ondertussen werd het marktaandeel van Sohu groter en groter. Daar konden ze later nooit meer tegenop.'

De ontwikkeling van de informatietechnologie was al in de jaren tachtig een speerpunt van het Chinese overheidsbeleid. Al in 1994 lag het draaiboek klaar voor een gecontroleerd 'china wide web', maar de realiteit was sneller. Iets vergelijkbaars gebeurde met satelliettelevisie. Het aanvankelijke verbod op privé-schotels bleek niet te handhaven.

Tegelijk waren televisiezenders én internetproviders vaak bereid tot zelfcensuur uit economische overwegingen. De Australische mediamogol Rupert Murdoch riep in 1993 nog dat satelliettelevisie 'een ondubbelzinnige bedreiging voor totalitaire regimes' vormde. Een jaar later haalde hij BBC World Service van StarTV, zijn Chinese satellietzender. Ook de Hongkongse televisiestations zijn voorzichtig om de regering in Peking niet voor het hoofd te stoten.

Bij Chinese internetaanbieders is zelfcensuur troef. 'Toen ik begon, was het nog redelijk vrij. Maar vanaf oktober 2000 werden de regels aangescherpt. We mochten geen nieuws meer van de buitenlandse nieuwsbronnen gebruiken, alleen van Chinese, door de overheid goedgekeurde publicaties. En als er bijvoorbeeld een homepage van de Falun Gong aan onze website vastzat, moesten we die direct weghalen', zegt Straathof. Sohu wist als geen ander wat er kon gebeuren als het systeem niet meewerkte. In 1999 werd de portaalsite tijdelijk gesloten, vanwege een pornografische link op de site.

De taalbarrière speelt de censors in de kaart. De grote meerderheid van de internetgebruikers in China bezoekt Chinese websites, geschreven in de vereenvoudigde karakters die communistisch China in de jaren vijftig invoerde. Ook de programmatuur is op die karakters aangepast. Zo vallen niet alleen Engelse websites, maar ook de in traditionele karakters opgestelde pagina's uit Taiwan en Hongkong uit de boot. Door daarnaast voor voldoende inhoud op Chinese websites te zorgen, ook over gevoelige kwesties als Tibet, Taiwan, de verboden religieuze beweging Falun Gong of mensenrechten, kan de Chinese overheid internet zelfs voor propagandadoeleinden gebruiken.

Straathof vindt dat je goed kan merken dat ruim vijf jaar na de eerste internethausse de Chinezen een stuk wereldwijzer zijn geworden. 'Maar bij bepaalde onderwerpen slaagt de overheid erin ze volledig af te schermen.' Toen paus Johannes Paulus II overleed, werd dat weer duidelijk. Omdat het Vaticaan de Chinese Volksrepubliek niet erkent en vice versa, heeft China twee katholieke kerken. Een ondergrondse en een door de staat gesanctioneerde. Straathof vroeg een van de assistenten uit te zoeken wat Sohu wel en niet mocht publiceren. De assistent mailde terug: 'Natuurlijk. Maar wie is meneer Paus eigenlijk?'

Ook de inhoud van games en sms-diensten staat onder overheidscontrole. 'Afgezien van een kleine groep activisten merken de mensen in China weinig van de censuur', zegt Straathof. 'Wat telt voor de reputatie van Sohu op de binnenlandse markt, is bijvoorbeeld de lifestyle van Charles Zhang. Als die besluit per privé-vliegtuig naar zijn werk te gaan, wordt daarover geroddeld.'

'Internet is in China veel minder zakelijk en functioneel dan in Europa', zegt Straathof. 'Dat is net als de mobiele telefoon: sms'en doe je voor de gein, niet voor de bereikbaarheid. Het is een consumentenwereld bij uitstek. Je ziet ook dat bedrijven als Unilever, Procter & Gamble, Coca-Cola steeds actiever worden op het internet.'

Het gaat vooral om advertentiecampagnes. Een gewone openingspagina van Sohu toont twee Europese automerken, Chinese melk, Amerikaanse sportschoenen, aanstekers en Chinese computers. Ook banken en verzekeraars beginnen steeds meer via internet te adverteren.

Met ruim 100 miljoen mensen on line heeft het internet de kranten ingehaald, al vormt televisie met ongeveer 800 miljoen potentiële kijkers nog altijd de hoofdmoot. Maar doorklikadvertenties lijken wel effectiever te zijn dan in Europa. 'Het percentage gebruikers dat op een advertentie doorklikt, ligt veel hoger dan in Europa. Hier wíl de internetgebruiker ook echt de nieuwste kenmerken van een Nike-schoen met die van een adidas vergelijken. Zij werden niet van jongs af aan met advertenties gebombardeerd.'

De meeste grote Chinese internetbedrijven zijn inmiddels op de Nasdaq genoteerd. Ze moeten zich allemaal aan de regelgeving van de Amerikaanse markt houden. Daar stond Google de afgelopen weken bloot aan felle kritiek. Om de concurrentie met China's grootste zoekmachine, Baidu, aan te kunnen, is Google een Chinese site begonnen. Daarvoor moest het bedrijf, net als Yahoo en MSN, akkoord gaan met Chinese overheidsbemoeienis in de wel en niet getoonde zoekresultaten.

Straathof vindt de opwinding wat merkwaardig. Google doet wat de Nasdaq en investeerders willen: zakendoen conform de lokale regels. Bovendien, merken Straathof en anderen op, zijn het ook Amerikaanse ondernemingen als Cisco en Microsoft die de Chinezen alles leveren wat zij nodig hebben om hun censuur van internet en e-mail te perfectioneren. De Great Firewall kan niet zonder buitenlandse hulp gebouwd worden.

'Niet de Wallstreetbankiers hebben problemen met Google, maar de politici in Washington', zegt Straathof. 'Het enige wat de investeerders willen, is dat je je aan de regels houdt. Wallstreet wil ook dat Google zich aan de lokale regels houdt.'

Karen MEIRIK

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud