<I>Pigment: </I> Kiezen tussen dollars en mensenrechten

(tijd) - Amerikaanse technologiebedrijven als Google en Microsoft liggen onder vuur omdat ze in China geldgewin verkiezen boven mensenrechten. Ze helpen de Chinese autoriteiten bij het handhaven van de censuur op het internet, zelfs als dat leidt tot lange gevangenisstraffen voor voorvechters van vrije meningsuiting. Amerikaanse politici schieten met scherp op de 'misselijkmakende collaboratie' van hun bedrijven. Maar de politieke wereld gaat zelf niet vrijuit.

Kranten in China meldden begin deze week dat Google geen geldige licentie heeft voor zijn Chinese website google.cn. Het Amerikaanse bedrijf deed de aantijgingen af als 'complete nonsens'. Wie er ook gelijk heeft, het incident is illustratief voor het gespannen klimaat waarin Google moet werken sinds de recente lancering van de Chinese variant van zijn populaire zoekrobot. Chinezen hebben het spottend over 'de eunuch' of gecastreerde zoekrobot. Op verzoek van de Chinese Communistische Partij doet google.cn aan zelfcensuur. Wie foto's zoekt van het Tienanmenplein, krijgt beelden te zien van soldaten die de vlag hijsen of toeristen die elkaar fotograferen op het plein. Iemand die dezelfde zoekopdracht op het algemene google.com invoert, krijgt een massa foto's van de eenzame man die koppig een tankcolonne blokkeert ten tijde van het bloedig onderdrukte studentenprotest in 1989.

Het hoongelach in China is niets vergeleken met de kritiek die Google op het thuisfront krijgt. Amerikaanse media berichtten gretig over het kruisverhoor waaraan Google en drie andere Amerikaanse technologiebedrijven vorige week in het Congres onderworpen werden. De mensenrechtencommissie van het Huis van Afgevaardigden riep de topmannen van Google, Microsoft, Yahoo! en Cisco op het matje. De vier bedrijven worden ervan beschuldigd de Chinese overheid te helpen bij het onderdrukken van de vrije meningsuiting in China.

Yahoo! onthulde op verzoek van de Chinese autoriteiten de identiteit van een journalist die via een anoniem e-mailadres een propagandarichtlijn van de overheid naar het buitenland had gestuurd. Dankzij de informatie van Yahoo! kon de Chinese journalist tot een gevangenisstraf van tien jaar veroordeeld worden. Microsoft sloot een populaire blog af van een journalist die forse kritiek had geuit op het ontslag van de hoofdredacteur van een progressieve krant in Peking. Cisco leverde hardware die de overheid helpt bij het handhaven van de censuur op het internet.

'Ik begrijp niet hoe jullie bedrijfsleiders 's nachts kunnen slapen', zei de Democratische afgevaardigde Tom Lantos, een overlever van de holocaust, tijdens de hoorzitting. Een andere politicus maakte de vergelijking met het onthullen van de schuilplaats van Anne Frank aan de nazi's. 'Om snel geld te kunnen verdienen, zijn jullie bereid mee te werken met nazi's of communisten', klonk het nog. Het zijn niet enkel politici die de vier bedrijven ervan langs geven. Op het internet loopt een campagne om Yahoo! te boycotten. Het topkader van Google werd de voorbije dagen bestookt met ruim 50.000 protestbrieven die de in New York gevestigde organisatie Students for a Free Tibet de voorbije dagen naar eigen zeggen via e-mail verstuurde.

De technologiebedrijven verdedigen hun acties. Ze stellen dat een gecensureerd internet nog altijd beter is dan geen internet en dat het web een belangrijke positieve impact heeft op de Chinese samenleving. De zoekresultaten op google.cn zouden bovendien minder gefilterd zijn dan die van de Chinese concurrent en marktleider Baidu. De Amerikaanse ondernemingen onderstrepen voorts dat de internetgebruikers de censuur kunnen omzeilen door gebruik te maken van nieuwe technologie. Ze stellen ook dat ze de Chinese wetgeving moeten gehoorzamen indien ze actief willen zijn in het land. Ten slotte hopen de ondernemers dat de censuur zo snel mogelijk verdwijnt, maar ze vragen daarvoor hulp van de Amerikaanse overheid. De bedrijfswereld acht zichzelf niet machtig genoeg om China tot democratische hervormingen te dwingen.

Verschillende Amerikaanse media geven de technologiebedrijven op dat laatste punt gelijk. Ze hekelen de hypocriete houding van veel Amerikaanse politici. Zo verlengde het Congres recentelijk de status van China als bevoorrechte handelspartner. De Amerikaanse overheid zou handelssancties kunnen opleggen, zoals in de jaren 80 tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Handelssancties zijn een machtig instrument voor de Verenigde Staten. 'Het Congres zou een wet kunnen goedkeuren die technologiebedrijven verbiedt om actief te zijn in China, net zoals er een verbod bestaat om handel te drijven met Cuba of Myanmar. Maar dat zal niet gebeuren', schreef Joe Nocera in The New York Times, 'omdat China te belangrijk is'. Het land is een economische supermacht in wording. China produceert massa's goedkope goederen voor de Amerikaanse markt, terwijl het met zijn 1,3 miljard inwoners zelf een veelbelovende markt is voor Amerikaanse bedrijven.

Toch zijn er enkele Amerikaanse politici die wetsvoorstellen klaar hebben om technologiebedrijven beperkingen op te leggen in hun activiteiten met een repressief regime als dat in China. Maar die voorstellen maken weinig kans om goedgekeurd te worden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Condoleezza Rice, liet dan weer een werkgroep oprichten die moet bestuderen hoe vrijheid op het internet het best gepromoot kan worden. De meeste waarnemers verwachten echter weinig heil van die werkgroep.

Sommige critici beweren dat de geviseerde bedrijven wel degelijk druk op de Chinese overheid kunnen uitoefenen, zeker indien ze als een blok optreden. Rebecca MacKinnon heeft als onderzoekster van de Harvard-universiteit het gedrag van Amerikaanse internetbedrijven in China bestudeerd. Zij zegt dat Chinese ambtenaren bijvoorbeeld vaak naar de beheerders van een website bellen met het verzoek bepaalde pagina's te verwijderen, zonder dat ze daarvoor een rechtvaardiging geven. 'Amerikaanse bedrijven zouden een geschreven document kunnen eisen dat een wettelijke inbreuk toont, zodat de overheid minder arbitrair te werk kan gaan', zegt MacKinnon.

Het is voor de Chinese overheid trouwens niet zo makkelijk om iconen als Google en Microsoft zomaar het land uit te gooien. Dat zou ophef veroorzaken in binnen- en buitenland. Die bedrijven hebben dus meer macht dan ze doen geloven. Vertegenwoordigers van Google en Yahoo! lieten al verstaan dat ze praten over een gezamenlijk initiatief van de sector.

Dat het gedrag van Amerikaanse internetbedrijven in China zoveel commotie veroorzaakt, illustreert dat voor die sector hogere morele normen gelden. Er zijn nog Amerikaanse bedrijven in China of in andere autoritaire regimes actief, en sommige ondernemingen doen een beroep op kinder- of slavenarbeid. Zelden is de reactie zo fel als nu.

Volgens Thomas Malinowski, de directeur in Washington van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, zijn de hogere normen voor internetbedrijven terecht. 'Omdat ze de bewakers zijn van een medium dat zo'n groot politiek belang heeft in landen als China zijn hun beslissingen potentieel veel ingrijpender dan die van een financiële instelling. Google promoot zichzelf trouwens als een bedrijf dat de wereld verandert. Ze hebben een zeer idealistische boodschap.' Google hanteert de slogan 'do no evil'. Sommige critici verwijten de internetgigant al een hele tijd zijn arrogante houding omdat hij zich moreel superieur opstelt tegenover de traditionele bedrijven die actief zijn in ondemocratische regimes. Dat verklaart mogelijk deels de harde aanpak die Google nu te beurt valt.

Veel waarnemers zijn het erover eens dat de Chinese overheid sowieso een verloren strijd levert. Hoewel niet minder dan 30.000 internetpolitieagenten de toegang tot 'verboden' websites blokkeren en chatrooms en sites afschuimen om kritiek op de Communistische Partij te vervangen door propaganda, is het onmogelijk alles te censureren. Een studie van de Harvard-universiteit leert dat 'slechts' 90 procent van de informatie over het bloedbad op het Tienanmenplein geblokkeerd is, en amper een derde van de berichten over onafhankelijkheidsbewegingen in Tibet.

Geblokkeerde websites kunnen bovendien steeds makkelijker bezocht worden dankzij nieuwe technologie die surfers van het internet kunnen downloaden. Verschillende Amerikaanse internetbedrijfjes, zoals UltraReach en Dynamic Internet Technology, bieden Chinese dissidenten en mensenrechtenorganisaties zelfs assistentie bij het doorbreken van de grote Chinese censuurmuur op het internet.

De Chinese webpolitie vecht tegen een numerieke overmacht: er zijn 110 miljoen Chinese internetgebruikers, en daar komen er elke dag 20.000 bij. Daarmee is China nu al de op een na grootste internetmarkt ter wereld. Om daarvan een graantje mee te pikken, zetten de Amerikaanse technologiegiganten graag, al dan niet tijdelijk, hun principes opzij.

Kris VAN HAMME

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud