<I>Pigment</I> over het afgelopen F1-seizoen: Het einde van de geeuw (en hoe weer wakker te worden)

(tijd) - A one-horse race. Een koers met één renpaard. Zelden verwoordde een uitdrukking treffender de langgerekte geeuw die moest doorgaan voor het gisterenavond afgelopen Formule 1-kampioenschap. 20 rijders, 10 teams, 18 races, maar al even over halfweg waren Michael Schumacher en zijn Ferrari-team zeker van de eindzege. Er wordt aan gewerkt, volgend jaar moet spannender worden, belooft men. Maar specialisten betwijfelen of de winterslaap van de F1 in maart 2005 al afgelopen zal zijn.

Een crashje tijdens de kwalificaties, wat kan het Michael Schumacher deren. Hij toerde op het circuit van Interlagos zijn rondjes voor de Grote Prijs van Brazilië, omdat hij nu eenmaal Formule 1-rijder is en daarvoor goed wordt betaald: bijna 50 miljoen euro per jaar. Hij was eind augustus al wereldkampioen geworden, op het circuit van Spa-Francorchamps, voor de zevende keer in zijn loopbaan. Niemand haalde ooit meer wereldtitels. Niemand won ook ooit eenvoudiger het wereldkampioenschap, of het zou de Michael Schumacher van 2002 moeten zijn. Al halfweg het seizoen bezorgde hij samen met zijn teamgenoot Rubens Barrichello Ferrari zekerheid over de constructeurstitel.

Nochtans keek de Formule 1-liefhebber reikhalzend uit naar de jaargang 2004, want 2003 was spannend geëindigd. Michael Schumacher was dan wel weinig verrassend wereldkampioen geworden in zijn scharlakenrode bolide, het had toch maar mooi tot de allerlaatste Grote Prijs van het seizoen geduurd tot die zesde titel binnen was. Kimi Raikonnen, de vliegende Fin van McLaren-Mercedes, werd vice-wereldkampioen en zou Schumacher in 2004 ongetwijfeld flink het vuur aan de schenen leggen.

Al tijdens de kwalificaties van de Grote Prijs van Melbourne, begin maart de openingsrace van het seizoen 2004, bleek dat de hoop op spanning ijdel was. Schumacher en Barrichello namen autoritair de eerste twee plaatsen op de startorde. Misschien bleven de andere teams wat voorzichtiger wegens de nieuwe motorregel, die bepaalt dat je tien plaatsen op de startgrid verliest als je van motor moet wisselen, opperden de meest optimistische waarnemers nog even.

Het vervolg: Schumacher en Barrichello rijden wat moet doorgaan voor de concurrentie nog voor halfweg wedstrijd op 30 seconden, de absolute eeuwigheid in een snelheidssport waar het op honderdsten van seconden aankomt. Schumacher wint met de spreekwoordelijke vingers in de neus, Barrichello volgt omdat hij moet of niet beter kan, Raikkonen valt uit, Jenson Button doet het in zijn Honda van BAR behoorlijk... Melbourne bleek de perfecte voorbode voor een nog saaier seizoen dan 2002.

Want Schumacher won ook de vier volgende races, in Maleisië, Bahrein, San Marino en Spanje. In de Engelse gokkantoren kon niet langer gegokt worden op de winnaar van de race, wel op de vraag of Schumacher alle 18 races zou winnen of niet. In de nauwe straten van Monaco kon Jarno Trulli zijn Renault net op dat moment naar de overwinning sturen, maar vervolgens was het weer zeven keer op rij de Grote Michael Schumacher-show: de Nürburgring, Montreal, Indianapolis, Magny-Cours, Silverstone, Hockenheim, Budapest. Al op 29 augustus kon de Duitser zich in Spa tot wereldkampioen kronen, en zo geschiedde. Enig smetje: de zege ging naar Raikonnen, pas de tweede misstap in 14 races. Teamgenoot Barrichello mocht vervolgens met de overwinningschampagne spuiten in Italië en China, maar in Japan was het weer business as usual: Formule 1 is een wedstrijd met 20 wagens, en op het eind rijdt Michael Schumacher als winnaar over de streep. Niet in Brazilië gisterenavond: daar won Montoya.

Het is niet allemaal kommer en kwel. Jenson Button ontpopte zich met elf podia, waarvan vier tweede plaatsen, tot de revelatie van het seizoen. En ook zijn teamgenoot Takamo Sato ontpopte zich bij momenten tot een voor spektakel zorgende participant, maar zijn onstuimigheid is tevens zijn zwakheid. Hetzelfde geldt voor Jarno Trulli, die van Renault de laatste races niet eens meer mocht meedoen, wegens zijn overstap naar Toyota. Renault verloor mee daardoor de tweede plaats in de constructeursstand aan Honda. Raikkonen en Juan-Pablo Montoya (BMW-Williams) daarentegen werden haast tot figuranten gedegradeerd. Zeker in het seizoensbegin kende de Mercedes van het McLaren-team heel wat tekortkomingen. McLaren en Williams, ooit de fiere nummers twee en drie van de sport, leverden tot gisteren strijd om de weinig benijdenswaardige vierde plaats in de stand. Williams haalde die binnen.

Het blijft gerommel in de marge, want uiteindelijk is er in de F1 slechts één ding dat blijft hangen: Michael Schumacher en Ferrari overklassen het hele veld. En dat is geen goed nieuws voor de sport. Begin dit millennium piekten de kijkcijfers naar 350 miljoen televisiekijkers per raceweekend, maar de laatste jaren hebben gemiddeld 50 tot 100 miljoen sportliefhebbers weer afgehaakt. Het is gewoon te saai, te voorspelbaar.

De dalende kijkcijfers zijn slecht nieuws voor een sport die al kampt met tal van andere problemen: de kostprijs als te hoge drempel voor nieuwe en zelfs bestaande teams, het verbod op tabaksreclame in Europa, de dreigende afsplitsing van topteams in een alternatief racecircuit vanaf 2007, de openbare ruzie tussen de commerciële rechtenhouder Bernie Ecclestone en zijn medeaandeelhouders, het zijn stuk voor stuk elementen die nieuwe sponsors blijkbaar afschrikken.

Ford besliste al om het Jaguar-team vanaf komend seizoen terug te trekken, want het kan zich niet langer veroorloven 80 miljoen euro per jaar te spenderen aan een team dat geen platte prijs bijeen kan rijden. Bovendien: kleinere teams komen te weinig in beeld. Jaguar haalde vorig seizoen 5,3 procent van de tv-minuten, tegenover 24,4 procent voor Ferrari, blijkt uit een onderzoek van het bureau Sports Marketing Surveys. Een kwart van de Formule 1-beelden die de wereld rondgaan, brengen dus een Ferrari in beeld.

Al enkele jaren zoeken de teams, samen met Ecclestone en Max Mosley, de voorzitter van de Internationale Automobielfederatie FIA, naar maatregelen om de sport weer spannender en aantrekkelijker te maken. Ook voor volgend seizoen maakt de Formule 1 zich weer op voor enkele nieuwigheden. Er mogen geen bandenwissels meer gebeuren tijdens de race, een motor moet voortaan twee raceweekends in plaats van één meegaan, en er wordt voor de zoveelste keer gesleuteld aan het systeem van de kwalificaties. Volgend seizoen wordt de startorde pas vastgelegd op zondagochtend, de dag van de wedstrijd zelf dus. Na een kwalificatierit op zaterdag met een bijna lege brandstoftank, volgt op zondagochtend een tweede sessie met een volle tank, want tussen kwalificatie en race mogen de wagens niet meer langs de pomp passeren. De twee tijden worden opgeteld, en dat bepaalt de startorde. Negen van de tien teams wil bovendien het aantal vrije testdagen tijdens het seizoen beperken tot 10, in plaats van de huidige 52. Het ene team dat tegen dit plan is gekant, is niet geheel verwonderlijk Ferrari. De Italianen beschikken over hun eigen circuit om testritten uit te voeren.

Het is voor velen nog maar de vraag of dit soort maatregelen voor een spannender kampioenschap zullen zorgen. Volgens Alan Baldwin, de autosportspecialist van het persagentschap Reuters, verandert er niks zolang er geen enkel team zijn budget kan optrekken tot op de hoogte van Ferrari. De Italianen investeren volgens F1 Magazine jaarlijks naar schatting 450 miljoen dollar in de sport. Williams volgt op een tweede plaats al op 100 miljoen dollar, McLaren en Toyota doen het met 150 miljoen dollar minder dan Ferrari. Minardi tuft, niet eens helemaal onverdienstelijk, rond met een budget van 40 miljoen dollar, minder dan wat Ferrari alleen al aan zijn rijders betaalt.

Maar om de budgetten te verhogen zijn nieuwe sponsors nodig, en die staan allesbehalve te dringen, stelt sportconsultant Brian Sims vast in het vakblad SportBusiness International. Nochtans is de Formule 1 ondanks de voorspelbaarheid met zijn wereldwijde aantrekkingskracht nog steeds een van de meest aanlokkelijke marketinginstrumenten, aldus Sims. Maar de arrogantie van veel teambazen blokkeert voor tal van potentiële sponsors de weg naar de Paddock. 'Net in een periode dat de teams op zoek moeten naar een alternatief voor de tabaksreclame, lijkt dat onwaarschijnlijk, maar toch is het zo. Daardoor verloor de Formule 1 veel respect in de zakenwereld. Tenzij ze erin slaagt dat respect terug te winnen, wordt ze de grootste geldverslindende dinosaurus uit de sportgeschiedenis: gedoemd om te verdwijnen.' Maar zover is het voorlopig nog niet. In maart herneemt straks het circus in Melbourne, met de hoop op eindelijk nog eens een spannend seizoen. De Formule 1-liefhebbers hebben één troost: veel saaier dan 2004 wordt 2005 nooit.

Dirk VANDENBERGHE

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud