<I>Pigment:</I> Open boek over Openbedrijvendag

(tijd) - Naar verwachting maken zondag ruim 800.000 Vlamingen hun opwachting bij bijna 350 bedrijven die hun deuren openzetten. Openbedrijvendag is uitgegroeid tot het grootste evenement van Vlaanderen. Aan die groeiende organisatie, met telkens weer heel wat nieuwe deelnemende bedrijven, hebben tientallen mensen heel het jaar een dagtaak. De bedenker van de dag, Yves Lejaeghere, staat na 15 jaar nog steeds aan de leiding van dat team.

'Wanneer mensen me op openbedrijvendag tegenkomen', vertelt Yves Lejaeghere, 'krijg ik steeds de vraag: 'En wat ga je vanaf morgen doen?' Ze hebben geen idee hoeveel werk dit vergt. Ruim twintig mensen hebben hieraan een voltijdse job. Daarnaast schakelen we een hele rist freelancers in, en zijn ook in de bedrijven zelf honderden mensen ermee bezig. Wat wij vanaf morgen doen? Nog een uitgebreide belronde en evaluatie bij de deelnemers van dit jaar, en dan alweer beginnen prospecteren voor volgend jaar.'

Openbedrijvendag is eigenlijk nooit echt klein geweest. De eerste keer, in 1991, was meteen goed voor 50 bedrijven. Een opendeurdag waarvoor de hulp was ingeroepen van Lejaegheres BVBA'tje, had hem aan het denken gezet: 'Het ging om een vestiging van Dow Chemicals in Nederland. Op het eerste gezicht was er niet bijster veel te zien: je zag vooral buizen, en op het einde kleine kunststofbolletjes. Toch stonden de bezoekers met honderden in de rij, totaal buiten verwachting. Buurtbewoners, leveranciers, pas afgestudeerden, familie van werknemers, iedereen vond wel een reden om een kijkje te nemen. Onze frank viel dat zo'n opendeurdag een onderschatte vorm van public relations was.'

'Iets gelijkaardigs moest toch ook kunnen voor een pak bedrijven samen. Dan konden we via de nationale media werven, meer bezoekers op de been brengen, en de inspanningen in tijd en geld per bedrijf verlagen. Het idee actief gaan verkopen bij bedrijven zat er echter niet in, ik had enkel een secretaresse in dienst. Maar tot ons grote geluk reageerden enkele grote kleppers meteen enthousiast op onze mailing: Douwe Egberts, Sabena, Interbrew. Zulke namen spraken de mensen aan, en die eerste keer waren er al enkele tienduizenden bezoekers. Genoeg voor een item in het BRT-nieuws die avond, en Openbedrijvendag (OBD) was in een klap bekend bij anderhalf miljoen kijkers.'

Ook het tweede jaar organiseerde Lejaeghere OBD vanuit zijn BVBA. 'Rendabel was dat echter niet. De Vlaamse overheid, die het idee genegen was als een manier om de economie te promoten, wilde subsidies ter beschikking stellen, maar vroeg de organisatie om te vormen tot een VZW.' Voor het ontwikkelen van het concept krijgt de BVBA Lejaeghere royalties ten belope van 12 procent van de omzet.

De VZW is nog steeds de kern. De werknemers ervan werven deelnemende bedrijven en staan samen met hen in voor de praktische organisatie. Alles wat met reclame en communicatie te maken heeft, wordt uitbesteed aan Lejaegheres reclamebureau Calisto, waar een vijftal mensen werken. 'Zij stellen het magazine samen, ontwerpen de vlaggen en de lay-out van de website, bedenken het concept van publiciteitsfilmpjes enzovoort.' Calisto leeft voor 40 procent van het werk voor OBD, voor 60 procent van andere klanten.

Gestaag groeide OBD naar jaarlijks meer deelnemers, meer bezoekers, grotere budgetten. Hoeveel subsidies de VZW precies krijgt, hangt Lejaeghere niet graag aan de grote klok. Gezien ze een pak minder stijgen dan de andere inkomsten, dekken de subsidies een steeds kleiner percentage van het budget, 'maar helemaal zonder subsidies rondkomen is zeker nog niet voor de komende vijf jaar'. Het gros van de inkomsten bestaat uit het inschrijvingsgeld van de bedrijven: van 1.200 euro voor een eenmanszaak tot 9.200 euro voor een bedrijf met meer dan 200 werknemers. In verhouding met hun grootte krijgen zij promotiemateriaal zoals de bekende rode vlaggen en spandoeken. De ondersteuning voor de praktische uitvoering die de organisatie biedt, is echter voor iedereen gelijk, en iedereen geniet uiteraard mee van de algemene publiciteit die gevoerd wordt. OBD maakt ruilafspraken met media - bijvoorbeeld reclame op Eén en Donna in ruil voor hun logo op het OBD-magazine, -website en -uitnodigingen - met een tegenwaarde van 1,25 miljoen euro.

Lejaeghere ervaarde dat de groei niet anders dan gestaag kàn gaan. 'Het aantal deelnemende bedrijven mag maar groeien naargelang het aantal bezoekers toeneemt. Anders zakt het gemiddelde aantal bezoekers per bedrijf te laag. Dat maakten we één keer mee: het gemiddelde zakte van een 3.000 naar slechts 2.000 (met een variatie van een kleine duizend voor een kleine speler tot 10.000 bij grote trekkers). Dan gaan de bedrijven hun rekening maken, hè! Nu streven we naar 10 tot 20 extra per jaar, waardoor we de communicatie stilaan kunnen opvoeren en de bezoekersaantallen blijven volgen. Ook een tweede dag, bijvoorbeeld in de lente, is geen optie: je kan maar één keer per jaar zoveel tamtam maken en volk naar je evenement halen.'

Het zou echter al te makkelijk zijn gewoon jaarlijks tien bedrijven toe te voegen. '10 procent is er jaarlijks bij, meestal ondernemingen die consumentenproducten maken. Bij de anderen is het veeleer om de zes of zeven jaar. Wij vinden dat prima: voor het evenement is variatie ideaal. Als het jaarlijks om dezelfde ondernemingen gaat waar je een kijkje kan nemen, haken de bezoekers af.'

Voor de commerciële ploeg is het iets minder comfortabel. Jaarlijks moeten zij herbeginnen met hun werving. 'Maandag beginnen ze er weer aan', vertelt Lejaeghere. 'Acht tot negen maanden per jaar zijn een tiental mensen bezig met werven. Tien anderen ondersteunen hen daarbij voor administratie en de praktische zaken zoals het opzetten van informatiemeetings in gemeentehuizen. Tegen eind dit jaar moet de helft van de deelnemers vastliggen, tegen juni zijn de inschrijvingen rond. Vanaf april starten ze met het advies voor de praktische aanpak. Ze gaan in elk bedrijf minstens een halve dag langs, waarbij bijvoorbeeld wordt gekeken naar een goede route voor de bezoekers, veiligheidskwesties, mogelijkheden om een verkoopstandje op te zetten.'

Ook aan de andere kant van de taalgrens hangen zondag de rode vlaggen met het witte vierkantje uit. Het Vlaamse team werkt ook aan de Brusselse OBD, voor de tegenhanger 'Journée Découverte Entreprises' in Wallonië staat een franchisenemer in. 'De organisatie verloopt er identiek, maar zij hebben hun eigen inkomsten en uitgaven. We stappen wel samen naar leveranciers voor alle aankopen van materiaal.' In Brussel nemen 40 bedrijven deel, in Wallonië 182.

Enkele uitstapjes van het concept naar de buurlanden, waren geen onverdeeld succes. 'We zijn niet actief naar exportmogelijkheden op zoek, maar verlenen onze diensten wel als overheden daarom vragen. In Frankrijk organiseerden we een OBD in de regio Champagne-Ardenne, maar doordat het land helemaal niet zo dichtbevolkt is als België, moeten mensen zich veel verder verplaatsen om een bezoek te brengen. In Nederland speelden calvinistische achtergronden ons parten: het kon echt niet op zondag, en op zaterdag kan je nooit zoveel bezoekers lokken.'

In eigen land is het einde niet in zicht. 'De ambitie is nog vijf à tien jaar te groeien, tot we aan 800 bedrijven zitten - 500 in Vlaanderen, 250 in Wallonië en 50 in Brussel. De klantentevredenheid is nog altijd enorm hoog. Bedrijven die op eigen houtje in de lente nog een opendeurdag houden, laten ons weten dat dat meer kost en dat het aantal bezoekers slechts een derde is van wat op OBD wordt gehaald. Ze weten ook heel duidelijk wat ze kunnen verwachten, het is een standaardpakket.'

Wordt het voor de ondernemer in Lejaeghere niet al te routineus? 'Beu? Voor een deel: ja, want het is al 15 jaar hetzelfde. Voor een deel: neen, want er komen geregeld toevoegingen. Er is intussen een award aan gekoppeld (SKF Logistics werd dinsdag reeds gelauwerd als vrouwvriendelijkste bedrijf), een jobmarkt, een gemeentenactie waarbij drie of vier gemeenten per provincie een extra inspanning doen met eigen diensten zoals de brandweer én een reeks bedrijven. Dus we kunnen er nog creativiteit in kwijt.'

'Bovendien heb ik andere activiteiten. Met een zakenpartner ben ik een nieuw bedrijf, Med's, begonnen om fastfoodzaken op te zetten met mediterrane gerechten. Nog dit jaar komt de eerste aan de Kortrijksesteenweg in Gent, voor de verdere uitbouw gaan we met franchisenemers werken. Gaat dat werken? Het is goed doordacht, maar je weet het nooit. Als ondernemer moet je van nul durven te beginnen. Er is een investering mee gemoeid van 400.000 euro, maar daar lig ik niet van wakker. Ik heb ooit een telemarketingbureau gehad dat niet draaide, niet alles kan succesvol zijn.'

Ten slotte besteedt Lejaeghere een dag of twee per week aan zijn engagement bij de voetbalclub KV Oostende, waar hij ondervoorzitter is en over enkele maanden de voorzitter opvolgt. Een Bruggeling in Oostende? 'Tja, ik ben altijd een zelfstandige geweest, ik neem graag de leiding, en die kans deed zich hier voor. Een voetbalmanager moet zich bezighouden met de 'ings', sponsoring, marketing, merchandising, advertising,... Ik denk dat ik op dat vlak KV Oostende van dienst kan zijn.'

Erika RACQUET

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud