<I>Pigment over Spanje-BelgIë:</I>Naar een triptiek van de desillusie

(tijd) - De nationale voetbalploeg werkte dit weekend het tweede deel af uit zijn triptiek van de desillusie. Vorige maand kwamen de Rode Duivels niet verder dan een gelijkspel tegen het bescheiden Litouwen, zaterdag profiteerde een zwak Spanje van twee volstrekt overbodige Belgische rode kaarten en maakte het evenveel voorkombare doelpunten. Als Servië-Montenegro over goed vijf weken niet verliest in Brussel, is het drieluik voltooid en lijken de kansen op een zevende opeenvolgende Belgische deelname aan de wereldbeker vergooid. Een decennium na het arrest-Bosman plukt het nationale voetbal de onrijpe vruchten van een afwezig toekomstbeleid.

In de voorronde van de wereldbeker voetbal, die over twee jaar in Duitsland plaatsvindt, zorgde de nietige alpenstaat Liechtenstein dit weekend voor ophef door een 2-2-gelijkspel af te dwingen tegen vice-Europees kampioen Portugal. Dat was ook de eindstand in de kwalificatiematch tussen Macedonië en Nederland. Frankrijk kwam tegen Ierland, net als vorige maand tegen Israël, voor eigen publiek niet verder dan een scoreloos gelijkspel. Slovenië versloeg Italië. 'In het moderne voetbal bestaan er geen kleine landen meer', verkondigde de Belgische bondscoach, Aimé Anthuenis, de voorbije weken en maanden al meermaals. Zijn eigen Rode Duivels bewezen zaterdagavond het tegendeel.

België verloor in Santander met 2-0 van Spanje. Een logisch resultaat, als je het verschil in intrinsieke kwaliteiten tussen beide elftallen in acht houdt, ware het niet dat de Spanjaarden hun talent slechts af en toe bevestigden. De overwinning hadden ze in grote mate te danken aan de tactische onvolmaaktheid en een schrijnend gebrek aan voetbalintelligentie bij de meeste Rode Duivels.

Aan beide tegendoelpunten ging telkens een rist voorbeelden van gebrekkig positiespel vooraf. Toen invaller Alberto Luque na een uur de score opende, had Vincent Kompany eerst de bal op een gevaarlijke plaats verspeeld. Roberto Bisconti stond niet goed opgesteld om voor de onmiddellijke recuperatie te zorgen, Daniel Van Buyten stapte onnodig uit de mandekking, waardoor Luque alleen kwam te staan. En omdat Olivier Deschacht was blijven hangen, kon de aanvaller van Deportivo La Coruña ook nooit afgevlagd worden voor buitenspel. Luques schot, hoe vaardig hij dat ook trapte, verdween ten slotte in de hoek die doelman Tristan Peersman eigenlijk hoort af te schermen.

Luttele minuten later stond het al 2-0. Deschacht speelde puur defensief geen onaardige wedstrijd, maar bewees na ruim een uur andermaal dat opbouwen en uitverdedigen niet zijn sterkste kanten zijn: hij leverde de bal zomaar in bij Michel Salgado. Bij diens snelle voorzet ging Kompany onder de bal door, waardoor Raúl onbedreigd kon binnenkoppen.

Deschacht, 23, en Kompany, 18, overladen met alle zonden Israëls is unfair en levert een vertekend beeld op. Hun jeugdzondes zijn inherent aan de verjongingspolitiek die Aimé Anthuenis de voorbije twee jaar doorvoerde. Bovendien was Kompany, ondanks zijn twee afgestrafte fouten, veruit de beste Belg in Santander. Andermaal bewees de intelligente en technisch vaardige verdediger waarom hij op het verlanglijstje van heel wat Europese topclubs staat. Onvergeeflijk was wel het onbezonnen, onprofessionele gedrag van Eric Deflandre en Bart Goor. Zij speelden zaterdag respectievelijk hun 55ste en 59ste interland en zijn daarmee de meest ervaren Rode Duivels. Maar in plaats van hun jongere ploeggenoten te gidsen, bezondigde het tweetal zich aan zinloze rode kaarten.

Deflandre mocht al na een half uur naar de kleedkamer. Hij had eerst de bal weggetrapt na een fluitsignaal van de Deense scheidsrechter Kim Milton Nielsen, kreeg geel en ging vervolgens verhaal halen. De rode kaart van aanvoerder Goor was zo mogelijk nog meer stupide: hij spuwde, net nadat de achterstand verdubbeld was, gefrustreerd naar de Spaanse speler Xavi. Voor dat soort gedrag is de Europese voetbalfederatie UEFA allesbehalve mild: de Italiaan Francesco Totti kreeg er tijdens Euro 2004 drie speeldagen schorsing voor, de Serviër Sinisa Mihajlovic in de Champions League van vorig jaar zelfs vijf. Ook Deflandre moet vrezen voor een zware straf: na zijn uitsluiting kreeg hij in de spelerstunnel nog bonje met de vierde official.

Beide routiniers lieten dus niet alleen zaterdag hun ploeg in de steek, ze zijn er ook volgende maand, in de cruciale thuiswedstrijd tegen Servië-Montenegro, niet bij en moeten waarschijnlijk ook nog enkele daaropvolgende matchen missen. Op die manier worden de sowieso al wankele kwalificatiekansen van de Belgen nog meer gedestabiliseerd.

Deflandre en Goor wezen na de wedstrijd op de schijnbaar partijdige arbitrage van Milton Nielsen. Ze vergaten evenwel dat Van Buyten ongestraft een penaltyfout mocht begaan en dat Wesley Sonck geen kaart kreeg voor een duidelijke elleboogstoot.

Het duidt op een gebrek aan zelfkritiek dat de schuld in de schoenen van de scheidsrechter geschoven wordt om de eigen fouten te vergoelijken. Ook vorige maand, bij de gemiste start van de kwalificatiecampagne, werd de arbiter gekapitteld, omdat die het potige voetbal van Litouwen oogluikend toeliet. Het schrale gelijkspel was toen echter in de eerste plaats het gevolg van het eigen gebrek aan basistechniek, snelheid van uitvoering en individuele acties.

Anthuenis prees zijn spelers dit weekend andermaal om hun inzet. Als die inzet echter niet - zoals vroeger wel het geval was toen spelers als René Vandereycken, Jan Ceulemans of Erik Gerets de nationale ploeg nog bevolkten- gekoppeld wordt aan leepheid, persoonlijkheid en technische vaardigheid, dan zijn alle geïnvesteerde energie en goede bedoelingen zinloos.

En toch zijn ook Deflandre en Goor veeleer slachtoffers dan zondaars. Ze zijn producten van een Belgisch voetbalbestel dat jarenlang heeft geteerd op de successen tijdens de jaren zeventig en tachtig. Toen zorgden Anderlecht, Club Brugge, Standard en KV Mechelen ervoor dat een Belgische club regelmatig een finaleplaats behaalde in een van de Europese bekercompetities. De nationale ploeg werd in 1980 vice-Europees kampioen en behaalde zes jaar later een vierde plaats tijdens de wereldbeker in Mexico.

De glans van die historische prestatie is de voorbije twee decennia geleidelijk doffer geworden. Tot 1995 werd nog de status-quo beoogd. Maar daarna is het Belgische voetbal na het arrest-Bosman pas helemaal in een neerwaartse spiraal terechtgekomen. Om de gemiste transferinkomsten van spelers die aan het einde van hun contract waren te compenseren, werd er drastisch bezuinigd op de opleiding van eigen talenten en gekozen voor steeds meer goedkope buitenlanders, van wie de kwaliteitsinjectie steeds minder werd. Bovendien ligt het accent bij de jeugdwerking nog altijd op kracht en resultaat, terwijl op jonge leeftijd het spelplezier, een verbeterde techniek en vooral de individuele progressie van die enkele echte talenten altijd zouden moeten primeren op de collectieve prestatie.

De gevolgen worden, bijna tien jaar na het arrest-Bosman, steeds duidelijker. Club Brugge werd in augustus uitgeschakeld in de voorronde van de Champions League door Shakhtar Donetsk. Anderlecht plaatste zich wel ten koste van Benfica, maar verloor sindsdien kansloos van Valencia en Inter Milaan. Volgende week moet het absoluut winnen van Werder Bremen, wil het nog kans maken op een derde plaats in de groepsfase en zo op een doorstart in de UEFA Cup.

Die bekercompetitie heeft de jongste jaren echter, door de deelnemerslijst en het prijzengeld van de Champions League, flink aan belang ingeboet. Toen Club, Beveren en Standard zich anderhalve week geleden kwalificeerden voor de tweede ronde van de UEFA Cup, zorgde dat her en der toch voor enige jubel. De tegenstand - respectievelijk een Franse tweedeklasser (Châteauroux), een ploeg uit Bulgarije (Levski Sofia) en een bescheiden Duitse subtopper (Bochum) - was nochtans niet overweldigend.

België bezet op de Europese ranking slechts een elfde plaats, waardoor het, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Griekenland, Portugal en Turkije, geen rechtstreekse deelnemer aan de Champions League heeft. Drie ploegen in de tweede ronde van de UEFA Cup zullen daar geen verandering in brengen. De tegenvallende resultaten van de nationale ploeg zorgden er dan weer voor dat ons land in tien maanden tijd gezakt is van de 16de naar de 35ste plaats op de wereldranglijst. België was jarenlang reekshoofd bij elke loting van een voorronde op een groot toernooi. Van dat verworven recht bleef het vorig jaar al, toen de kwalificatiegroepen voor de wereldbeker 2006 samengesteld werden, verstoken.

Gevreesd mag worden het internationale coëfficiënt van de Rode Duivels blijft zakken, waardoor België steeds meer daalt in de continentale hiërarchie en tegen steeds moeilijkere tegenstanders moet opboksen op weg naar een Europees kampioenschap of een wereldbeker. Zelfs al maakt het Belgische voetbal vandaag nog resoluut tabula rasa en kiest het eindelijk voor een goed uitgekiend jeugdbeleid, dan nog zal het jaren duren voor een volwaardige nieuwe generatie jonge voetballers opstaat. En zodra die nieuwe lichting er wel is, zal ze in een rivier vol gehaaide toplanden stroomopwaarts moeten zwemmen om de opgelopen achterstand goed te maken.

Onder dat weinig hoopgevende gesternte begint België op woensdag 17 november aan zijn derde kwalificatiematch, thuis tegen Servië-Montenegro. De Serviërs sprokkelden zaterdag een punt in Bosnië-Herzegovina, wonnen hun openingsmatch tegen San Marino en doen dat woensdag tijdens de terugmatch hoogstwaarschijnlijk nog een keer. Spanje moet overmorgen geacht worden Litouwen te verslaan, waardoor het dan net als de voormalige Joegoslaven zeven punten telt, zes meer dan België.

'Tegen Servië moeten we absoluut winnen', weet ook bondscoach Anthuenis, 'anders zijn we nog voor nieuwjaar uitgeschakeld.' Het verhoogt alleen maar de druk op een stilaan mentaal zeer fragiele spelerskern, die over enkele weken de ervaring linkermiddenvelder Goor en rechtsachter Deflandre mist. Alternatieven op beide posities zijn moeilijk te vinden, nog altijd komt een flink aantal van de Rode Duivels bij hun club niet of weinig aan spelen toe. En bovendien zit wie wel regelmatig aan de aftrap verschijnt, allesbehalve in bloedvorm. Na een gelijkspel tegen Litouwen en een nederlaag in Spanje, lijkt een derde ontluisterend luik in een triptiek van de desillusie allesbehalve onwaarschijnlijk. Allerzielen zou dit jaar wel eens enkele weken later kunnen vallen.

Jan VAN HESSCHE

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud