<I>Pigment:</I>Sven Nys herstelt Belgische dominantie in het veldrijden

(tijd) - Sven Nys zorgde gisteren in het Nederlandse Pijnacker voor de eerste Belgische wereldbekerzege van het het seizoen 2004-2005. Hij had 25 seconden voorsprong op de Nederlander Richard Groenendaal. De eerste twee manches van de Wereldbeker werden verrassend gewonnen door de Tsjechen Zdenek Mlynar en Klaus Ausbuher. Gisteren bleek dat de Belgen niet moeten vrezen voor hun dominante rol in het veldrijden.

Het scheelde niet veel of er stond voor de derde keer op rij geen Belg op het hoogste schavot van een wereldbekercross. Richard Groenendaal startte bijzonder sterk en had in een mum van tijd een voorsprong van meer dan een halve minuut op de rest van het deelnemersveld. Door een stuurfout kwam de Nederlander in het water terecht en kon Nys hem inhalen. Bij een tweede val van Groenendaal kon Nys genoeg voorsprong nemen om de zege veilig te stellen. Na de wedstrijd gaf de Vlaams-Brabander wel toe dat Groenendaal, zeker in het begin van de wedstrijd, beter was.

Voor de internationale strijd in het veldrijden is Groenendaal van onschatbare waarde. Hij is de enige niet-Belg die de voorbije vier jaren wedstrijden van de Wereldbeker kon winnen. Groenendaal kende twee jaar geleden een erg moeilijk seizoen. Hij leek zijn plaats aan de top te verliezen, maar hij nam die vorig seizoen weer in. Groenendaal won de finale van de Wereldbeker in Pijnacker en pakte in extremis ook de eindzege. Dit jaar maakte hij al indruk in de zware veldrit van Niel, de tweede manche van de Gazet van Antwerpen Trofee. Daar reed hij in de moeilijke stroken zomaar weg van de rest. Gisteren bewees hij opnieuw dat hij de belangrijkste tegenstander van de Belgen blijft.

Of de andere buitenlanders die dit jaar al een topcross wonnen even te duchten tegenstanders zullen worden, moet nog blijken. Ze zijn het in ieder geval nog niet. De Tsjechen Zdenek Mlynar en Kamil Ausbuher konden dit jaar een wereldbekerwedstrijd winnen maar dankten die zege mede aan een vlak parcours. In de openingsmanche in Wortegem-Petegem sprintte de Tsjech Zdenek Mlynar sneller dan de Belgen. Mario De Clercq werd tweede. Enkele jaren geleden zou De Clercq het misschien nog gehaald hebben maar op zijn 38ste heeft hij aan snelheid ingeboet. In Tabor kwam Ausbuher alleen aan. 'Het was natuurlijk verrassend dat de Belgen twee keer naast de zege grepen in de Wereldbeker maar dat kwam toch vooral door het parcours. Nu de veldrijders aan de zwaardere crossen begonnen zijn, zullen de wedstrijden weer meer door de Belgen gedomineerd worden', zegt de Belgische bondscoach Rudy De Bie.

Voor de Tsjechen was het lang geleden dat ze nog zo succesvol waren. De laatste Tsjech die een wedstrijd van de Wereldbeker won, was Radomir Simunek in 1994 in Loenhout. Het blijft afwachten of Mlynar en Ausbuher kunnen bevestigen. Enkele van hun landgenoten leverden al veelbelovende prestaties zonder dat ze die nadien konden bevestigden. Petr Dlask en Jiri Pospisil leken enkele jaren geleden op weg naar de top maar ze bleven hangen en zijn ondertussen respectievelijk 28 en 31 jaar.

Bij de wereldbekeroverwinningen van de Tsjechen werd het vlakke parcours aangehaald als een belangrijke reden waarom ze het tempo van de Belgen konden volgen. Dat argument viel echter weg toen de Fransman John Gadret de veldrit in Vossem won. Vossem is geen wedstrijd van de Wereldbeker, de Superprestige of de GVA Trofee maar wel een klassieker en een van de zwaarste wedstrijden op de kalender. Gadret is op zijn best in de modderkoersen waar ook geklommen moet worden en lijkt gewapend om het de Belgen de komende jaren lastig te maken. 'Dat Gadret in Vossem kon winnen is niet zo verrassend', vindt De Bie. 'Hij zit toch al een tijd regelmatig in de topvijf van een wedstrijd. Hij behoort nog niet tot de absolute top maar is er toch niet ver meer van verwijderd.'

In Vossem kon Sven Nys niet mee. Dat had alles te maken met zijn planning. Nys was dit seizoen al vroeg in vorm. Om te vermijden dat hij te vroeg in het seizoen uitgeblust zou zijn, bouwde hij in een periode zonder Superprestige- of wereldbekerwedstrijd een rustpauze in. Gadret profiteerde daar optimaal van. Gisteren moest hij echter 3 minuten en 18 seconden toegeven op Nys.

Het belangrijkste verschil met vorig jaar voor de Belgen zijn de slechte prestaties van Bart Wellens. Hij won dit jaar nog geen enkele wedstrijd. Vorig jaar was de wereldkampioen oppermachtig. Hij won toen 21 wedstrijden, vaak met een grote voorsprong. Door een beeninfectie in de zomer en de zware antibiotica die hij daarvoor moest nemen, werd zijn voorbereiding verstoord. In Pijnacker was Wellens er zelfs niet bij. Hij heeft een rustperiode ingebouwd en komt pas op 21 november in Asper-Gavere opnieuw in actie. De vraag is of hij zijn achterstand dit seizoen nog kan goedmaken.

Met hem faalt ook de rest van het Fidea-team. De verzekeraar pompt sinds dit jaar veel geld in het veldrijden en zorgt voor een professionele omkadering maar het bedrijf heeft daarvoor nog niet veel in ruil gekregen. Fidea begon met acht renners aan het seizoen, maar verloor Tim Pauwels. Die overleed op 26 september tijdens de cross van Erpe-Mere aan een hartstilstand. Het was een zware slag voor de ploeg, vooral voor zijn jongere broer Kevin Pauwels.

Het beste resultaat van Fidea dit jaar was de derde plaats van Erwin Vervecken in de wereldbekerwedstrijd van Tabor. Voor het overige kwam de ex-wereldkampioen amper in beeld. De andere dertiger van de ploeg, Peter Van Santvliet, heeft het al even moeilijk om zijn beste niveau te halen. De andere renners zijn nog te jong om al klinkende resultaten van hen te verwachten.

In het jeugdveldrijden is de buitenlandse concurrentie sterker dan bij de eliterenners met contract. In Pijnacker ging de zege bij de beloften naar Tsjech Martin Bina en bij de junioren won de Italiaan Davide Malacarne. Voor Bina geldt hetzelfde verhaal als voor de andere Tsjechen. Tsjechië is op wereldkampioenschappen traditioneel erg sterk in de jeugdcategorieën. Ze zijn meestal al groter en sterker dan hun leeftijdsgenoten. Maar vaak verteren ze de overgang naar de profs niet goed of blijkt hun progressiemarge te klein om ook bij de elite mee te draaien aan de top.

Het zijn echter niet alleen de Tsjechen die beter worden bij de jeugd, ook andere nationaliteiten doen weer mee. Op het Europees kampioenschap in Vossem grepen de Belgen naast de titels. De Nederlander Lars Boom won bij de beloften en de Zwitser Julien Tatamarcaz was de beste bij de junioren.

Toch trekt de Belgische bondscoach Rudy De Bie daaruit niet meteen de conclusie dat de dominante positie van de Belgen in gevaar is. 'In Pijnacker wonnen we niet maar er zaten bij de beloften wel vijf Belgen in de toptien. Dat is collectief een sterke prestatie. In het buitenland wordt wel beter met de jeugd gewerkt dan de vorige jaren maar de Belgen domineren toch nog altijd. Het Belgische blok is veruit het sterkste.'

Dezelfde redenering gaat op voor de eliterenners. In Wortegem-Petegem won Mlynar, maar de plaatsen twee tot en met zes werden ingenomen door Belgen. Ook in Tabor was dat het geval. En gisteren in Pijnacker eindigde Tim Van Nuffel als negende en laatste Belg op de 18de plaats.

Volgens De Bie is het allemaal een toevallige samenloop van omstandigheden. 'Er is wel een nivellering aan de top. Dat moeten we aanvaarden. Maar ik zou niet te veel conclusies trekken uit de wedstrijden die dit jaar al gereden zijn. Met de zwaardere crossen komen ook de beste veldrijders weer naar boven. En dat zijn nog altijd de Belgen. Nys en Groenendaal in vorm steken boven de rest uit.'

Dat bleek gisteren ook in Pijnacker. De twee Rabobank-renners herstelden er de orde. Ausbuher nam wel de beste start maar kwam verder niet in het stuk voor. Mlynar werd vijfde maar ook hij maakte op geen enkel ogenblik aanspraak op de overwinning. Gadret was pas 14de.

Een voordeel is ook dat de meeste Belgische profs nog jong zijn. 'We moeten zeker niet pessimistisch zijn. Sven Vanthourenhout breekt nu helemaal door. Hij is nog maar 23 en staat al aan de leiding in het UCI-klassement', zegt De Bie. En omdat ze al enkele jaren tot de absolute top behoren, zou men haast vergeten dat Sven Nys en Bart Wellens respectievelijk 28 en 26 jaar oud zijn. Ook zij kunnen nog wel enkele jaren mee.

Sven MASSART

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud