<I>Pigment:</I> Topsport en studie: een geslaagde combinatie

(tijd) - Aan de Belgische universiteiten trekt het nieuwe academiejaar zich op gang. De Vrije Universiteit Brussel heeft er een bekende student bij: Vincent Kompany. De Anderlecht-verdediger combineert zijn drukke voetballeven met studies economie. Kompany mag dan misschien de bekendste zijn, hij is niet de enige studerende topsporter. Is de combinatie studie-topsport wel haalbaar en waar kunnen studenten terecht als hun sportagenda niet te combineren valt met de universitaire planning?

Nicolas Lombaerts is verdediger bij eersteklassevoetgbalclub AA Gent. Lombaerts mag dan niet bekend zijn bij het grote publiek, de 20-jarige Bruggeling is een vaste waarde voor Gent-trainer Georges Leekens en miste dit seizoen nog geen enkele wedstrijd in de Belgische eerste klasse. Nochtans is hij een van de jonge mensen die zijn sportcarrière met studies combineert. Lombaerts begint dit academiejaar aan zijn eerste licentie in de rechten aan de Universiteit Gent.

'Ik heb een topsportstatuut waardoor ik mijn examens kan verplaatsen als er op dat moment belangrijke wedstrijden zijn met AA Gent', zegt Lombaerts. 'Ook tijdens het jaar kan ik bijvoorbeeld verplichte praktische oefeningen naar een andere datum verschuiven, maar dat is niet altijd even gemakkelijk. Ten eerste moet ik alles zelf regelen en soms zijn de professoren niet bereid examens te verplaatsen voor één persoon. Bovendien begon het seizoen bij AA Gent door de Intertoto Cup al erg vroeg, waardoor ik niet veel tijd had om te studeren.'

Lombaerts heeft zijn kandidatuur in de rechten behaald, maar had wel telkens een tweede zittijd nodig. 'In de eerste zit slagen, is erg moeilijk', stelt Lombaerts. 'Het seizoen duurde tot midden mei en eind mei had ik al mijn eerste examen. Als je tijdens het jaar al niet veel tijd hebt om naar de lessen te gaan, is dat bijna onmogelijk. Ik denk dat ik dit jaar maar 15 lessen heb bijgewoond.'

Lombaerts merkt ook dat hij tijdens die examenperiodes niet honderd procent is als atleet. 'Als je tot tien, elf uur achter je bureau zit om te studeren, dan voel je je 's anderendaags toch minder fris dan anders. Ik merkte ook dat ik het in augustus, aan het begin van het seizoen moeilijker had. Naar het einde van de wedstrijd toe, had ik vaak last van krampen. Dat kwam door de stress en de vermoeidheid.'

'Gelukkig krijg ik op de club veel steun van trainer Georges Leekens. Hij heeft ook gestudeerd en steunt me 300 procent. Dat geeft me een extra stimulans en hij vindt het ook niet erg als ik eens een training mis door een examen of een belangrijke les. Veel trainers zouden daar moeilijk over doen.'

Lombaerts heeft het geluk dat Leekens een steun is, maar vele topsporters moeten zelf uitdokteren hoe ze sport en studie kunnen combineren. Interimbedrijf Randstad speelde op die problematiek in en richtte Randstad Sport op. Caroline De Roose leidt het project. De Roose was 17 jaar lang topbasketbalster en combineerde haar sport met studies economie en Duits. Heel wat atleten gaan bij haar te rade voor het verloop van hun carrière, of na hun carrière om te vragen welke richting ze uit moeten.

'We verdienen daar nauwelijks geld aan', zegt De Roose. 'Randstad is met een marktaandeel van 23 procent marktleider in België in interim-arbeid. Als op drie na grootste werkgever van het land hebben wij een soort maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de bedrijfswereld heet dat 'corporate social responsability'. Het begeleiden van topsporters valt daar voor een stuk onder. In de traditioneel sterke sportlanden, zoals Australië, wordt wat wij doen ondersteund door de overheid.'

'Topsporters zijn meestal ook verstandige mensen. Je bent niet top in je sport als je dom bent', zegt De Roose. 'Maar het probleem is dat je door topsport vaak je persoonlijke intelligentie niet kan ontwikkelen. Terwijl anderen nieuwe competenties aanleren, zijn topsporters die niet voortstuderen exclusief met hun sport bezig. Ik vind het jammer dat sommige atleten op hun 17de al heel volwassen klinken, maar dat vijf jaar later de inhoud van wat ze vertellen nauwelijks veranderd is.'

Randstad startte ook de Randstap Topsport Academie op. Samen met de Erasmus Hogeschool in Brussel startte het bedrijf een richting communicatiemanagement op voor topsporters. 'De studenten krijgen er vakken over media, marketing, communicatie, economie: allemaal zaken die ze tijdens hun carrière meteen kunnen toepassen. Er studeren 13 topsporters aan de Topsport Academie. De bekendste zijn Anderlecht-verdediger Mark De Man en triatleet Peter Croes.'

Het belangrijkste gedeelte van de job van De Roose bestaat erin topsporters in hun carrière te begeleiden, of dat nu tijdens, ervoor of erna is. 'Ik doe al zes jaar aan carrièrebegeleiding', vertelt De Roose. 'In die tijd hebben zo'n 450 atleten met ons contact opgenomen. We stellen onze knowhow in human resources ter beschikking van de atleten. Als iemand zoals Vincent Kompany naar ons komt met de vraag of hij kan studeren en voetballen terzelfdertijd, dan overlopen wij wat de mogelijkheden zijn, we kijken naar de competenties en we kijken natuurlijk ook waar de atleet al staat in zijn sportieve carrière. Kortweg: waar bevindt de persoon zich en waar wil hij naartoe?'

'Dergelijke analyses zijn natuurlijk heel persoonlijk. Er is geen pasklare oplossing voorhanden. Ten eerste vragen de verschillende sporten een heel andere aanpak, ten tweede hangt het ook sterk af van de wil van de atleet om te werken aan zijn of haar persoonlijke ontwikkeling.'

De Roose benadrukt het belang van de persoonlijke ontwikkeling door studies naast de sportcarrière. 'Veel sporters die niet studeerden, weten hoegenaamd niet wat te doen na hun carrière', zegt De Roose. 'Sommigen weten zelfs niet wat ze in hun cv moeten zetten, terwijl ze wel zes talen spreken. Het gaat erom dat je tijdens je carrière al een paar pijlen op je boog steekt voor later. Het is trouwens ook niet altijd goed om je op één ding te concentreren. Atleten die alleen met hun sport bezig zijn, willen vaak te snel pieken en zijn al opgebrand aan hun 23ste. Terwijl bij heel veel sporten je pas piekt op je 28ste.'

'Atleten mogen ook niet denken dat ze 'het wel met hun bekende kop zullen halen'. Velen zien zich na hun carrière meteen beginnen in een job in public relations, maar eerlijk gezegd: daar zitten bedrijven niet altijd op te wachten. Het is niet omdat je bijvoorbeeld een Europese zwemkampioene bent dat je ook een goede pr-functie kan uitoefenen.'

De Roose moet in haar functie ook veel bemiddelen tussen de atleten en de universiteiten. Volgens haar ervaringen staat de Vrije Universiteit van Brussel (VUB) duidelijk het verst in de faciliteiten naar de studenten toe om hen toe te laten aan topsport te doen. De Brusselse universiteit is een echte voortrekker. Zo combineerden onder meer triatlete Kathleen Smet, zeiler Sébastien Godefroit en judoka Ann Simons een studie aan de VUB met hun topsportcarrière.

'18 jaar geleden zijn wij begonnen topsporters faciliteiten te geven om sport en studie te combineren', vertelt Paul De Knop, decaan van de faculteit lichamelijke opvoeding en kinesitherapie en tevens projectverantwoordelijke op de VUB van topsport en studie. 'In het begin kreeg ik heel wat tegenkanting. We gaven onze topsporters de mogelijkheid hun studiejaar op te splitsen, maar men vond dat we het hun te gemakkelijk maakten. De critici vergaten er wel bij te vermelden dat de studies voor die topsporters dubbel zo lang werden.'

'Ondertussen is de maatschappij daarin toegeeflijker geworden. We hebben nu per faculteit een 'tutor' als tussenpersoon voor de atleet-student en de universiteit. Al die begeleiders staan onder een centrale begeleider, Paul Wylleman, die alles coördineert. Er wordt bemiddeld over afwezigheden, sommige begeleiders geven bijlessen en we bekijken bij sommigen de mogelijkheden om vanop afstand te studeren. Bovendien zijn er bij ons heel wat sportieve mogelijkheden. We hebben door een publiek-private samenwerking een nieuw sportcomplex kunnen bouwen met de grootste fitnessruimte van Brussel. Op die manier kunnen de studenten ook op de campus aan krachttraining doen. Er is ook een kinesicentrum aanwezig, Wylleman is een sportpsycholoog die hen kan bijstaan en we zorgen voor voedingsbegeleiding indien nodig.'

Net zoals Caroline De Roose vindt De Knop het goed dat topsporters proberen te studeren. 'Voor een 100-meterloper bijvoorbeeld is het heel eentonig trainen. Hij kan ook in het krachthonk werken, maar uiteindelijk ben je veel met hetzelfde bezig. Iedereen heeft graag wat afwisseling, dat geldt ook voor een topsporter.'

Toch mogen de studenten het niet gewoon zien als een tijdverdrijf. 'We vertrekken heel duidelijk van het idee dat ook de topsporters in de eerste plaats naar de universiteit komen om te studeren. We zijn bereid ervoor te zorgen dat de studies niet ten koste gaan van hun sport, maar de eindtermen zijn dezelfde als om het even welke andere student. Daar zijn we heel streng in. Het is niet omdat je topsporter bent, dat je studies makkelijker moeten zijn.'

Dat Vincent Kompany voor de VUB koos, vindt De Knop wel een eer, maar hij vermijdt dat soort media-aandacht liever. 'Het is een wedstrijd die we niet kunnen winnen', legt De Knop uit. 'Als hij het haalt, zal iedereen zeggen dat het aan de VUB veel gemakkelijker is, als hij het niet haalt, zullen ze zeggen dat we een topper binnengehaald hebben om wat promotie te maken voor de universiteit, maar dat we die jongen niet voldoende geholpen hebben. Ik heb veel liever dat onbekendere studenten-sporters voor ons kiezen, die dan later doorbreken en kunnen zeggen dat ze hun doorbraak voor een deel aan ons te danken hebben.'

Stijn DE GROOTE

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud