<I>Pigment: </I>Mozambique verjaagt 'kaffers' voor wild

(tijd) - Mozambique, dat morgen naar de stembus gaat, wil in navolging van andere Afrikaanse landen meer westerse toeristen trekken met 'strand en safari'-vakanties. De Mozambikaanse regering creëert daarom samen met de buurlanden Zuid-Afrika en Zimbabwe een enorm, grensoverschrijdend wildpark. Maar in het Mozambikaanse deel van het park wonen nog duizenden mensen. Zij dreigen nu, naar beproefd Zuid-Afrikaans recept, te worden verdreven.

De inwoners van het dorpje Machamba hebben steeds vaker last van wilde dieren. Eind vorig jaar werd het gehucht in het zuidwesten van Mozambique al eens wekenlang geteisterd door een leeuw. De leeuw doodde vijf geiten en drie koeien in de kraal aan de rand van de gemeenschap. Toen het roofdier het dorp zelf binnendrong en de inwoners dreigde aan te vallen, was de maat vol. De dorpelingen zetten een valstrik en doodden het dier. 'We hebben die leeuw doodgeknuppeld', vertelt boer Albert Macuvele.

Deze keer is het een olifant die de dorpelingen bedreigt. De olifant komt elke middag tevoorschijn uit het struikgewas en begint dan te eten van de gewassen. Het enorme beest vertrapt daarbij veel maïsvelden. Macuvele: 'Iemand zal die olifant moeten doden. Anders zijn straks al onze velden verwoest. Wat moeten we dan eten?'

Machamba bestaat uit enkele tientallen lemen hutten aan de kronkelende Singuédzi-rivier. De groei van het aantal incidenten met wilde dieren komt doordat het dorp tegenwoordig in een natuurpark ligt.

De regeringen van Mozambique, Zimbabwe en Zuid-Afrika hebben enkele jaren geleden afgesproken het wereldberoemde Krugerpark in Zuid-Afrika samen te voegen met aangrenzende natuurgebieden in Zimbabwe en Mozambique. De drie gebieden vormen nu samen het Great Limpopo Transfrontier Park, een immens, grensoverschrijdend natuurreservaat van 36.000 vierkante kilometer - bijna net zo groot als Nederland.

In het Zimbabwaanse deel is sindsdien, door politieke strubbelingen en geldgebrek, weinig ondernomen. Maar in Mozambique is de overheid, met Zuid-Afrikaanse hulp, aan de slag gegaan. De autoriteiten hebben delen van het hek tussen het Krugerpark en het Mozambikaanse park inmiddels neergehaald, zodat steeds meer wilde dieren de grens over kunnen steken.

'Het bijzondere is dat we hier vrijwel vanuit het niets een wildpark ontwikkelen', zegt de Zuid-Afrikaanse parkwachter Bill Swanepoel. Swanepoel - gebruinde benen onder een kaki korte broek - scheurt in een pick-up-truck door de bush, op weg naar de amok makende olifant. De blanke Zuid-Afrikaan houdt er racistische vooroordelen op na. 'Als wij hier niet waren, zou er weinig gebeuren. Afrikanen zijn nu eenmaal van nature lui.'

Voor Mozambique, dat vandaag en morgen naar de stembus gaat om een president en een parlement te kiezen, is het grensoverschrijdende 'superpark' vooral een economische kans. Mozambique is, sedert in 1992 een einde kwam aan een lange burgeroorlog, aan een heropleving toe. Het land boekte het afgelopen decennium een economische groei van gemiddeld 10 procent per jaar - een van de hoogste groeipercentages ter wereld. Maar de werkloosheid ligt nog steeds in de buurt van 50 procent, de rente is hoog en de helft van de 18 miljoen Mozambikanen leeft in armoede. De regering hoopt dat het internationale park werkgelegenheid en toeristendollars zal brengen.

Begin volgend jaar moeten de eerste toeristen, via een nieuwe grenspost, vanuit het Zuid-Afrikaanse Krugerpark het Mozambikaanse deel van het wildpark in kunnen rijden. 'Het Krugerpark krijgt elk jaar 1,2 tot 1,5 miljoen bezoekers', zegt Gilberto Vicente van het Mozambikaanse ministerie van Toerisme, dat verantwoordelijk is voor het project. 'Als wij over vijf jaar tien procent van die mensen krijgen, ontvangen we jaarlijks 120.000 tot 150.000 bezoekers. Dat levert onze economie minstens 30 miljoen dollar (22 miljoen euro) op.'

Er is echter één probleem: in het Mozambikaanse deel van het nieuwe park leven zo'n zesduizend mensen. En zij wonen uitgerekend langs de Singuédzi, dezelfde rivier waarvan de komende jaren ook steeds meer wilde dieren zullen gaan drinken.

Het officiële beleid is dat niemand wordt gedwongen te vertrekken. De regering belooft de mensen nieuwe, zuidelijker gelegen grond en zegt toe huizen voor hen te bouwen. Maar de meeste mensen voelen er niks voor te verhuizen. 'We hebben hier vruchtbare grond', zegt Wilson Mathebula voor zijn lemen huisje in het dorpje Mavodze. 'Als ze ons dwingen, vertrekken we. Maar anders verzetten we ons.'

In de praktijk oefenen de autoriteiten daarom toenemende druk uit op de bewoners om te vertrekken. Parkwachten arresteren bewoners die jagen en nemen valstrikken en geweren in beslag. Overheidsfunctionarissen vertellen de mensen dat ze voortaan niet of nauwelijks nog vee mogen houden. En dat ze ook veel minder land mogen bewerken.

'We halen de teugels steeds verder aan', zegt Swanepoel. 'Het zal uiteindelijk bijna onmogelijk zijn hier nog te leven.'

Hij wijst uit het autoraam naar hutten langs de kant van de weg. 'Ik denk dat hier over een paar jaar vrijwel niemand meer woont.'

De ironie is dat de geschiedenis zich hiermee lijkt te herhalen, want het Zuid-Afrikaanse Krugerpark is gecreëerd door de oorspronkelijke zwarte mensen weg te pesten en te deporteren. In Mozambique dreigt nu min of meer hetzelfde te gebeuren.

Het is een constatering die aan Swanepoel niet is besteed. 'Wij zijn hier om een wildpark te ontwikkelen en niet om mensen te ontwikkelen', bromt hij. 'Toeristen komen naar een natuurpark om wild te zien. Als ze mensen willen zien, kunnen ze terecht in de rest van Mozambique. Het Krugerpark is een van de succesvolste parken ter wereld, omdat er geen kaffers meer wonen.' Een 'kaffer' is een typisch Zuid-Afrikaans scheldwoord voor een zwarte.

Aangekomen in Machamba waadt Swanepoel met twee lokale parkwachten, bewapend met kalasjnikov-machinegeweren, door de Singuédzi-rivier. Ze treffen aan de rand van een maïsveld de olifant aan. Uit de verte klinkt getrommel van dorpelingen, die proberen het beest bij hen vandaan te houden. Met een verrekijker om zijn nek sluipt Swanepoel dichter naar het dier.

Twintig minuten later, terug in de schaduw van een boom, vertelt de parkwachter de olifant waarschijnlijk te gaan afschieten. 'We willen niet dat de spanningen met de bewoners nog verder oplopen', zegt hij, met een gebaar naar de trommelende mensen. 'Maar we blijven niet aan de gang. Uit een ander dorp komen nu ook berichten over een olifant die gewassen vertrapt. Misschien is dat hetzelfde dier. Maar als dat niet zo is, ga ik dat beest niet afschieten. De mensen moeten maar eens voelen hoe het is om in een natuurpark te leven.'

Voor de meeste mensen zijn de incidenten echter nog geen reden te vertrekken. 'De regering kan het geld dat zij wil besteden aan onze verhuizing beter gebruiken om onze gemeenschappen met hekken te beschermen', zegt chief Albert Baloi in het dorpje Mavodze. 'We kunnen dan hier blijven wonen. Zoals het nu gaat, behandelt de overheid dieren beter dan mensen.'

Arjen VAN DER ZIEL

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud