<I>Pigment over vossenjacht in Groot-Brittannië:</I>Een nieuwe klassenoorlog

(tijd) - Als er een Brit is die zich kan inleven in het bestaan van een vos, dan is het Alun Michael, de minister van Plattelandsaangelegenheden. Michael is het mikpunt van een van de felste campagnes tegen een politicus sinds jaren. Zijn belagers zijn doorgaans welbespraakte Britten van middelbare leeftijd, die deze tijd van het jaar niets liever doen dan op een paard, met een geruite pet op, door een glooiend landschap galopperen, bij voorkeur achter een roodbruine staart aan.

Alun Michael weet hoe het is opgejaagd te worden. Hij is de man die verantwoordelijk is voor het wetsvoorstel dat de vossenjacht moet verbieden. Sinds september wordt op hem gejaagd. Hij heeft vergaderingen moeten afzeggen, feestelijke openingen geweigerd en sociale afspraken ingetrokken. Overal waar hij komt, moet hij over zijn schouder kijken en wordt hij door politie bewaakt. Andere Labour-politici zijn bespuugd, geslagen en uitgescholden. Hun gezinnen zijn geïntimideerd en paardestront is door brievenbussen naar binnen geschoven. De politicus Gerald Kaufman werd uitgescholden voor 'rotjood' en moest bij een demonstratie door de politie ontzet worden. Bij het kamerlid Peter Hain werd het water afgesloten en bij het parlementslid David Drew een stuk beton door het raam gegooid.

'Het jachtseizoen op Labour-politici is in volle gang', beaamt de pressiegroep Countryside Alliance (Alliantie van het Platteland). De Alliance is de spreekbuis voor alle frustratie in Engelands 'green and pleasant land', waarvan de grootste niet de pijnlijke armoede bij 20 procent van de boeren is, of het fragiele ecosysteem, maar het dreigende verbod op de vossenjacht. Sinds in 2002 een half miljoen mensen namens de Countryside Alliance de hoofdstad stillegden, is het ongenoegen enkel toegenomen. Meer protesten, acties en demonstratieve optochten volgden, culminerend in september in de kortstondige doch historische bezetting van de debateerkamer in het Britse parlement.

De Daily Mail sprak van een 'burgeroorlog', maar het had meer van doen van een klasseoorlog. Enkele van de geprivilegieerde indringers bleken bevriend met de prinsen William en Harry, die, evenals hun vader, fanatieke jagers zijn. Labour mag dan in zijn verkiezingsmanifest beloofd hebben de vossenjacht te verbieden, het Lagerhuis mag zes keer voor een totaal verbod gestemd hebben, peilingen mogen aangeven dat de grote meerderheid af wil van 'de jacht van de afzichtelijken op de oneetbaren', zoals Oscar Wilde het noemde; afschaffing is voor de burgerij op het platteland onverteerbaar.

Van alle grote vraagstukken die de Britten bezighouden als de oorlog in Irak, de dreiging van Al Qaeda en de prijs van bier in Calais, doet niets de gemoederen zo hoog oplaaien als de vossenjacht. Op de polovelden en aan de high tea gaan de gesprekken over militante actie tegen de wet die, onherroepelijk, de jacht zal verbieden. Heren en dames die nooit ergens zichtbaar warm voor liepen, hebben leren demonstreren. Wat heeft van die 'brave, oppassende mensen' relbeluste demonstranten gemaakt die bereid zijn de politie te bekogelen, riep de conservatieve Daily Telegraph, na de jongste uitbarsting van geweld, in een handenwringend commentaar.

Het antwoord zit in de scheidingslijn tussen stad en platteland. Voor plattelandbewoners is de vossenjacht het laatste symbool van een cultuur die op verlies staat. De vossenjacht staat voor het platteland en het platteland staat voor Engeland. Als de jacht verdwijnt, zeggen de jagers keer op keer, dan verdwijnt een manier van leven. De massa's in waxjassen geloven oprecht dat zij het oorspronkelijke Engeland vertegenwoordigen. Zij zijn de belichaming van 's lands geschiedenis en symbolen, de bewakers van Engelands heuvels en dalen. Met hun politieke afvaardiging in de vorm van de Conservatieve partij in het zadel in Londen, wisten ze zich eeuwenlang dominant. Maar de Tories zijn niet meer wat ze waren en het platteland evenmin. Grootgrondbezitters zijn grotendeels verdwenen en het aantal gewone huizenbezitters is enorm gestegen. Wij zijn allemaal middenklasse geworden, zegt Tony Blair.

Bijna 90 procent van de Britse bevolking woont in stedelijke gebieden en meer dan de helft in woonwijken met ten minste 100.000 inwoners. De Britten zijn, kortom, door en door verstedelijkt. Ze lopen liever naar de videoshop dan dat ze een 'public footpath' verkennen en zijn tevreden met de natuur zoals ze die tegenkomen op de golfbaan. Het lang geïdealiseerde huisje op het land met een rieten dak en stokrozen voor de deur hoort, wat modern Engeland betreft, tussen de kaften van de romans van de zussen Brontë.

Inmiddels is het nieuwe, en mogelijk laatste, jachtseizoen begonnen. In het Zuid-Engelse graafschap Surrey, op pendelafstand van de Londense City, heeft de notie van een op handen zijnd verbod het lidmaatschap opgestuwd. De jacht, zegt de Countryside Alliance, wordt hip. 5.000 nieuwelingen zouden zich de afgelopen weken hebben aangemeld. 'Dat is bijna twee keer het aantal dat we vorig jaar hadden', zegt de woordvoerder Nicky Driver. 'Niet dat we Labour willen bedanken, maar het heeft wel geholpen de sport nieuw leven in te blazen. Mensen hebben er zoveel over gehoord, ze willen het zelf uitproberen. De vossenjacht was eerlijk gezegd op haar retour, maar nu, sinds Labour aan de macht is en ze wil verbieden, melden meer en meer jonge mensen zich aan.'

Als de Conservatieven de partij van het platteland zijn, staat Labour voor stads en eigentijds Engeland. Driekwart van de Britse boeren is eigenaar van zijn land, dat de afgelopen tien jaar meer dan verdrievoudigde in waarde. Maar grondbezit staat niet meer gelijk aan macht. Sinds Nieuw Labour in 1997 de verkiezingen won, heeft het platteland aan invloed ingeboet. En niets wijst erop dat dit snel verandert. Nog niet zo lang geleden waren Labour-regeringen historische ongelukjes in de lange hegemonie van de Tories. En als Labour erin slaagde een regering te vormen, waren het vaak zwakke, chaotische besturen die snel weer door de Conservatieven gewipt werden. Maar nu zien plattelanders zich voor het eerst geconfronteerd met een Labour-regering die machtig en effectief is en zijn het de Tories die een lange toekomst voorspeld worden in de politieke woestijn. Het valt de traditionele plattelandsbewoner zwaar zich te verzoenen met een nieuwe plaats ergens aan de rand van het nationale bewustzijn.

In 1959 telde premier Harold Macmillan 18 leden van zijn (adellijke) schoonfamilie in zijn regering. En in de jaren 60 werd beweerd dat Groot-Brittannië bestuurd werd vanuit zijn landhuizen. Niet meer. Niemand praat nog over 'de heersende klasse'. Hertogen en graven die tot voor kort het Hogerhuis bezetten, moesten hun biezen pakken. De Britse majesteit, het hoofd van de plattelandsadel, heeft voldoende aan respect ingeboet om door de Sun te worden aansproken met 'Her Maj' (Her Majesty). Wat beleefder is dan in sommige andere periodieken waar aan de Windsors - de oorspronkelijke naam Saxe Coburg Gotha - gerefereerd wordt als aan 'de Duitsers'. Het tij is gekeerd en het voelt definitief aan. De protesten tegen een verbod op de vossenjacht zijn een gebalde vuist tegen een verstedelijkte samenleving waarin conservatieve plattelandsbewoners gemarginaliseerd zijn.

In midden Engeland bereiden de vijf jonge mannen die in september op zo'n spectaculaire manier het parlement bezetten, zich voor op een gevangenisstraf. Voor de aanhangers van de Countryside Alliance zijn ze de eerste martelaren in een nationaal programma van burgerlijke ongehoorzaamheid dat, zoals ze verwachten, het land zal stilleggen. 50.000 Britten hebben een declaratie ondertekend waarin ze beloven te blijven jagen, wet of geen wet.

'Ik heb een zoon van twee', zei een van de vijf tegen The Guardian. 'Ik zal zo ver gaan als mogelijk is om te garanderen dat mijn zoon kan jagen.' De strategie is eenvoudig. Als tienduizenden blijven jagen, komt de politie mankracht te kort om de overtreders te arresteren. De jagers zullen de rechtbanken blokkeren, de cellen zullen uit hun voegen barsten. En overal zullen, zodra de wet van kracht wordt, boeren de overheid tegenwerken.

'Het platteland zal exploderen', zegt Michael Keele van de Countryside Alliance, 'als men niet bij telefoonpalen en waterzuiveringsinstallaties kan komen.' Er is sprake van het blokkeren van snelwegen en vliegvelden. In het hele land, van Hampshire tot Yorkshire, van Staffordshire tot Suffolk, heet de stemming grimmig en vastberaden te zijn. 'Als mensen oneerlijk bejegend worden, reageren ze', zegt Keele. 'De regering heeft het enkel aan zichzelf te danken.'

Lia van BEKHOVEN

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud