<I>Pigment:</I>Zusterliefde onder steden

(tijd) - Jaak Gabriëls, de VLD-burgemeester van Bree, trok onlangs naar China om de verzustering met de stad Yangzhou officieel te bezegelen. Antwerpen heeft iets met Sjanghai en Sint-Petersburg, Lommel met Ongwediva in Namibië. Zustersteden: zijn dat plekken waar je als burgemeester vakantie neemt op kosten van de belastingbetaler? Of gaat het concept de folklore voorbij?

Toen de Breese burgermeester Gabriëls naast zijn Chinese collega Wang het indrukwekkende vuurwerk aanschouwde dat ter ere van zijn komst werd opgevoerd, voelde hij zich een beetje gegeneerd. 'Beseft u toch over welk verschil in schaal het hier gaat?', vroeg hij mevrouw Wang bezorgd. 'Wij zijn maar een bescheiden stadje van 15.000 inwoners, terwijl u 5 miljoen onderdanen heeft.' Maar de burgemeester van Yangzhou antwoordde: 'De grootte is van geen belang. Het is het hart, de collegialiteit die we bij u hebben gevonden.'

In 1999 toonde de Chinese miljoenenstad voor het eerst interesse in een verzustering met Bree. Dat was ingegeven door een verlangen de banden aan te halen met een Europese stad of regio die centraal gelegen was. Vrienden van Jaak Gabriëls die in Yangzhou als consultant werkten, wezen het plaatselijke stadsbestuur de weg naar Bree. Door het immense schaalverschil twijfelde Gabriëls aanvankelijk, maar toen duidelijk werd dat het partnerschap anders bezegeld zou worden met Wallonië, hapte hij toe.

De verzustering werpt vruchten af. In het kielzog van Gabriëls sleepten de tentenbouwer Veldeman uit Bree en de fabrikant van de Jaga-radiotoren uit Diepenbeek deze maand lucratieve contracten in de wacht. Binnenkort verwacht Gabriëls ook een belangrijke Chinese investering in België te kunnen aankondigen.

Wat heeft een kleine Vlaamse stad een Chinese reus te bieden? 'Ze zien Bree als een poort naar Europa', zegt Gabriëls. 'Dat hebben ze mij net nog bevestigd. Onze strategische ligging is belangrijk: in het hart van Europa, met een ontzettend interessant hinterland. Bovendien onderhouden wij een actief netwerk van zustersteden in Europa. We hebben banden met het Duitse Geldern, het Italiaanse Volpago en Salomo in Spanje. Dat maakte ons nog interessanter.'

Yangzhou heeft in Europa zelf een zusterband met het Italiaanse Rimini en het Duitse Offenbach, ook niet meteen metropolen. Maar volgens Gabriëls hebben juist kleine steden een extra troef: 'Wij zijn geen navelstaarders. We zijn ons bewust van onze kleinschaligheid en gaan het daarom altijd verder zoeken. We brengen de mensen van Yangzhou niet alleen in contact met investeerders en projecten uit Bree, maar bezorgen hen interessante connecties in Limburg en Vlaanderen. Ze stellen het op prijs dat wij, in tegenstelling tot grote steden, minder gebonden zijn door de grenzen van onze stad.'

Maar ook grote steden halen belangrijke partnerschappen binnen. Antwerpen onderhoudt speciale relaties met Sjanghai, Sint-Petersburg en New York. Niet toevallig alledrie havensteden, al heeft dat enkel in het geval van Sjanghai een strategisch belang. 'Die band bestaat al meer dan twintig jaar, en ze legt ons geen windeieren', vertelt Dirk Delechambre, verantwoordelijke voor de internationale relaties bij de stad Antwerpen. 'We maken afspraken om zoveel mogelijk trafiek te genereren tussen de havens, en er is een samenwerking tussen onze universiteiten, voornamelijk voor de uitwisseling van studenten management.'

Met Sint-Petersburg en New York wordt vooral cultureel samengewerkt. En er is ook de strategische zusterband met Ludwigshafen, waar de hoofdzetel van chemiereus BASF gevestigd is. 'Dat bedrijf is een van de grootste private werkgevers in onze stad. U begrijpt dat het voor ons belangrijk is goede relaties te onderhouden met hun thuisbasis.'

Steden als Antwerpen of Bree, die op zoek gaan naar strategische contacten, doen dat op eigen houtje. De zusterbanden die ze smeden staan los van het 'officiële' Europese systeem van de jumelages. Dat beoogt het Europese burgerschap te bevorderen door uitwisselingen in het verenigingsleven. Geen missies met zakenlieden dus, maar heen-en-weer-reisjes met fanfares, sportclubs of jeugdverenigingen.

Al vindt Betty De Wachter, bij de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) coördinator voor de internationale samenwerking, dat we daar niet neerbuigend over mogen doen. 'De jumelages stammen uit een vredesinitiatief dat na de Eerste Wereldoorlog werd opgezet door Duitse en Franse burgemeesters. Ze vonden het hoognodig dat Fransen en Duitsers elkaar beter zouden leren kennen, dat ze burgers zouden uitwisselen om komaf te maken met oorlog in Europa. Vandaag speelt dat vredesverhaal niet meer, maar het idee dat burgers elkaar moeten leren kennen in een verenigd Europa, des te meer.'

Om die reden kunnen projecten tussen zustersteden een aanvraag doen voor Europese subsidies. De Unie trekt er 12,5 miljoen euro per jaar voor uit. 'Peanuts in vergelijking met andere fondsen', zegt De Wachter, 'maar er kunnen toch 2.000 jumelages per jaar mee gesubsidieerd worden. Dat betekent dat elke deelnemer aan een project ongeveer 14 euro per dag krijgt voor zijn verplaatsings- en verblijfskosten.'

De Vlaamse steden en gemeenten hebben momenteel 183 jumelages lopen. Duitse partners zijn daarbij het felst begeerd, gevolgd door steden en gemeenten uit Frankrijk, Nederland, Roemenië en Polen. 'Er is tegenwoordig veel vraag naar zusterbanden met Poolse steden', zegt De Wachter. 'Er is blijkbaar iets in de mentaliteit dat aanspreekt: ik hoor nogal wat mensen zeggen dat het klikt met de Polen. Het is bovendien niet ver. En ik ga ook niet ontkennen dat strategische belangen soms meespelen: het is altijd interessant connecties te hebben in de belangrijkste nieuwe lidstaat van de EU.'

Bij de keuze van een zusterstad wordt nogal naar gelijkenissen gekeken. Mijnsteden zoeken mijnsteden, een wijnstad uit de Moezel zoekt een zuster in de Franse champagne. Of men smeedt een band omwille van dezelfde naam, zoals het Vlaamse Bocholt met zijn Duitse naamgenoot. 'Bocholt is een mooi voorbeeld van een succesrijke verzustering die al meer dan 25 jaar standhoudt', vertelt De Wachter. 'Op jaarbasis wisselen ze 10 procent van hun bevolking uit: mensen uit verschillende verenigingen die voor enkele dagen logeren bij een gastgezin in hun zusterstad. Dat zijn geen grote strategische belangen die spelen, nee. Maar het draagt toch bij tot een betere verstandhouding onder Europeanen. '

In de marge van die programma's worden ook wel eens ambtenaren uitgewisseld, die dan bij de bevriende gemeente gaan kijken hoe ze daar hun bibliotheek organiseren of hoe ze hun milieubeleid aanpakken. Maar de focus ligt altijd op de burgers.

Waar dat bestuursaspect wel ten volle speelt, is bij de stedenbanden die Belgische steden en gemeenten sluiten met partners uit ontwikkelingslanden. Daarvoor loopt zowel op Vlaams als op federaal niveau een subsidieprogramma.

Met de Vlaamse overheid sloten 17 gemeenten een convenant af, waardoor ze kunnen rekenen op 96.000 euro om gedurende drie jaar een stedenband te onderhouden met een partner in het Zuiden.

'In nogal wat ontwikkelingslanden is een decentralisatieproces aan de gang, waardoor lokale overheden plots met een hoop nieuwe bevoegdheden worden opgezadeld', legt Nathalie Slosse van het VVSG uit. 'Het is de bedoeling dat Vlaamse steden en gemeenten bestuurservaring uitwisselen met hen. Dat gaat over concrete dingen: hoe organiseer je een gescheiden afvalophaling, hoe voer je een financieel beleid, enzovoort. Ambtenaren uit het Zuiden kunnen dan enkele weken stage lopen bij hun zustergemeente, of mensen van hier gaan ter plekke om een pilootproject te helpen opstarten. Daar gaat het grootste deel van het budget naartoe, naast sensibilisering over ontwikkelingssamenwerking voor de ambtenaren hier bij ons.'

Een enthousiast verhaal horen we in Lommel, dat in 1998 een stedenband smeedde met Ongwediva in Namibië en in 2003 met Ciudad da Rio in Nicaragua. Die kennisoverdracht levert echt tastbare resultaten op, vertelt Noord-Zuid-ambtenaar Toon Jansen. 'Een ambtenaar van Ciudad da Rio had hier opgemerkt dat wij op drukke plaatsen altijd vuilbakken plaatsen. Nu hebben ze dat daar ook ingevoerd: rond de kiosken waar drank wordt verkocht, op de pleintjes. Het afvalprobleem is er een stuk minder op geworden.'

'Ook de toerisme-ambtenaar van Ongwediva heeft hier enkele weken stage gelopen. We hebben hem getoond hoe wij onze kleine gemeente toeristisch in de kijker werken. We hebben de man meegenomen naar Toerisme Limburg en Toerisme Vlaanderen. Hij heeft gezien welk ongelooflijk economisch potentieel toerisme inhoudt. Ongwediva ligt op honderd kilometer van het Etosha National Park. Daar gaan ze nu iets mee proberen te doen.'

Ine RENSON

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud