<I>Pigment</I>: Oost, West, Polen best

(tijd) - De Poolse president Kwasniewski is in ons land voor een staatsbezoek. Veel landgenoten gingen hem voor, zij het minder officieel. De meesten komen uit de Podlaskieregio, in het oosten van Polen, tegen de grens met Wit-Rusland. Siemiatycze is een klein stadje van 16.000 inwoners in Podlaskie. 'Een cameraploeg uit Brussel is hier komen filmen', vertelt hoteluitbater Wladek. 'Die mensen waren ongelooflijk verbaasd. Ze dachten dat hier honderdduizenden mensen woonden, in verhouding met het aantal 'zwarte' arbeiders uit Siemiatycze in België.'

Op de internetsite www.siemiatycze-um.com.pl lees je het volgende: 'Naast de grote productiebedrijven in de stad zijn er meer dan duizend kleine firma's actief. Ze geven werkgelegenheid aan veel personen. Dankzij hen is de werkloosheidsgraad in Siemiatycze de laagste van de regio en de bewoners zijn rijk.' Maar niemand maakt een geheim van de echte reden voor de lage werkeloosheidsgraad van de regio: een 'belgijec' (een Pool die werkt in België) kan niet elke maand gaan stempelen.

Nog voor de oorlog begon de migratie uit de regio, op zoek naar een broodwinning in de Verenigde Staten. De families volgden elkaar. 'Dit huis is gebouwd met geld dat de eigenaar in de VS heeft verdiend', zegt Wladek. Hij leidt ons rond in de stad. 'Het huis daarnaast is van zijn broer. Ook hij emigreerde. En het huis daar op de hoek, dat oranje, dat staat helemaal leeg. De eigenaar zit al enkele jaren in België.' Sinds 1989 werden de reizen over de oceaan weinig rendabel. Brussel was dichterbij en goedkoper. Vandaag weet niemand meer wie er eerst is vertrokken.

'Als er iemand vertrekt, sleept hij zijn familie en vrienden mee', vertelt Radek. 'Ik zou ook vertrekken, maar ik ken er niemand die werk voor me kan regelen.' Radek is bakker van opleiding. We zitten met hem en zijn twee vrienden op café. Radek drinkt een vodka, voor de anderen staat het lokaal bier Zubr klaar. 'Neem dit café bijvoorbeeld. De eigenaar reist al enkele jaren naar België. Waar zou hij anders het geld gehaald hebben om dit café te starten?'

Het café is de favoriete ontmoetingsplaats van Radek en Tomek. Er staat ook een pooltafel waarrond enkele jongeren hangen. 'Hier brengen we onze avonden door. Je praat wat, drinkt een beetje. Hier in Siemiatycze is er niets anders te doen. Vroeger waren hier vier restaurants waar je moest aanschuiven, nu kan je vanaf 21 uur enkel in de nachtwinkel terecht om iets te eten.'

Radek krijgt voor zijn bakkerswerk 180 euro per maand en presteert daarvoor 10 uur per dag, waarvan 80 procent 's nachts. Radeks loon komt overeen met het gemiddelde loon in deze regio. Een vrouw achter de toonbank verdient ongeveer 140 euro per maand en er zijn voldoende personen die haar plaats willen innemen. Bozena, de eigenares van een klerenwinkel op de markt van Siemiatycze, laat ons een hoopje papier zien: allemaal cv's van meisjes die wilden komen werken. 'Geen wonder dat veel jongeren naar de grote steden migreren op zoek naar werk', gaat Radek verder. 'Ze trekken vooral naar de omgeving van Warschau, Bialystok of ineens naar het buitenland. Een knap meisje vertrekt naar België om te kuisen, in de hoop daar een man te vinden. Sommigen hebben geluk en komen niet meer terug. Ze bezoeken Polen tijdens de vakantie, maar definitief terugkomen doen ze niet', besluit Radek.

Begin jaren 90 kon een Pool in Brussel rijk worden van zwartwerk. Na een jaar kwam hij terug als een koning en kon een huis bouwen. Nu zeggen de Polen dat het buitenlands geld minder waard is tegenover de Poolse zloty, maar ze blijven toch heen en weer reizen. Drie maanden, een half jaar. Goed verdienen en dan terug. In Polen bouwen ze huizen en investeren in een eigen zaak. Als de zaak toch niet zo goed gaat, dan kan je altijd terug naar Brussel trekken om het huisbudget op te krikken.

'Als een Belg ons bezoekt kijkt hij vol verbazing naar onze huizen en vraagt zich af hoe het mogelijk is om met zijn geld zoiets te bouwen. De meeste Belgen hebben zoiets niet', vertelt Zbyszek, die al negen jaar naar Brussel reist. We zitten in zijn ruime tuin, in de schaduw van een prachtige villa met drie verdiepingen. 'Een Belg wil geen eigen muren. Hij kan een leven lang huren, en hij reist liever de wereld rond en leert mensen kennen', argumenteert Zbyszek.

'Een Pool is een goede werkman en kan alles,' onderbreekt zijn broer Olek hem. 'Op een leeg veld kan hij een volledig huis bouwen, het afwerken en de bloemen planten. Toen ik in de bouwsector in Brussel werkte, moesten er drie specialisten van Belgacom komen om een kabel te trekken. Elk van hen deed een klein stukje en op het einde moesten we ook nog zelf helpen', zegt Olek.

'Nu reizen er iets minder mensen naar België, sinds Polen bij de Europese Unie zit. Vroeger kon men je in het slechtste geval deporteren, maar nu dreigen er sancties voor illegaal werk.' Je kan een boete krijgen of enkele jaren verbod om naar bepaalde landen te reizen.

Dan mengt de vader van beide broers zich in het gesprek: 'Als hier werk was, zou ik nergens naartoe trekken. Ik blijf veel liever in mijn eigen land', vertelt Staszek. Zbyszek plant een eigen bedrijf op te starten. Als het niet lukt, zal hij België bezoeken om van iets te kunnen leven. Olek zegt dat hij genoeg van België heeft. Hij is er eenmaal geweest en dat volstaat. 'Ik vind België maar niets. Brussel is vuil en er is weinig groen', zegt hij.

'De laatste tijd moet ik uit mijn spaarcenten in mijn zaak investeren', vertelt Marian, eigenaar van een kippenkwekerij. Hij ontvangt ons op het terras van zijn huis met zicht op een immense tuin. 'Als ik niet samen met mijn vrouw enkele jaren in België had gewerkt, zou ik vandaag werkloos zijn', vertelt Marian. Vandaag is hij een van de grootste kippenproducenten van de regio. 'Vandaag denk ik niet meer aan reizen in de vorm van geld verdienen. Die tijd is voorbij. Maar ik moest ergens beginnen', zegt Marian.

Er zijn ook mensen die niet kunnen stoppen. Eerst een huis, dan een auto. Kinderen gaan studeren. De zoon kan best wel een huis in de stad gebruiken en ga zo maar verder. 'Sommige mensen hebben nooit genoeg', vertelt Malgosia. Ze werkt in het informatieloket van het PKS busstation en stuurt tweemaal per week volle bussen naar Brussel. 'Als jullie iets buiten het centrum stappen, zie je kasten van villa's, maar de meeste staan leeg. De eigenaars komen in de zomer even op vakantie en vertrekken dan terug, want ze kunnen het hier niet meer vinden. Ik ben niet jaloers op hen. Soms kan ik in hun ogen zien dat ik hier lekker gezellig en warm zit, met een nieuwe computer, terwijl zij in die prachtige Europese Unie wc's kuisen', zegt Malgosia.

Ze verkoopt een busticket en vertelt dan verder. 'De reizen van plattelandsbewoners uit Oost-Polen zijn vaak de oorzaak van gezinsdrama's. Als een boer voor enkele maanden vertrekt, vindt hij al gauw een andere vrouw. Dan komen ze niet meer terug, de familie breekt uit elkaar. Als de partners samen vertrekken, is er meer kans voor het gezin, maar de kinderen lijden eronder. Ze blijven achter bij tantes of grootouders, ze willen niet studeren en niemand voedt hen op. Wat hebben ze aan merkkledij en dure schoenen als ze met triestige ogen op het platteland rondhangen?', besluit Malgosia.

De mensen die het meest naar het Westen trekken zijn van gemiddelde leeftijd en met middelbare- of beroepsstudies, evenwel zonder talenkennis. 'De deur van mijn bureau gaat niet dicht. Elke dag krijg ik tientallen mensen over de vloer', zegt Ewa Landau, de verantwoordelijke voor buitenlands werk in het Proviciaal Werkbureau van Bialystok. 'De interesse voor werk in het buitenland was altijd groot. Maar zij die willen vertrekken vinden geen werk door gebrek aan kwalificaties. Specialisten of personen met een hogere opleiding en talenkennis blijven liever in Polen. De aangeboden vacatures zijn voor hen niet zo uitzonderlijk en het is niet makkelijk om familie en vrienden achter te laten. In het buitenland ben je altijd een vreemdeling.'

Bialystok is de hoofdstad van de provincie Podlaskie. Het oosten van het Oosten - Polen B - zoals de Polen zeggen. Podlaskie behoort tot de vijf armste provincies van Polen, die nu de armste zijn van de Europese Unie. Bijna 40 procent van de bewoners leeft van de landbouw, de minst gesubsidieerde sector van de Poolse economie. De meest succesvolle bedrijven van Siemiatycze zijn echter de transportfirma's die een snelle en goedkope verbinding tussen Siemiatycze en België voorzien. 'Van deur tot deur' luidt de spreuk van de eigenaars van de kleine, populaire busjes die bestaan naast de vaste buslijnen. Wat de burgers van deze regio in het zwart verdienen in het Westen, investeren ze in eigen bedrijven. Dat is al tientallen jaren de manier van overleven voor veel bewoners. Hoe lang zal bouwen en kuisen in België een bron voor het onderhouden van de families in Polen zijn?

Het duurt misschien niet meer lang, menen sommigen. Een nieuwe migratiegolf uit Rusland en de landen van het ex-GOS zou een ernstige concurrentie voor hen kunnen worden. Vooraleer de Oostgrens dicht werd gemaakt, kwamen Wit-Russen over de grens handel drijven om te overleven. Na de invoering van duurdere visums voor Polen en strengere grensvoorschriften moeten ze verder reizen om te verdienen. 'Zij zijn nog goedkoper dan wij', zegt men veelbetekenend in Siemiatycze.

Maja WEZOWSKA

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud