<I>Pigment over de Amerikaanse marine:</I> Baas op zee

(tijd) - Het Angelsaksische militaire overwicht op de wereldzeeën staat al 200 jaar nauwelijks ter discussie. Vandaag precies 200 jaar geleden vernietigde de Britse Navy ter hoogte van Kaap Trafalgar, halverwege tussen Cadiz en Gibraltar in het uiterste zuiden van Spanje, een Frans-Spaanse vloot die door Napoleon Bonaparte was uitgestuurd om de zee vrij te maken voor een invasie van Engeland. Maar wat betekent de Amerikaanse dominantie op alle zeeën vandaag nog, bijvoorbeeld voor de veiligheid van de steeds talrijker commerciële scheepvaartroutes in een globale wereldeconomie?

'Als je aan boord bij de Engelse marine aan tafel zit en de porto gaat rond, dan mag je die fles enkel met de linkerarm uitschenken en doorgeven', vertelt Willy Herteleer, voormalig stafchef van het Belgische leger en vice-admiraal van de Belgische marine. 'Doe je dat niet, dan word je vriendelijk verzocht van tafel te gaan. Dat gebeurt uit eerbetoon aan Nelson, die voor hij in Trafalgar sneuvelde, in vroegere zeeslagen al zijn rechterarm had verloren.'

'Mijn ruggengraat is aan stukken', zei Horatio Nelson, de bevelhebber van de Britse vloot. Op 21 oktober 1805 om half twee 's middags was hij op het dek van zijn schip Victory, temidden van felle gevechten, getroffen door een kogel uit een Franse musket. Hij stierf drie uur later, in zijn admiraalskajuit, wel nog in het besef dat zijn vloot de slag met de Fransen en de Spanjaarden had gewonnen.

Sedertdien prijkt het standbeeld van Nelson hoog op een immense zuil met bas-reliëfs over de zeeslag op Trafalgar Square, het absolute hart van Londen. Voor vele Britten is Trafalgar hun finest hour.

Twee jaar al had Bonaparte van Napels tot Texel schepen laten bouwen, geld opgehaald in Amsterdam, kanonnen laten smelten in Luik, kaaimuren laten aanleggen in Antwerpen, en een leger samengebracht in Boulogne.

Gedurende vele maanden had hij van overal in een gigantisch strategisch manoeuvre, en onder het oog van de altijd waakzame Engelsen, schepen laten samenbrengen in de Cariben, totdat ze met meer in aantal zouden zijn dan de Britten. In augustus 1805 was alles klaar. Maar een diplomatiek manoeuvre van de Britse premier William Pitt, die de Russen en de Oostenrijkers overtuigde mee in de oorlog te stappen, verplichtte Bonaparte met zijn troepen vanuit Boulogne oostwaarts te trekken, naar Austerlitz (in het huidige Tsjechië), waar hij op 2 december 1805 zijn grootste overwinning zou behalen.

Precies daarom was het zo belangrijk dat zes weken voordien zijn marine volledig vernield was geworden. De Frans-Spaanse vloot van 33 schepen voer op 20 oktober 1805 de haven van Cadiz uit, waar ze al ruim een maand was opgewacht door de Engelsen met 27 schepen. De slag zelf (zie www.bbc.co.uk/history, met onder meer een animatie van het verloop, of het boek 'Battle at Sea' van de voortreffelijke John Keegan), de dag nadien, duurde amper zes uur. Nelson, die een uiterst onorthodox aanvalsplan had en zijn medewerkers een voor die tijd ongewone vrijheid van handelen toevertrouwde, had er een beslissende bijdrage in.

In de slag werden 8.500 soldaten gedood of gewond, van wie een zeer hoog aantal op zee. Honderden bemanningsleden op grote schepen vuurden met tientallen zeer zware kanonnen ontelbare salvo's af, wat tot afschuwelijke slachtpartijen leidde. De dodenlijst werd de dag nadien nog een stuk langer toen de meeste beschadigde schepen, vaak nog met vele gewonden aan boord, in een hevige storm ten onder gingen. Maar Napoleon mocht het vergeten zijn meest verbeten tegenstander ooit nog te overwinnen. Trafalgar was zijn Stalingrad.

'De Britten waren van dan af baas op zee', legt vice-admiraal Herteleer uit. 'Al is het theoretische concept van de zogenaamde command of the seas, zoals zo vaak, pas na de feiten uitgevonden. Dat gebeurde eind negentiende eeuw door de Amerikaan Alfred Mahan in zijn 'Influence of Sea Power upon History'. Mahan inspireerde zich op Trafalgar en de gevolgen ervan op Bonapartes machtspositie, om te concluderen dat het vermogen om elke slag op open zee te kunnen winnen, essentieel was om als natie nooit overwonnen te kunnen worden.'

Mahan werd gretig gelezen door de Duitse keizer Willem II en zijn officieren. Maar in de Eerste Wereldoorlog lieten de Britten de Duitse vloot niet verder komen dan het Skagerrak, en in de Tweede zette Hitler alles, en finaal tevergeefs, op duikboten. Groot-Brittannië was in 1939 nog altijd de sea power bij uitstek, maar werd na de Japanse aanval op Pearl Harbour eind 1941 compleet overvleugeld door zijn Amerikaanse bondgenoot.

'De Amerikanen investeerden volop in vliegdekschepen, waarvan ze er initieel maar twee hadden, en vernietigden de vier die Japan had, in de slag bij Midway op 4 juni 1942, de laatste grote zeeslag die we gekend hebben. Van dan af ontwikkelden ze een nieuwe variant op het idee van de sea power: ze verlengden die als het ware naar het land. Eiland na eiland in de Stille Oceaan werd volledig vanuit de zee veroverd, met vliegtuigen, bevoorradingsschepen en marines die met amfibievoertuigen aan land gingen en infanterietaken verrichten met vanop zee geleverde tanks. In Normandië in 1944 kwam bijvoorbeeld de luchtsteun nog vanop het land aan de overkant van het Kanaal.'

Sedertdien beheerst Washington de wereldzeeën, en zelfs tijdens de Koude Oorlog werd aan die positie nauwelijks getornd. 'Natuurlijk zijn er sinds eind jaren vijftig wel nucleair aangedreven onderzeeërs, met kernraketten aan boord', zegt Herteleer. 'Een mens kan zelfs met de modernste technologie maar beperkt onder water waarnemen, maar zo'n duikboot kan zich maanden in de oceanen verbergen zonder dat iemand weet waar. Dat betekent dus ook dat zelfs als een land door een nucleaire first strike compleet door zijn vijand vernietigd wordt, het troeven achter de hand kan houden om terug te slaan. Enfin, u kent dat waanzinnige strategisch nucleaire denken, dat sinds 1989 gelukkig weer is opgeborgen.'

Na de Koude Oorlog zijn in de vele kleine conflicten wereldwijd vliegdekschepen weer primordiaal geworden. Mede daardoor is het Amerikaanse militaire overwicht op zee vandaag gewoon verpletterend. Zelfs de hevigste havik in Washington kan moeilijk van een potentiële Chinese dreiging spreken, gezien dat land amper één gerecycleerd Russisch vliegdekschip heeft en allesbehalve zeker is, een invasie vanop zee zelfs tegen Taiwan alleen te kunnen doen slagen.

'De Amerikaanse marine is sterker dan al de rest in de wereld samen', zegt Willy Herteleer. 'Er zijn in heel de wereld twaalf vliegdekschepen waarmee je een land kan aanvallen, ze zijn allemaal Amerikaans. De rest zijn eerder escortevliegdekschepen, ter beveiliging van vloten. Daar kan je de Falklandoorlog mee winnen, maar niet Argentinië veroveren. Zo hebben de Britten er drie, de Fransen, de Italianen en de Spanjaarden elk één. De Russen hebben een heel oude. De Fransen bouwen wel een tweede, hypermodern vliegdekschip, met een prijskaartje van 36 miljard euro.'

'Het is dat natuurlijk wat het de Amerikanen mogelijk maakt binnen te vallen in Afghanistan of Irak', zegt Herteleer. 'Twee legerkorpsen aan soldaten, meer dan 100.000 man dus, kan je eventueel nog met vliegtuigen overvliegen. Maar het zwaarste transporttoestel ter wereld, de C5-Galaxy, kan maximaal twee tanks vervoeren. En je hebt per legerkorps toch ruim honderd tanks nodig. Dan heb ik het niet over alle andere logistiek. Dat moet allemaal over zee, en om zeker te zijn van de bescherming van die aanvoer, moet je daar baas zijn.'

Heeft dat Amerikaanse meesterschap ook een stabiliserend effect op de vrijhandel? Washington aanvaardde in de zomer van 1941 Londen te steunen in zijn eenzame strijd tegen Hitlers zegevierende Duitsland. Maar het eiste in ruil dat de Britten hun beschermende handelstarieven voor hun kolonies, waarvan ze de routes militair beheersten, zouden opgeven voor algemene vrijhandel. Dat kwam de sterke Amerikaanse bedrijven het beste uit. De Britten beseften dat de keuze het einde van hun koloniaal rijk betekende, maar stemden knarsetandend toe.

'Toch moet je dat effect op de commerciële scheepvaartroutes niet overdrijven', meent Herteleer. 'Er is marginaal nog wat piraterij in de Indische Oceaan en rond Somalië. Maar stel dat er staten zouden zijn die, bij afwezigheid van een Amerikaans militair overwicht, het in hun hoofd zouden halen een soort moderne kapers op pakweg Israëlische schepen af te sturen. Een veel kleinere internationale troepenmacht op zee zou volstaan om daar een einde aan te maken. Ik beschouw dat Amerikaanse overwicht dan ook als de laatste fase vooraleer ooit een daadwerkelijke multinationale wereldorde op zee zal ontstaan.'

'Maar voorlopig, en voor de komende decennia, zie ik niets dat dat Amerikaanse overwicht zal vervangen. Ach, ze zullen hun aantal vliegdekschepen binnenkort wel verminderen van twaalf naar elf. En een Democraat in Washington zal zich wel eens openlijk afvragen of 3,5 procent van het bruto nationaal product naar defensie moet blijven gaan en of daar niet wat afgeknepen kan worden voor een betere sociale zekerheid en wat goedkoper onderwijs, zoals in Europa. Maar de Republikeinen zeggen dan meteen: geen denken aan. Het is een maatschappelijke keuze die de Amerikanen maken, en zij alleen, minstens nog een tijdje.' Rolf FALTER

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud