<I>Pigment</I> over servicewinkels: Nieuw leven in doods dorp

(tijd) - In heel West-Europa klinkt steeds luider een noodkreet van afgelegen woonkernen die verlaten zijn door hun gefuseerde gemeentebestuur, door de geprivatiseerde overheidsdiensten en, bij gebrek aan kinderen, finaal ook door de scholen. In Nederland is een mogelijke remedie volop in opgang: de servicewinkel. De Waalse regering kijkt aandachtig toe.

'God ja, er was hier vroeger een klein supermarktje, en een kantoor van de Rabobank ook, en er waren een paar cafés. Nu is er enkel nog een cafeetje dat open is op vrijdagavond en op zondag. Ook al hebben we hier drie muziekverenigingen en een dames- en herenvoetbalploeg en wat zaalsporten.' Karina Hof heeft net haar servicewinkel geopend in het ontmoetingscentrum van Jabeek, een landelijk gehucht van zo'n 700 inwoners voorbij Sittard in Nederlands-Limburg.

Ze woont hier zelf, al ruim tien jaar. 'Je komt hier voor de rust, de landelijkheid. Het bevolkingsaantal van Jabeek is stabiel, denk ik. Er komen nog altijd jonge mensen bij. De woonprijzen zijn iets interessanter dan elders. Maar als je naar Maastricht moet, in vogelvlucht zo'n 20 kilometer van hier, heb je gauw een half uur rijden voor de boeg. We hebben wel nog een basisschool, gelukkig maar.'

Vaak is dat het kritieke punt. Wie er regelmatig West-Europese kranten op naslaat, merkt dat het probleem van de landelijke kernen overal bestaat. Administraties zijn grootschaliger gemaakt, zoals gemeentebesturen en bibliotheken, ziekenfondsen en ziekenhuizen. De geprivatiseerde posterijen en banken vinden kantoren in kleine kernen niet meer rendabel. De telefoonoperatoren denken hetzelfde over gsm-masten. Stations worden opgedoekt. Kruideniers kunnen de concurrentie niet meer aan met supermarkten. Cafés worden schaars. Als wegens te weinig kinderen dan ook nog de basisschool sluit, komen er zeker geen jonge gezinnen meer bij, en takelen enkele jaren later de jeugdverenigingen en de sportploegen af.

'Wij spreken wel eens van een minimale kritische massa', zegt Patrick Maes, coördinator van het streekplatform Haspengouw in het Belgisch-Limburgse Heers. 'De chemie van zo'n kerkdorpen, zoals je die bij ons bijvoorbeeld tussen Tongeren en Sint-Truiden vindt, is complex. Globaal gesproken neemt de bevolking in Haspengouw niet meer af, maar er zijn zeer grote verschillen in evolutie tussen ogenschijnlijk soortgelijke kernen. Een goede verbinding trekt duidelijk meer volk aan, en dan blijft zo'n dorpskern overeind, ook al werken de mensen elders en gaan ze ook elders de meeste inkopen doen. Maar is die verbinding er niet, dan bloedt zo'n dorp langzaam dood.'

In het zuiden van Nederlands-Limburg zijn nu vijf servicewinkels open, waarvan die van Karina Hof in Jabeek, en één zelfs in een stadswijk, Spekholzerheide in Kerkrade. De bedoeling is telkens enkele nutsvoorzieningen, uit de publieke en de privé-sector, bijeen te brengen in één punt. Zo'n servicewinkel kan in een bibliotheek gevestigd zijn, of in een VVV-kantoor, of bij de laatste lokale kruidenier.

In Jabeek ligt de winkel in het ontmoetingscentrum. Het kleine winkeltje van Hof heeft op het eerste gezicht enkel veel folders - van Rabobank, van het gemeentebestuur, van de energiemaatschappij Essent, van het uitzendbureau Tempo-Team enzovoort - en wat telefoons in huis. 'De bedoeling is dat de mensen eerst zichzelf kunnen behelpen, via de folders, via het internet en via de contacttelefoon waarmee ze meteen iemand van de betrokken maatschappij aan de lijn krijgen. Ik help hen daarbij of ik kan ook zelf contact opnemen met de diensten. Daarnaast verkoop ik allerhande, van postzegels over kranten en broodjes tot stripkaarten van de bus. In derde instantie kunnen we altijd iemand van de hier aanwezige diensten uit de hoofdgemeente laten komen. Je kan hier ook bestellingen komen afhalen van de apotheek in het hoofddorp.'

'Het idee komt van het consultantsbureau IBC', zegt Sandra Adriaansens van Servicewinkel BV, het dienstenbedrijf dat de winkels uitbouwt. 'IBC heeft partners uit de privé-sector en de overheid bijeengebracht. Er bleek bij beide meteen grote belangstelling. De Rabobank bijvoorbeeld heeft, als coöperatieve bank, een heel wijd vertakte clientèle, maar moest tegelijk ook rationaliseren in haar kosten. De overheid van haar kant liep al een tijd rond met dossiers over de leefbaarheidsproblemen in landelijke kernen.'

De eerste servicewinkel ging anderhalf jaar geleden open in Epen, in het uiterste zuiden van Nederland-Limburg. De vier andere, en de vijfde die maandag opengaat in Ubachsberg, behoren tot Parkstad, een samenwerkingsverband van acht gemeenten rond Heerlen en Kerkrade. Het is misschien niet toevallig het gebied in Nederland dat het eerst, en volgens alle analyses nog lang, met bevolkingsafname te kampen heeft, als gevolg van de demografische ommekeer.

De provinciale overheid in Maastricht legde half november tussen 10.000 en 15.000 euro subsidie opzij per startende servicewinkel. Zij wil in de provincie tegen 2006 27 servicewinkels zien openen. Servicewinkel BV oogst inmiddels, na een paar persartikels, ook belangstelling buiten de provincie en zelfs buiten de grenzen. 'Er zitten op dit ogenblik niet minder dan dertig projecten in de pijplijn, over heel Nederland', zegt Sandra Adriaansens, terwijl ze twee afgevaardigden van een grote wasserijketen door de modelwinkel loodst op een industrieterrein bij Eindhoven.

'Servicewinkel BV is opgericht door de diverse partners die het concept hebben uitgewerkt', vertelt ze. 'We werken voor elke gemeenschap een winkel op maat uit. Het moeilijkste is het contractueel vastleggen van ieders verplichtingen en van de financiële afspraken. Maar dat lukt. We leren ook al doende bij. We werken nog met verlies, maar de bedoeling is wel dat de zaak zelfbedruipend wordt. Anders is het concept op termijn niet leefbaar.'

Karina Hof in Jabeek houdt haar winkel 16 uur per week open. In de regel wordt het werk gedaan door iemand die al in overheidsdienst is, als VVV-verantwoordelijke of bibliothecaris bijvoorbeeld. Die krijgt een bijkomende opleiding. 'En een extra vergoeding, ten dele vast, ten dele variabel', zegt Sandra Adriaansens. 'Het geld komt van de participerende bedrijven en overheden. Iedereen heeft er baat bij omdat je de kosten reduceert door diverse diensten in één lokaal en bij één personeelslid samen te brengen.'

Benoit Lutgen, de Waalse minister van 'la ruralité' (het platteland), liet inmiddels de informatie over de servicewinkels al opvragen. In september lanceerde hij het idee van de 'superettes de services publics' voor de kleine dorpskernen. 'Wij zitten nu in het stadium van gesprekken met de betrokken actoren: De Post, de NMBS, Belgacom, de busmaatschappij TEC, enzovoort', zegt Lutgens medewerker Vincent Peremans. 'We inventariseren ook de behoeften. Het Waals Gewest definieert 'ruralité' als alle plaatsen met een bevolkingsdichtheid van minder dan 150 inwoners per vierkante kilometer. In principe is dat 40 procent van het grondgebied, dus zullen we keuzes moeten maken. Maar we hopen eind volgend jaar de eerste concrete projecten op te starten.'

Ook Unizo Vlaams-Brabant pleitte deze week op een persconferentie voor het concept van de servicewinkel. Streekplatform Haspengouw volgt de ontwikkelingen met interesse. 'Wij zijn bezig met enkele projecten, onder meer met de dienstencheques als middel om lokale werkgelegenheid te genereren', zegt Patrick Maes. 'Het concept van de servicewinkel is aantrekkelijk omdat het opnieuw een dienstenaanbod kan creëren in de kleine dorpskernen. Maar het is een mes dat aan twee kanten snijdt. Het kan de ideale hefboom worden om bijvoorbeeld ook volwaardige postkantoren in hoofddorpen te doen verdwijnen.'

'Ik denk niet dat men daar bevreesd voor moet zijn', zegt Sandra Adriaansens. 'Een bank zal geen kantoor sluiten als ze in een bepaalde lokaliteit voldoende publiek vindt om uit de kosten te geraken, want dan gaat de concurrentie misschien met die klanten lopen. Wij hoeden ons ervoor dat men overal servicewinkels wil openen op plaatsen waar het niet werkt. Een bedrijf als Rabobank heeft ook in de servicewinkels een minimale klantenkring nodig om uit de kosten te geraken, zelfs al ligt die gevoelig lager dan in een volwaardig kantoor.'

Zijn er dan voldoende klanten? 'Het heeft wel wat moeite gekost', zegt Karina Hof. 'Ik ken de mensen hier, maar heb toch nog wat moeten organiseren om hen de weg te doen vinden. Op een informatieavond waren maar negen mensen aanwezig. Vervolgens was er een ijsjesverkoop, zodat de kinderen kwamen. Toen kwam de pers erbij. Er was ook een actie 'Zomerkriebels', waarbij je boeken, pennen of een baseballpetje kon weggeven. En zo hebben de mensen het aanbod ontdekt. Nu werkt het. Alleen al voor de kerstpostzegels, iets speciaals bij ons in Nederland, loopt het hier storm.'

Rolf FALTER

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud