<I>Pigment</I> over Duitsland en zijn geschiedenis: Recepties boven de bunker

(tijd) - Vijf miljoen Duitsers hebben de afgelopen maand de film Der Untergang gezien, over de laatste dagen van het Derde Rijk in Berlijn in de lente van 1945. In de prent wordt Hitler voor het eerst door een Duitstalige gespeeld en met zeer menselijke kanten. Toch roept Der Untergang nauwelijks controverse op. Is dat iets waar de buren van Duitsland zich nog ongerust over moeten maken?

Op de Potsdamer Platz in Berlijn, waar Der Untergang in vijf zalen tegelijk loopt, heeft Dolby Surround iets macabers. De granaten die overal rond je fluwelen stoel lijken in te slaan, zijn op het witte doek de munitie waarmee eind april 1945 in dit deel van Berlijn gevochten werd. In de film komt een bestofte officier, armpje even gestrekt, de Führer in zijn bunker melden: 'Der Feind steht am Potsdamer Platz'. Tweehonderd meter van de bunker en acht meter hoger.

Der Untergang, een film die begin november in Nederland uitkomt en ten vroegste begin januari bij ons, is een gigantisch succes in Duitsland. De film is met Hollywoodiaans professionalisme en een naar Europese normen megabudget van 13,5 miljoen euro gemaakt. Maar hij is ook historisch uiterst accuraat, gebaseerd op Joachim Fests historische reconstructie van Hitlers ondergang en het dagboek van diens laatste secretaresse, Traudl Junge.

Het verhaal beschrijft twee niveaus. Buiten en boven speelt zich de totaal zinloze slag om het centrum van Berlijn af, met SS'ertjes van dertien jaar die nog opgezweept meestrijden, met diehards die zogenaamde lafaards lynchen, met gebouwen propvol gewonden en ledematen die net met de ijzerzaag werden geamputeerd. Binnen en beneden in de bunker blijft de hofhouding pal achter Hitler staan, die met niet meer bestaande divisies op stafkaarten schuift, die beleefd bij een legerarts informeert hoe men zich het properst van kant maakt, die zijn maîtresse out met een stuntelige kus op haar lippen in het bijzijn van iedereen, die smakelijk spaghetti eet, die zijn van Parkinson trillende linkerhand achter zijn rug verbergt, die in woedeaanvallen niet alleen alle joden, maar nu ook zijn eigen volk verdoemt, die blijft pleiten voor 'hard zijn tot het uiterste', die het hoofd afwendt als zijn hond hem met een cyaankalipil voorgaat in de dood.

Het shakespeariaanse portret van het einde van het Derde Rijk reflecteert vooral de visie van Fest, die veel vroeger Albert Speer zijn memoires hielp schrijven en de meest overtuigende biografie van Hitler op zijn naam heeft staan. Der Untergang beschrijft de vele schakeringen in het regime, de ijskoude beestachtigheid van zijn hoogste leiders en de voor ons onbegrijpelijke aantrekkingskracht die - ook en vooral op vrouwen - tot het bittere einde zelfs van een kreupele Hitler uitging. De Zwitser Bruno Ganz maakt dat met een sterke acteerprestatie in de rol van Hitler allemaal nog geloofwaardiger.

Een echte polemiek heeft de film nauwelijks veroorzaakt. Enkele media betwijfelden of men niet riskeert Hitler te banaliseren door hem in de film zeer menselijk en een paar keer, in kleine details, zelfs sympathiek voor te stellen. Fest geeft daar steevast hetzelfde antwoord op: 'Het is te gemakkelijk, na alles wat hij aangericht heeft, Hitler af te doen als een monster, als iemand die ons totaal vreemd is. De consequenties van hem te aanvaarden als een gewone mens zijn veel angstaanjagender.'

Hitler niet langer een monster, maar een bevende, soms flippende oude man? En dat in een enscenering op zijn Hollywoods? 'Misschien is dat wel de normale omgang met ons verleden waar we al 60 jaar naar op zoek zijn', zegt Konrad Jarausch, hoogleraar en historicus in Potsdam. Hij bracht onlangs een geschiedenis uit van Duitsland na 1945, Die Umkehr, waarin hij veel aandacht heeft voor de evoluerende geschiedenisvisie van zijn landgenoten. 'In de eerste kwarteeuw na 1945 hebben we de nazi-tijd zoveel mogelijk uit onze gedachten willen bannen. Nadien, van 1970 tot 1995, zijn de Duitsers als misdadigers aan de kaak gesteld. Ook door bijna de hele politieke en intellectuele elite van dit land, wat een unicum is. Vandaar dat je de oude West-Duitse Bondsrepubliek als de eerste postmoderne, gedenationaliseerde staat kunt omschrijven.'

'Maar die hele zelfafrekening is grotendeels boven het hoofd van de inwoners van dit land doorgevoerd en werd soms als opgedrongen ervaren', zegt Jarausch. 'De ervaringen van de mensen zelf werden door de historici verwaarloosd. Die verhalen gingen ook over bombardementen, vluchten, honger, dood en mishandeling. En die zijn eigenlijk pas de jongste jaren naar boven gekomen.'

'Günter Grass heeft daar een belangrijke rol in gespeeld, met zijn boek Im Krebsgang, twee jaar geleden. Dat gaat over een schip met 10.000 Duitse vluchtelingen aan boord dat begin 1945 in de Oostzee volledig nutteloos getorpedeerd wordt. Grass doorbrak daarmee een taboe, maar benadrukte ook dat die misère een afgeleide misère was, de rekening van wat Duitsland en vele Duitsers eerst elders hadden aangericht. In die zin leverde hij meteen ook de synthese.'

Na Grass volgden anderen. Der Spiegel bracht een reeks over de vlucht en gewelddadige verdrijving van 12 miljoen etnische Duitsers uit Centraal- en Oost-Europa tussen 1944 en 1947. Een hele reeks boeken verscheen over de geallieerde bombardementen op Duitse steden tussen 1943 en 1945, waarbij 600.000 burgers stierven.

'De militaire historicus Jörg Friedrich schreef het bekendste werk daarover', zegt Jarausch, 'maar hij is volgens mij te veel de emotionele toer opgegaan. Hij stelde de Bombenkrieg op moreel niveau zelfs gelijk met de holocaust. Uiteindelijk bestaat de goede synthese erin beide aspecten in het Duitse oorlogsverleden, de misdadiger en het slachtoffer, in hun juiste proporties aan te snijden.'

Aan de Potsdamer Platz staan pas sedert 2000 weer bioscopen, winkelcentra, kantoren en appartementen. Voordien was het plein tien jaar een bouwwerf. En voor 1989 was het een braakland tussen twee muren waarmee de DDR haar Oost-Berlijners uit het westelijke stadsdeel hield. Het puin van Berlijns drukste plein voor 1945 werd na de oorlog weggeveegd door bulldozers.

Het puin van Hitler is nu pas opgeruimd. Na tien jaar bouwwoede en immense investeringen, en na de verhuizing van de regering uit Bonn in 1999, is de nieuwe Duitse hoofdstad afgewerkt. Gezien de schulden waarin de Duitse staat zich gewerkt heeft, is het beeld van Berlijn vandaag vastgelegd voor minstens de komende twee generaties.

Uit Bonn brachten de 700 parlementsleden en hun medewerkers de sfeer mee. Ze verblijven de hele week in de hoofdstad en dweilen elke avond een rist evenementen af. Vooral de vertegenwoordigingen van de 16 deelstaten in hun omvangrijke gebouwen vlakbij de Potsdamer Platz laten zich niet onbetuigd in het organiseren van recepties.

Nog geen 50 meter van het nieuwe gebouw van de deelstaat Saarland, waar 's avonds limousines en uitgelaten functionarissen aanschuiven, is een kleine uitstulping merkbaar in het asfalt van een privé-parking. Het is, voor wie het weet, het enige overgebleven spoor van Hitlers bunker die daar diep onder de grond ligt als puin van beton en staal. De DDR-autoriteiten groeven de meeste overblijfselen in 1988 op om op die plek appartementen te bouwen voor hun nomenclatuur. Die zijn inmiddels afgewerkt en nog steeds bewoond door veel families van de vroegere DDR-top. Zij wonen in de Wilhelmstrasse, tot 1945 de Wetstraat van Duitsland, waar in de 19de eeuw ook Bismarck zijn stek had.

Zo'n 300 meter ten noorden van de bunker, alweer op een braakland waar na 1961 de Muur liep, wordt het holocaustmonument afgewerkt. Het zal bestaan uit 2.700 betonnen grafzuilen van variërende hoogtes, in rijen geplaatst op een oppervlakte van 190 vierkante meter. Aan het project van de Newyorkse architect Peter Eisenman gingen tien jaar hevige discussies vooraf tot Helmut Kohl er zijn gewicht achter zette. De initiatiefnemers mikken op een opening begin mei 2005, 60 jaar na de Untergang.

De geschiedenis werd het decor van de nieuwe Duitse hoofdstad. Maar kan dat wel met zo'n geschiedenis? 'Ach, de grote problemen van vandaag - de globalisering, de welvaartsstaat, de kenniseconomie - hebben niets meer met de tijd van Hitler te maken', zegt Konrad Jarausch. 'Het gevaar voor een heropflakkering van zijn ideeën is enkel denkbaar in kwesties zoals racisme en immigratie. Maar een gedenationaliseerde staat als de oude Bondsrepubliek, waarvoor sommigen ook een ersatz zochten in Europa of in de multiculturele samenleving, is uiteindelijk onhoudbaar, zolang al je buren een zachtaardig democratisch patriottisme handhaven. De Nederlanders hebben dat, de Fransen, de Britten, de Denen. Waarom zouden wij dat ook niet mogen hebben?'

Rolf FALTER

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud