<I>Pigment</I> over het economisch ontwaakte China: Files in de Yangtze-delta

(tijd) - Een Chinese scheepvaartgroep die zich inkoopt in een containerterminal aan het Deurganckdok. Grondstoffenprijzen die wereldwijd de hoogte ingaan en bij ons de huishoudtoestellen duurder maken. Het economische gewicht van het ontwaakte China doet zich tot aan de andere kant van de wereld in het dagelijkse leven gevoelen. Is dat een zegen of een dreiging voor ons?

Prins Filip vertrekt morgen aan het hoofd van een zeer uitgebreide delegatie uit de drie Belgische gewesten voor een achtdaagse handelsmissie naar China. De reis voert naar Peking, Sjanghai, aan de Yangtze-delta, en Guangzhou, het vroegere Kanton. Aan het nut van zo'n missie valt niet te twijfelen. China kende de voorbije 25 jaar een gemiddelde economische groei van 9,5 procent, en dus verdubbelt zijn economie elke zeven à acht jaar in omvang. In dat tempo is het land met zijn 1,3 miljard mensen nog voor 2020 de grootste economie ter wereld na de Verenigde Staten. En vermoedelijk is dat nog maar het begin van het verhaal. Zelfs in de meest optimistische statistieken ligt de gemiddelde rijkdom per Chinees vandaag immers nog altijd maar op een zesde van het niveau van die van de Belg.

'De oostelijke kustprovincies zijn in welvaart naar ons peil aan het evolueren', zegt de economist Sylvain Plasschaert, professor emeritus van de Ufsia en de KULeuven en enkele jaren geleden auteur van het boek 'Wie is bang van China?'. 'Wat nu op gang komt, is de ontwikkeling van de provincies in het midden van het land, stroomopwaarts de Yangtze. Het gaat daar opnieuw om honderden miljoenen mensen.'

De fenomenale groei van het overbevolkte en tot voor kort onderontwikkelde land krijgt stilaan dezelfde spectaculaire dimensie als de opkomst van de Verenigde Staten als nieuwe allesovertreffende economische grootmacht omstreeks 1900. Op dezelfde manier als met Amerika toen, begint de hele wereld het effect te voelen van de gulzige nieuwkomer. China blijkt een echte grondstofzuiger. Het land was vorig jaar goed voor 40 procent van de wereldwijde vraag naar cement, 30 procent van ijzererts, en circa 20 procent van koper, aluminium, platina en zink. Het was op zijn eentje verantwoordelijk voor een derde van de groei van de wereldwijde oliemarkt, en dus ook een beetje voor de hogere prijzen aan onze benzinepompen de voorbije maanden.

China is inmiddels de grootste staalproducent ter wereld. 'Zelfs voor schroot, dat ook gebruikt wordt in de staalproductie, zijn de prijzen gestegen', merkt Paul Verstraeten, woordvoerder van de directie van Sidmar in Zelzate, op. 'Jarenlang schommelden de prijzen rond een bedrag van 100 euro de ton. Dit jaar zitten we dicht bij 300 euro. Wij vangen die schokken gedeeltelijk op doordat we met termijncontracten met leveranciers werken. Maar ook daarvoor is de tendens natuurlijk stijgende. Voorts zien we dat de staalmarkt in Europa bijna louter nog door Europese bedrijven bestreken wordt. De Aziaten hebben het te druk thuis.'

Doordat de staalprijzen stijgen, hebben de fabrikanten van huishoudtoestellen de voorbije maanden prijsverhogingen van 3 tot 5 procent aangekondigd. De Belgische non-ferrogroep Umicore daarentegen kon maandag voor de derde keer dit jaar een hogere winstverwachting melden. Umicore levert onder meer koper, waarvan de wereldmarktprijs sedert begin dit jaar met 30 procent steeg, en zink, dat 10 procent omhoogging.

Kan dat allemaal wel goed aflopen? De zuignap van de Chinese economie trekt wereldwijd ook de prijzen van scheepstransport omhoog. 'Enkele jaren geleden kostte het transport van ijzererts van Brazilië naar Gent nog zo'n 7 à 8 euro per ton', zegt Paul Verstraeten. 'Nu is dat 30 euro.'

Luc Maton, general manager voor de Aziatische vestigingen van de Antwerpse scheepvaartgroep Ahlers, bevestigt. 'Door de enorme groei van China wordt de beschikbare scheepscapaciteit voor containers wereldwijd vandaag voor 100 procent benut. Dat is bij mijn weten de allereerste keer dat dat gebeurt. Het gevolg is dat de transportprijzen spectaculair stijgen, en er files ontstaan, in Sjanghai en Hongkong, maar ook bij ons in Antwerpen en Rotterdam. Minder kostbare ladingen blijven soms weken liggen vooraleer ze een schip vinden. Maar wij treuren niet. De reders mogen na enkele magere jaren dit jaar uitstekende resultaten verwachten.'

'De Chinezen hebben nu zelf schepen met een laadcapaciteit van 180.000 ton besteld, in Korea en in eigen land', vermeldt Sylvain Plasschaert. 'En ze zijn zich wereldwijd aan het nestelen in de grondstoffenproductie: voor gas in Algerije, voor olie in Nigeria, voor koper in Zambia en Peru. Kijk ook naar onze Antwerpse haven, waar de grote Chinese scheepvaartgroep Cosco zich deze week voor zijn containers een plaats heeft ingekocht aan het Deurganckdok.'

'Sjanghai bouwt een containerterminal op de nabije Yangshan-eilanden in zee', zegt Luc Maton, 'Daar vinden ze de vereiste diepgang van 15 meter voor de allergrootste schepen, de maatstaf die we hier voor onze Westerschelde wensen. Die diepzeehaven krijgt zestig ligplaatsen over 22 kilometer, en wordt via een 31 kilometer lange brug verbonden met het vasteland. Volgend jaar moet Yangshan al 3 miljoen teu kunnen verwerken (1 teu = een container van ca. 6 meter lang). Tegen 2020 moet dat 25 miljoen teu zijn, of het dubbele van Antwerpen en Rotterdam samen vandaag. Waarschijnlijk zijn de opportuniteiten voor de binnenlandse logistiek van China, van vrachtwagens tot treinen en zelfs pakjesdiensten via de lucht, nog groter. Daar hebben ze nog een enorme achterstand in te halen.'

Inmiddels neemt wel het aantal bottlenecks toe, zoals storingen in de elektriciteitsaanvoer in China en een wereldwijde inflatoire druk. De Chinese regering voerde daarom op 28 oktober voor het eerst sedert jaren nog eens een renteverhoging door.

'Zolang China echter verzekerd blijft van naar schatting 150 miljoen arbeidskrachten die de komende jaren vanuit de landbouw vrijkomen, zal zijn arbeid goedkoop blijven', zegt Plasschaert. 'Tegen loonkosten die 75 procent lager liggen dan in West-Europa. Op die manier leveren zij ons en de rest van de wereld een pak producten die goedkoper zijn dan voorheen.'

Daarbij gaat het niet alleen meer om speelgoed (30% van de wereldhandel in 2003) en textiel (20%), maar ook om elektronica: vorig jaar waren de helft van alle nieuwe dvd-spelers en digitale camera's en ongeveer een kwart van alle gsm's en kleurentelevisiesvan 'made in China'. Peking wil op termijn ook op het terrein van de spitstechnologie meespelen. China's hoger onderwijs levert nu al elk jaar 325.000 ingenieurs af.

Natuurlijk is niet iedereen gelukkig. Protest van Amerikaanse vakbonden tegen de outsourcing van bedrijven naar onder meer China leverde tijdens de voorbije presidentsverkiezingen een van de belangrijkste economische thema's op. 'Amerikaanse beha-producenten hadden de voorbije jaren al een deel van hun productie verlegd naar Honduras', vertelt professor Plasschaert, 'maar ze werden dan nog weggeconcurreerd door de Chinese import. Daar zal ook wel lingerie van onze Belgische Van de Velde bijgeweest zijn, die al jaren in China produceert. Bush heeft vervolgens een jaar lang quota's op de Chinese beha's ingesteld. Waarna die weer Amerikaans, maar ook duurder werden.'

Het doet denken aan het eind van de jaren tachtig, toen Japan floreerde en Europese en Amerikaanse overheden de auto-industrie van dat land 'vrijwillige exportbeperkingen' oplegden. Hoe hevig kan de botsing met het veel grotere China worden, bijvoorbeeld als er straks gewoon te weinig olie is om tegelijk China en het Westen te bedienen?

'Tja, je hoort soms verkondigen dat een machtsverschuiving van die aard altijd gewelddadig is verlopen', zegt Plasschaert. 'Maar het verschil is dat China ontzettend veel buitenlandse investeringen binnenlaat. Soms vraag ik me af of ook bij hen niet het risico van een backlash tegen al die buitenlandse invloeden bestaat. De verbindingen tussen de Chinese en de wereldeconomie zijn zo intens dat niemand zich grote spanningen kan veroorloven zonder in eigen vlees te snijden. China levert in toenemende mate het kapitaal voor de financiering van de fiscale en handelsdeficits van de Verenigde Staten. Theoretisch kunnen ze die kraan elk moment dichtdraaien. Maar dan nekken ze meteen hun beste klant.'

Eind jaren tachtig werd overigens ook voor Japan voorspeld dat het zou blijven groeien tot in de economische stratosfeer. Maar na 25 jaar ongebreidelde groei volgde vanaf 1990 twaalf jaar stagnatie. Kan dat ook niet in China gebeuren? 'Dat kan altijd', zegt Plasschaert, 'en niemand kan dat voorspellen. Maar het zwaartepunt van de wereldeconomie verschuift hoe dan ook naar ginder. Vergeet niet dat ook India geweldig groeit. De wereld verandert, en ze verandert altijd maar sneller.'

Rolf FALTER

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud