<I>Pigment over jacht op absenteïsme:</I> Ziekteverzuim is booming business

(tijd) - De regering kondigde vorige week een rist maatregelen aan om de activiteitsgraad van de Belgen te verhogen. Maar hoe zorg je ervoor dat de mensen die een job hebben, effectief komen opdagen? Absenteïsme is in ons land een oud zeer dat meer kost dan we soms vermoeden. Steeds meer bedrijven en overheden besteden de aanpak van ziekteverzuim daarom uit aan gespecialiseerde firma's.

'Een dag afwezig zijn op het werk zonder reden is een misdrijf.' Controlearts Guido De Block windt er geen doekjes om. 'De mensen moeten toch eens gaan beseffen hoeveel een dag ziekteverzuim kost aan de werkgevers en voor de maatschappij. Wees er maar zeker van: het is meer dan de pillen die we met zijn allen slikken in een jaar.'

De Block werkt al twintig jaar als contolearts. Na jaren ervaring bij enkele grote controlefirma's, is hij vandaag geneesheer-directeur bij zijn eigen controlebedrijf Expertalia. De Block heeft enkele gemeentebesturen in zijn klantenbestand, naast grote bedrijven als Total en Exxon.

In die lange staat van dienst heeft hij een duidelijke kijk gekregen op het fenomeen absenteïsme. 'Ik heb soms de indruk dat de microben een kalender hebben ingeslikt: ze slaan bij voorkeur toe van maandag tot vrijdag. De mentaliteit om zo lang mogelijk thuis te blijven, zit er bij veel Belgen ingebakken. Dat is een probleem voor onze economie.'

Duidelijke absenteïsmecijfers zijn moeilijk te vinden. SD Worx berekende voor de privé-sector in 2004 een absenteïsmegraad van 4,77 procent, een daling met 13 procentpunt ten opzichte van 2003. In de publieke sector zou het percentage hoger liggen, maar algemene cijfers daarover bestaan niet. In de helft van de gevallen gaat het om wit verzuim: personeelsleden die ziek zijn en terecht thuisblijven. Echt zwart verzuim - ik ben niet ziek, ik voel me ook niet ziek, maar ik blijf wel thuis - komt slechts in 2 procent van de gevallen voor. Wat betekent dat we veel grijs verzuim kennen: mensen die niet echt ziek zijn, maar zich wel ziek voelen en daarom thuisblijven, ook wel het maandagochtendsyndroom genoemd.

Of we daarmee slechter scoren dan de andere Europese landen, valt moeilijk te zeggen, want de meetmethodes verschillen. Maar stilaan wordt wel duidelijk dat ziekteverzuim een hidden cost is waar managers niet naast kunnen kijken. Dokter De Block becijferde een tijd geleden dat ziekteverzuim onze economie jaarlijks 2 miljard euro kost. Ook SD Worx probeerde het kostenplaatje te concretiseren. In 2004 was het ziekteverzuim per voltijdse werknemer gemiddeld goed voor 620 euro opportuniteitskosten: een loon waar geen prestatie tegenover staat. Om de totale kosten te kennen, moeten we dat cijfer vermenigvuldigen met een factor drie, waarbij storingen in de organisatie, kosten voor vervangingen en kwaliteitsverlies in het bedrijf worden meegerekend.

Bedrijfsleiders kunnen met een efficiënte aanpak van absenteïsme dus een hoop uitsparen. Ze besteden de medische controle van zieke werknemers daarom graag uit aan gespecialiseerde firma's. De marktleider is Gecoli, dat ongeveer 160.000 controles per jaar uitvoert en daarvoor rekent op een netwerk van 170 à 200 controleartsen. In het klantenbestand van Gecoli zitten onder meer Belgacom en het departement Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Die twee grote klanten kon het bedrijf enkele jaren geleden afsnoepen van concurrent Securex Medische Controle. Dat viel terug op ongeveer 140.000 controles per jaar, onder meer bij de personeelsleden van De Post, Delhaize, Carrefour en Volkswagen. Het bedrijf werkt daarvoor samen met 360 artsen.

In ons land werken naar schatting 400 tot 450 controleartsen, die doorgaans voor verschillende controlebedrijven werken. De wet schrijft voor dat ze minstens vijf jaar ervaring moeten hebben en de voeling met de geneeskundige praktijk moeten behouden. Beginnende huisartsen die niet aan de bak komen, kunnen niet zomaar in het systeem stappen. De meeste controleartsen combineren de functie met een eigen praktijk. 'Maar sommigen doen het toch wegens de werkzekerheid', zegt dokter Hilde Roels van het Vlaams Artsensyndicaat. 'Het is een regelmatig beroep, je kan je dag goed plannen en het is relatief goedbetaald. Voor veel mensen is dat toch aantrekkelijker dan de lange en onregelmatige dagen als huisarts.'

De taak van een controlearts is bij wet duidelijk afgelijnd: hij controleert niet of een werknemer effectief ziek is, maar wel of die ziekte hem verhindert te gaan werken. Dat zijn twee verschillende dingen. Want soms kan je wel gaan werken als je ziek bent. Een controlearts doet daarom ook geen controles in zijn eigen wachtgebied, om te voorkomen dat hij zijn eigen patiënten of die van een directe collega moet gaan controleren.

In principe is de controlearts de neutrale derde tussen de werkgever en de werknemer. Maar in een systeem van geprivatiseerde controle kan je wel vraagtekens plaatsen bij die neutraliteit. 'Hoe meer ziektedagen een controlearts kan recupereren, hoe beter het controlebedrijf waarvoor hij werkt zal scoren, en hoe beter hij dus zelf aan de bak komt', geeft Guido De Block toe.

Het mag duidelijk zijn dat de controle op ziekteverzuim een booming business is. De meeste grote privé-bedrijven hebben de zaak al uitbesteed. Ook het Vlaamse departement Onderwijs heeft al ruim tien jaar ervaring met een geprivatiseerde controle. Wegens groot succes laat minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael nu ook de controle op zieke agenten uitbesteden. Maar bij publieke sector zijn nog een hoop interessante contracten in de wacht te slepen.

Controle-organiserende bedrijven gaan het liefst zo efficiënt mogelijk te werk, waarbij ze controleartsen afsturen op werknemers die een 'verdacht' verzuimprofiel hebben. Wanneer een leerkracht zich bijvoorbeeld ziek meldt, komt dat meteen in een elektronisch personeelsdossier. Gecoli volgt dat on line mee, en gaat per ziektemelding na of de bewuste persoon het voorbije jaar vaak ziek was, voor hoe lang en op welke momenten (bijvoorbeeld al dan niet aansluitend aan een vakantie). Dat bepaalt of iemand controle krijgt of niet.

Dit jaar betaalt het departement Onderwijs 700.000 euro voor die dienstverlening. Daarin zit een vast aantal controles inbegrepen, verspreid over het hele jaar. Een serieus bedrag, maar het departement verdient dat met gemak terug als je de resultaten bekijkt. In 2003 resulteerde de aanpak in 15.362 teruggewonnen dagen - leerkrachten die na controle vroeger dan voorgeschreven opnieuw aan het werk moesten. Interessanter is de vaststelling dat het aantal ziektedagen tussen 1999 en 2003 met 250.000 daalde, wat goed is voor 1.000 voltijdse equivalenten. Op die manier is duidelijk hoe groot het afschrikeffect is van een efficiënt controlebeleid.

'Eigenlijk is het vooral voor het afschrikeffect dat je het doet', stelt ook Jan Van Crombrugge, directeur human resources bij Belgacom. 'Het aantal teruggewonnen dagen was bij ons vorig jaar minder dan 1 procent. Maar we moeten blijven controleren, om de psychologische drempel voldoende hoog te houden.' Belgacom betaalde vorig jaar voor de uitbesteding van zijn verzuimbeleid 300.000 euro, goed voor 7.800 controles.

De grote controlebedrijven maken zich bovendien sterk dat de controles slechts een onderdeel zijn van hun dienstverlening. 'Ze zijn een middel om een hoger doel te bereiken: absenteïsme aanpakken op lange termijn', zegt Rudi Hoogmartens, geneesheer-directeur bij Gecoli. 'Controleartsen komen veel te weten. Ze horen het wel wanneer mensen thuisblijven omdat ze gepest worden op het werk. We schrijven ook rapporten voor onze klanten. Daarin geven we aan op welke diensten specifiek problemen rijzen en wat volgens ons de oorzaak daarvan is.'

De vraag is dan wat het bedrijf met die analyse doet, zegt Hoogmartens. 'Wat doet het departement Onderwijs met die teruggewonnen kosten van 1.000 voltijdse equivalenten? Gaan ze dat investeren in ondersteunende diensten, in extra personeel om de werkdruk te verlichten? Wij kunnen controleren en analyseren. Maar of het absenteïsme werkelijk wordt ingeperkt, hangt van de bedrijven af.'

'Op een studiedag rond ziekteverzuim merkte ik onlangs nog dat weinig managers absenteïsme echt uit de taboesfeer halen', vindt Van Crombrugge. 'Je moet durven je bedrijf door te lichten, en op zoek gaan naar patronen. Bij Belgacom hebben we nu echt een 'robotfoto' van de zieke werknemer gemaakt, waarbij we de invloed van factoren als opleidingsniveau, geslacht, functie en statuut op absenteïsme in kaart brachten. Pas als je dat weet, kan je echt over een preventiebeleid beginnen te spreken.'

De systematische analyse van ziekteverzuim heeft nog een bijkomend voordeel: het brengt ook het voorschrijfgedrag van de artsen in beeld. 'Daaruit blijkt dat vooral orthopedisten en psychiaters gulle voorschrijvers zijn', zegt dokter Frans Janssens, die lang als controlearst heeft gewerkt. 'Controleartsen weten dat ze daar extra op moeten letten. Maar je moet een kat een kat noemen: ook huisartsen schrijven royaal voor. Ik merk dat in mijn eigen praktijk: wanneer een patiënt vraagt om tot donderdag te mogen thuisblijven, zal je geen briefje schrijven tot woensdag.'

Op termijn, zegt dokter Roels, werkt het dus langs twee kanten. 'Ik hoor patiënten steeds vaker zeggen: 'Niet te veel voorschrijven, of anders krijg ik controle.' Maar ook artsen worden niet graag op de vingers gekeken door controleartsen, dus letten ze op wat ze doen.'

Ine RENSON

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud