<I>Pigment:</I>Museumdirecteur of kunstsmokkelaar?

(tijd) - Musea in de Verenigde Staten en de rest van de wereld volgen met grote belangstelling het proces in Rome tegen de curator van het Californische J. Paul Getty Museum. Italië beschuldigt curator Marion True ervan gesmokkelde kunstvoorwerpen aangekocht te hebben. Met het ophefmakende proces willen de Italianen een streng voorbeeld stellen. Andere landen springen op de kar en eisen dat musea gesmokkelde kunst teruggeven. Vooral Amerikaanse musea en hun weinig ethische aankoopbeleid worden geviseerd.

Het Griekse gerecht deelde begin deze week mee dat het een onderzoek opent naar een grootschalige kunstsmokkeloperatie. De politie ontdekte op een afgelegen Grieks eiland een opslagplaats van waaruit antieke kunstvoorwerpen illegaal het land verlieten richting grote buitenlandse musea en kunsthandelaars. De actie van het gerecht illustreert de herwonnen ijver waarmee landen die het slachtoffer zijn van kunstplunderingen een einde proberen te maken aan die wijdverbreide illegale praktijken.

Italië maakt voorlopig het krachtigste gebaar tegen de smokkel door musea en handelaars. De Italiaanse overheid spande een proces aan tegen Marion True, de curator antieke kunst van het J. Paul Getty Museum. Dat proces doet de internationale kunstwereld op zijn grondvesten daveren. Het is de eerste keer dat een Amerikaanse museumcurator voor een rechtbank moet verschijnen op beschuldiging van smokkel in kunstvoorwerpen. De beklaagden zijn niet van de minsten: het Getty Museum is een van de rijkste musea in de wereld, en True werd algemeen beschouwd als een voorvechtster van een ethisch verantwoord kunstbeleid.

Italië zegt al jaren dat Romeinse, Griekse en Etruskische artefacten illegaal het land worden uitgevoerd om te eindigen in collecties van buitenlandse musea en privé-verzamelaars. Maar de verzoeken van de Italiaanse overheid om gesmokkelde kunstobjecten terug te geven werden door buitenlandse musea steevast afgewimpeld met het argument dat het bewijsmateriaal onvoldoende sterk was.

Ditmaal lijkt het Italiaanse gerecht over een ongewoon stevig dossier te beschikken. Centraal staan duizenden foto's die in 1995 in beslag werden genomen tijdens een raid op een Zwitserse opslagplaats van de antiekhandelaar Giacomo Medici. De foto's tonen antieke potten en vazen, vaak nog bedekt met modder. Sommige voorwerpen werden te velde gefotografeerd, omringd door onkruid: een duidelijke aanwijzing dat het om recentelijk opgegraven artefacten gaat. Volgens de Italiaanse wet moeten al die voorwerpen aangegeven worden. Zonder vergunning mogen ze het land niet uit. Maar de antieke kunstvoorwerpen werden in het geheim aangekocht door de Italiaan Medici. Via tussenpersonen als de Amerikaanse kunsthandelaar Robert Hecht verkocht hij ze vervolgens door aan het buitenland.

Hecht staat samen met True terecht in Rome. Medici werd in 2004 veroordeeld tot tien jaar cel, maar heeft beroep aangetekend. Volgens de Italiaanse justitie wist True dat de stukken die ze via Medici en Hecht kocht een dubieuze oorsprong hadden. Het proces tegen Hecht en True kan nog een tijdje duren.

Gewapend met de foto's heeft het Italiaanse gerecht naar eigen zeggen tientallen gesmokkelde objecten gelokaliseerd in buitenlandse musea, galeries en privé-verzamelingen. Hoewel ook musea in Duitsland, Denemarken, Zweden en Japan genoemd worden, blijken veruit de meeste voorwerpen zich in Amerikaanse musea te bevinden; vaak zeer gereputeerde musea.

Het Paul Getty Museum zou niet minder dan 42 gesmokkelde artefacten herbergen. Daarnaast beschuldigt Italië onder meer het Metropolitan Museum of Art in New York (22 objecten) en het Museum of Fine Arts in Boston (ruim 30 objecten). Nog minstens drie andere Amerikaanse musea zouden gesmokkelde kunst uit Italië bezitten. De Italiaanse overheid gebruikt de foto's nu als een breekijzer in de al jarenlang aanslepende onderhandelingen over de teruggave van artefacten. Het Getty Museum gaf in november alvast drie betwiste voorwerpen terug aan Italië. En twee maanden geleden is ook het Newyorkse Metropolitan Museum gezwicht.

De verwachting is dat een veroordeling van True musea zal dwingen hun aankoopbeleid grondig te herzien. Vooral Amerikaanse musea weigerden tot nu strenge richtlijnen over de aankoop van antieke voorwerpen. Volgens waarnemers voeren musea in de VS al lang een stilzwijgend 'don't ask, don't tell'-beleid. Ze kochten geregeld kunst die via Genève en Londen, twee centra van kunstsmokkel, op de markt kwam. Waarschuwingen over de twijfelachtige oorsprong van kunstvoorwerpen werden bewust genegeerd. In de kunstwereld was het bijvoorbeeld een publiek geheim dat de collectie antieke kunst van Barbara Fleischman, een bestuurslid van het Getty Museum, deels uit verdachte stukken bestond. Het weerhield True en haar museum er niet van de verzameling te kopen.

Archeologen stellen dat niet-Amerikaanse musea doorgaans veel strengere aankoopregels hanteren voor antieke kunst. Het British Museum in Londen heeft zichzelf strikte richtlijnen opgelegd, gebaseerd op het Unesco-verdrag uit 1970 ter bestrijding van de illegale handel in cultuurgoederen. In de VS leggen slechts een handvol musea zichzelf een verbod op antieke stukken te kopen die na 1970 zijn opgedoken en waarvan de herkomst onduidelijk is. Enkele andere musea gebruiken 1983 als datum, het jaar waarin de VS het Unesco-verdrag ondertekenden. De vereniging van Amerikaanse museumdirecteurs AAMD geeft in haar aanbevelingen geen datum. Ze raadt musea aan enkel voorwerpen te kopen waarvan vaststaat dat ze zich minstens tien jaar buiten het land van oorsprong bevinden. Volgens critici is dat een te lakse regel. Bovendien heeft de AAMD geen mechanisme om te controleren of haar 177 leden-musea de richtlijn volgen.

Voor Europese musea is het natuurlijk makkelijker een ethisch striktere houding aan te nemen. Grote musea als het Louvre en het British Museum hebben hun indrukwekkende collecties opgebouwd in de 19de en het begin van de 20ste eeuw. Europese ontdekkingsreizigers en archeologen stuurden de vruchten van hun buitenlandse opgravingen toen rechtstreeks naar hun thuisland. Van wetgeving over de handel in culturele goederen was toen nog geen sprake. Europese musea stellen dan ook dat hun collecties wettelijk verkregen werden volgens de gebruiken van die tijd. Amerikaanse musea zijn doorgaans jonger en daardoor afhankelijk van schenkingen of de aankoop van verzamelingen van rijke individuen. Die collecties werden in de voorbije decennia opgebouwd en vallen dus vaak onder wetgeving die illegale export verbiedt.

Amerikaanse museumdirecteurs beschouwen de huidige commotie vooral als een probleem van 'public relations', waarbij musea onvoldoende moeite gedaan hebben hun missie aan het publiek uit te leggen. Volgens hen sympathiseert het publiek met de landen die de kunstvoorwerpen hebben voortgebracht en nu een moeilijke strijd moeten leveren tegen de grote 'hebzuchtige' musea. 'De mensen vergeten dat musea geen kunst verbergen, maar kunstvoorwerpen verzamelen om ze te bestuderen en tentoon te stellen aan een breed publiek', zegt Harold Holzer, een woordvoerder van het Metropolitan Museum. 'Anders zou kunst enkel voor de rijken toegankelijk zijn.'

Joel Frankel, een kunsthandelaar in Manhattan en ex-voorzitter van de Art and Antique Dealers League of America, deelt die mening. 'De kunst in westerse musea stelt mensen in staat de geschiedenis en cultuur van de wereld te begrijpen. Dankzij de succesvolle verzamelingen van musea hebben al die kunstvoorwerpen na verloop van tijd een forse geldwaarde gekregen. Dat heeft de aandacht van de bronlanden van de kunst gewekt. Anders hadden die landen waarschijnlijk niets gedaan om hun kunstpatrimonium te beschermen en was al veel kunst vernietigd geweest.'

Dat geeft musea uiteraard niet het recht kunst te smokkelen, onderstreept Frankel. 'Maar de bronlanden moeten ook zelf moeite doen om smokkel te voorkomen. In China worden bijvoorbeeld veel artefacten illegaal verkocht met de hulp van politie en militairen. Bij wie kan je dan nog een klacht indienen?'

Ook Jan De Maere, de voorzitter van de Koninklijke Kamer van Antiquairs van België, wijst op de verplichtingen van de bronlanden. 'Het Unesco-verdrag uit 1970 geeft landen naast rechten ook verplichtingen om nationale kunstschatten te beschermen.' De Maere geeft het voorbeeld van Congo. 'Vlak na het einde van het regime van Moboetoe hebben Congolese politici kunstvoorwerpen geroofd en verkocht, die het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren enkele jaren voordien had teruggeschonken aan Congo.' Hij wijst er ook op dat de Italiaanse wetgeving smokkel aanmoedigt. Wie een antiek voorwerp in zijn tuin vindt, is verplicht dat aan te geven. De Italiaanse overheid kan dat voorwerp in beslag nemen en de grond opeisen voor verdere opgravingen, zonder enige compensatie. 'Zo maak je van de overheid een vijand.' Italië heeft ook vele jaren nauwelijks moeite gedaan smokkel te bestrijden.

Maar het proces in Rome toont dat de Italianen nu vastberaden zijn kunstsmokkel een halt toe te roepen. Andere slachtoffers van kunstplunderingen wachten niet op de afloop van het proces om kunstvoorwerpen terug te eisen. Peru dreigt met een rechtszaak tegen het museum van de Yale-universiteit, Griekenland heeft het Getty Museum opnieuw gevraagd bepaalde kunstvoorwerpen terug te geven, en Turkije wil aankloppen bij het Boston Museum of Fine Arts om een deel van een beeldhouwwerk terug te krijgen.

Het worden drukke tijden voor de 'public relations'-verantwoordelijken van Amerikaanse musea.

Kris VAN HAMME

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud