<I>Pigment over de 'rockers tegen Bush': Preken voor eigen parochie</I>

(tijd) - Links en rechts in de VS zijn het eens: dit zijn de 'belangrijkste verkiezingen van onze tijd'. Bruce Springsteen trok de kar van een grootschalige anti-Bush-tournee, met in zijn kielzog een rist rockartiesten. 'Natuurlijk is het preken voor de eigen parochie.'

Mike Kosciewicz leunt tegen zijn zwarte pick-uptruck en stelt onomwonden in een zuidelijk accent: 'Ik ben een redneck.' Hij wijst op zijn versleten honkbalpetje. Op het blikje bier in de hand. Op een beginnend bierbuikje. Hij houdt van Nascar, de autoraces waar de lagere middenklasse in heel Amerika elke zondag juicht. Bovendien, verzucht de 43-jarige: 'Ik kom uit Knoxville, Tennessee.'

Maar in één opzicht wijkt hij af van andere rednecks, de denigrerende term voor historisch gezien niet al te tolerante zuiderlingen. Kosciewicz is door en door Democraat.

Afgelopen vrijdagochtend begon hij om zes uur 's ochtends te rijden. Twaalf uur later kwam hij hier aan, bij het TD Waterhouse Centre, een sportcomplex in Orlando, Florida. Om Bruce Springsteen te zien. Want hoe vaak gebeurt het nou dat een levenslange progressieve overtuiging - waar vrienden in Tennessee niets van begrijpen - samensmelt met een oude liefde voor de rauwe rock van Springsteen?

Dit verkiezingsjaar heeft Kosciewicz geluk. Bruce - 'The Boss' - Springsteen blijkt een linkse actvist te zijn. Hij zette de 'Vote for Change Tour' op. Met bezorgde collega-artiesten als Dave Matthews, R.E.M., Bonnie Raitt, Keb Mo en de Dixie Chicks reisde hij door de zogeheten swing states. Dat zijn staten waar de verkiezingsuitslag ongewis is en waar het op 2 november allemaal om draait.

Met muziek verkopen Springsteen cum suis een dringende boodschap: op 2 november moet George W. Bush worden weggestemd, want het land gaat naar de vaantjes.

Kosciewicz móest erbij zijn. In z'n eentje. Geen van zijn vrienden wilde mee. Allemaal fans van Springsteen, net als hij. Maar bovenal Republikeinen. 'Ze zijn kwaad op Bruce.'

Voor mensen als Kosciewicz is het feest in Florida. Na concerten in elf andere staten waaierden de bands uit over de politiek zeer omstreden staat. Volgens Democraten ging het in Florida mis in 2000; Springsteen noemde de Sunshine State vrijdag 'the scene of the crime'. Na een besluit van het Hooggerechtshof won George W. Bush de staat, en bijgevolg de verkiezingen.

Anno 2004 is Florida opnieuw een van de belangrijkste battleground states. En dus kwam de 'Kies voor verandering-toernee' er tot een climax, met vijf gelijktijdige optredens in diverse steden. Na Florida volgde enkel nog het afsluitende concert van de tournee, maandagavond in de Amerikaanse hoofdstad Washington.

Al bij het begin van het concert in Orlando spreekt de working-classrocker Springsteen over de ernst van de zaak: 'We vechten voor een open, rationeel, progressief en humaan bestuur, dat reageert op z'n burgers.' De uitverkochte zaal klapt, dat wel, maar pas bij Springsteens volgende zin klinkt massaal gejoel: 'And we will rock the house, terwijl we dat doen!'

Dat is het beginsignaal voor Tracey Chapman. Ze zingt haar songs bescheiden, maar indringend. Ze spoort de luisteraars aan te stemmen. Nog niet zo lang geleden was het ondenkbaar dat zwarten en vrouwen zich politiek zouden uitspreken, zegt Chapman. Het verworven recht impliceert een morele plicht. Ze zingt 'A Change is Gonna Come', en de zaal zingt massaal mee.

Daarna is R.E.M. aan de beurt, de band die onder de bezielende energie van Michael Stipe nog steeds aan de weg timmert. Ook hier veel geswing en weinig gepraat.

Allemaal leuk en aardig, maar slechts een enkeling kwam voor Chapman of R.E.M, die - hoe goed ook - toch iets van vergane glorie hebben. Niet Bruce Springsteen. De ster heeft in heel Amerika een gigantische, trouwe schare fans die hem overal volgt.

Als de Boss met de E Street Band eindelijk het podium betreedt, breekt een uitzinnig applaus los. Dan volgt een eerbiedige stilte. Springsteen speelt alleen, op een twaalfsnarige gitaar, het volkslied.

Aan het einde van zijn programma is het tijd voor politiek en retoriek. 'We zijn een land van grootse beloften', zegt Springsteen. En daar volgt een progressievere versie van John Kerry's programma, terwijl het publiek geduldig wacht op nog meer rock-'n-roll. Het gaat om economische gerechtigheid, een eerlijk minimumloon, bescherming van burger- en mensenrechten, zegt Springsteen.

Een publiek spreekkoortje - 'Ker-ry! Ker-ry! Ker-ry! - duurt slechts kort. Maar de rocker krijgt de zaal plat als hij zijn kenmerkende patriottisme in de strijd gooit. 'Amerika heeft niet altijd gelijk', zegt hij. 'Maar het is altijd écht.' En natuurlijk barst prompt de oude hit 'Born in the USA' los.

De inzet van popmuziek in de presidentscampagne is niet nieuw. Kandidaten hebben altijd favoriete, vaak symbolische songs. Denk aan 'Don't Stop Thinking About Tomorrow' van Fleetwood Mac, het nummer dat de verre blik van Bill Clinton in 1992 moest personifiëren.

De politieke betrokkenheid van beroemdheden in de VS is evenmin onlangs uitgevonden. Hollywood heeft zich altijd al bemoeid met Washington, voor het overgrote deel vanuit een progressieve overtuiging. Ook dit jaar duiken mensen als Sean Penn en Susan Sarandon voortdurend op in de media, op fora en demonstraties. Ben Affleck was zelfs onvermijdelijk aanwezig op de Democratische conventie in Boston. Maar het zijn sporadische oprispingen die doorgaans niet al te serieus worden genomen.

Wel nieuw en serieus te nemen is de grootschalige, gecoördineerde campagne die zich hard tegen een zittende president keert en onverholen kiezers tracht over te halen. De toernee is strak en goed georganiseerd. De artiesten zijn grote namen. En de zalen zitten avond na avond vol. Het zegt iets over zowel het belang van deze verkiezingen als over de niet te onderschatten invloed van mensen als Springsteen.

Na een spetterde finale van The Boss met gastmuzikant John Fogerty, alle leden van R.E.M en Tracey Chapman - 21 mensen in totaal - geeft Valerie Carr haar analyse van het concert. Deze trouwe Springsteen-fan van 47 komt niet direct over als een linkse activiste, maar vindt het 'natuurlijk preken voor de eigen parochie'. Ze betwijfelt of Bush zelfs maar één stem zal verliezen door de 'Vote for Change Tour'. 'Iedereen hier weet toch al op wie hij gaat stemmen, en dat geldt ook voor de andere kant.'

Het is veeleer een originele manier van geld inzamelen, zegt Carr. De opbrengst van de optredens (60 euro per kaarje) gaat naar America Coming Together, een progressieve groep die Kerry steunt. Dat maakt de zaak niet minder belangrijk voor Carr, die ook na een half dozijn Budweiser-biertjes nog helder kan verwoorden wat er mis is in haar land. De regering-Bush 'brengt onze verworven vrijheden in gevaar'. Het zijn de belangrijkste verkiezingen van deze tijd, beweert Carr. 'Luister naar Bush over Irak. Dat is toch een nazi-speech? Hitler beweerde ook dat hij Polen 'bevrijdde'. Beangstigend.'

Buiten loopt ze voorbij een eenzame rechtse demonstrante, op wiens handgemaakte bord een onheilspellende kreet staat: 'Born in the USA? Ja, als je het geluk hebt niet geaborteerd te zijn!' Carr kijkt boos. 'Ga toch naar huis. Dit is onze avond!', roept ze naar de anti-abortusactiviste.

Tot een discussie komt het niet, want de conservatieve dame - Nancy Freeman heet ze - is net druk bezig Julie Martone te omhelzen. Tot Freemans verbazing was Martone op haar afgekomen. 'Dank je wel. Dank je wel voor die boodschap!' had ze gezegd. Wat blijkt? Martone is vermoedelijk de enige rechtse Springsteen-fan die zich in het hol van de leeuw waagt vanavond. 'Ik ben niet bang hoor', lacht ze. Dat hoeft ook niet. Haar verloofde Jeff Chase is erbij. Hij is een Democraat. 'Het gaat vanavond om muziek', vindt hij. 'We zetten de politiek aan de kant.'

Die houding leek in algemene zin ook te gelden in de zaal: het ging om muziek, niet om retoriek. Geen mens werd zichtbaar enthousiast van de naam John Kerry, die slechts sporadisch klonk. R.E.M.-zanger Stipe sprong weliswaar wild rond in een Kerry T-shirt, maar veel respons bracht dat niet teweeg.

'Kerry is ook niet veel', vindt de zelfbenoemde redneck Mike Kosciewicz. Het spijt hem zeer, maar het is waar. Niet getreurd, echter: 'We haten, háten Bush. En we houden van Bruce. Dat vooral.'

Diederik VAN HOOGSTRATEN

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud