<I>Pigment over zelfmoord bij de politie:</I> De schaduw van het blauw

(tijd) - In België pleegden vorig jaar 16 politiemensen zelfmoord, blijkt uit cijfers van het Vast Comité van Toezicht (Comité P). Het comité voert een kwalitatief onderzoek naar zelfmoord bij politieagenten. Hoewel de problematiek niet nieuw is, wordt zelfmoordpreventie voor de Brusselse afdeling van de vakbond VSOA politie het belangrijkste strijdpunt.

In de politiezone Brussel-Elsene pleegden dit jaar volgens het Comité P al twee politieagenten zelfmoord. 'Elke tien jaar verliest België een middelgroot politiekorps van een 200-tal krachten aan zelfmoord', begint Didier Van der Niepen, de voorzitter van VSOA politie voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 'In 21 jaar dienst heb ik vijf collega's met wie ik ooit samenwerkte, aan zelfmoord verloren.' In het dagelijks leven is Van der Niepen hoofdinspecteur bij de lokale recherche in de zone Brussel-Elsene. Dat is met 2.400 manschappen het grootste korps van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

'Uit ervaring weet ik dat het werk van patrouilleagenten emotioneel erg belastend is. Ze krijgen een oproep en weten niet waar ze zullen terechtkomen. Mensen bellen niet om je te zeggen dat ze gaan trouwen, maar omdat ze scheiden en het geweld thuis uit de hand loopt. Ze bellen niet om te melden dat ze een huis gebouwd hebben, maar om te schreeuwen dat het afbrandt. Voeg daarbij de straffeloosheid van criminelen die we oppakken, het toenemende gebrek aan respect voor politieagenten, de klachten die te pas en te onpas tegen agenten worden ingediend, het gebrek aan communicatie met de hiërarchie. De enige die op den duur nog gecontroleerd en gestraft wordt, is de agent. Op den duur voel je je opgejaagd wild.'

In opdracht van de Dienst Enquêtes van het Comité P voert Christine Cuvelier sinds begin 2004 een kwalitatief onderzoek naar zelfmoord bij politieagenten. Samen met een collega interviewt de sociologe collega's van elke agent die tussen 2001 en 2003 zelfmoord pleegde. 'We peilen niet naar oorzaken van de zelfmoord, maar of er binnen het korps maatregelen zijn om agenten met problemen op te vangen. Wij onderzoeken of alle agenten tot dezelfde zorg toegang hebben en of die zorg afgestemd is op hun noden.'

Midden 2005 stelt het Comité P de resultaten van de ongeveer 120 interviews aan zijn parlementaire controlecommissie voor. 'Wij spreken met collega's die de leefwereld van de persoon in kwestie goed kenden', legt Cuvelier uit. 'En dat is niet altijd de grote baas. Vaak waren dat vrienden op het werk die een goed idee hadden van het carrièreplan, de familiale situatie en de problemen van die agent. We merken door de verhalen dat overplaatsingen of gemiste carrièrestappen een grote frustratie vormen. De erkenning en de waardering die iemand krijgt voor de uitvoering van zijn job, is heel belangrijk.'

'Mochten jaarlijks evenveel doden vallen bij schietincidenten als er zelfmoorden zijn bij agenten, dan zouden we allemaal met een kogelvrij vest op straat lopen', merkt Didier Van der Niepen op. 'Dat elk jaar drie keer meer politieagenten dan militairen zelfmoord plegen, vind ik ook opvallend. We zitten nochtans met een vergelijkbare populatie, beroepscultuur en zelfs korpsgrootte. Ik wil wel eens weten waarom dat verschil zo groot is.'

Volgens de vakbondsman spelen de invloed van de politiehervorming en de bijbehorende frustraties een rol die zich de komende jaren op het terrein zal laten gevoelen in het aantal zelfmoorden. 'De hervorming is in 2001 ingetreden, maar de nieuwe structuren zijn pas midden 2002 ingevoerd. Tegen de tijd dat de gevolgen van de vernieuwing en de eerste frustraties zich lieten voelen, waren we een jaar verder. Ik denk niet dat we nu al met wetenschappelijk onderzoek de invloed van de hervorming op het aantal zelfmoorden kunnen becijferen. Maar wij voelen op het terrein dat er een invloed is. De politiehervorming was nodig, maar de manier waarop ze ingevoerd is en de gevolgen ervan op het terrein tarten elke verbeelding.'

'De hervorming heeft heel intensief ingewerkt op de stressbeleving van agenten', bevestigt Christine Cuvelier. Zij is wel van mening dat 'meer dan de structurele politiehervorming op zich, elke grote verandering van werkinhoud en werksfeer in het algemeen een sterke invloed op mensen heeft'. Opvallend in de eerste kwantitatieve studie van 45 zelfmoorden tussen 2001 en 2003 is de opmerking dat de meeste agenten die zelfmoord pleegden 'op het ogenblik van de wanhoopsdaad deel uitmaakten van een actieve politie-eenheid: bij de interventie of recherche'. 'De meesten hadden een onregelmatig of onoverzichtelijk dienst- en urenschema. Een aantal onder hen keek bovendien tegen een herplaatsing of heroriëntering binnen de dienst aan.'

'De politietop moet om te beginnen erkennen dat er een probleem is', benadrukt hoofdinspecteur Van der Niepen. 'Ze moet leren luisteren en agenten tonen dat ze belangrijk zijn. Wanneer je van de ene op de andere dag iemands shift omgooit, kan dat grote gevolgen hebben op familiaal niveau. Er zijn nog altijd oversten die zeggen: 'Je wist dat je bij de politie ging werken en niet bij De Post.' Omdat de privé-situatie erg belangrijk is, moet de hiërarchie leren dat agenten ook een familiaal leven hebben. Als iemand wordt overgeplaatst, een promotie mist of naast een functie grijpt, is het dan zo moeilijk om uit te leggen waarom dat zo is, en wat iemand moet doen om die promotie wel te kunnen krijgen? Het gebrek aan informatie en communicatie ervaren een pak agenten als hun grootste bron van frustratie.'

'Wie zich thuis goed voelt, kan veel aan op het werk. En vice versa. Maar o wee als het dubbel scheef zit', vervolgt de Brusselse voorzitter van de VSOA. 'Zelfs als je met je partner over het werk kunt praten, blijft het moeilijk als die de job niet van binnenuit kennen. Maar om het vol te houden, moet je kunnen vertellen wat je meemaakt op het werk. Als het thuis niet goed gaat, is de neiging om over de problemen op je werk te beginnen klein. Je hebt dan geen houvast meer en professioneel komt er een weerslag. Als iemand dan ook nog gemuteerd wordt, slaat hij door.'

Uit cijfers van het comité P. blijkt dat driekwart van de agenten die zelfmoord plegen, gebruikmaken van hun dienstwapen. De oplossing ligt ogenschijnlijk voor de hand. 'Een flik die depressief is, zijn wapen afnemen? Vooral niet doen', stelt Didier Van der Niepen. 'Voor agenten is hun wapen het symbool van hun werk en hun beroepseer. Als je hun dat afneemt, voelen ze zich te kijk gezet tegenover collega's, mogen ze niet meer patrouilleren en komen ze aan een bureau terecht. We kennen de gasten die hun dienstwapen hebben moeten afgeven omdat ze depressief waren. Ze hebben zich verhangen of op een andere manier zelfmoord gepleegd.'

Bij de geïntegreerde politie bestaat nochtans op het federale niveau een 'stressteam' van psychologen en maatschappelijk assistenten, dat ook toegankelijk is voor agenten van de lokale politie. De stressteams zorgen voor de opvang van politieagenten die het slachtoffer werden van een extreme stress-situatie of een professionele trauma.

Het kader voor opvang van extreme werkstress bij de politie is er dus wel, alleen bereikt het volgens de vakbondsman lang niet alle agenten die hulp nodig hebben. 'Wanneer een volledig team bijstand krijgt nadat ze een extreme stress-situatie hebben meegemaakt, zien we dat dat wel werkt. Op dat moment kunnen agenten zich 'verschuilen' in hun groep. Maar de machocultuur in de politie weerhoudt veel agenten ervan alleen naar het stressteam te stappen. 'Je gaat toch niet naar het stressteam? Ben je zot misschien?', vragen collega's dan. Veel politieagenten willen niet naar een team waar ze niemand kennen.'

Een anonieme politieambtenaar die beroepsmatig psychologische bijstand verleent, bevestigt dat de drempel van het stressteam vaak hoog is. 'Er zijn gasten die me als collega komen bezoeken om 'even bij te praten' in plaats van naar het stressteam te stappen. Je voelt dat ze wat kwijt willen, maar dat niet op een formele manier kunnen of durven doen. Vaak bots ik op mensen van wie ik weet dat ze met zware post-traumatische stress kampen. Ze moeten dringend doorverwezen worden naar een psychiater. Maar dat komt er meestal niet van.'

'Ooit heb ik met collega's een man uit zijn huis gehaald die een zelfmoordpoging had gedaan', vertelt Van der Niepen. 'Hij was erg verminkt, maar leefde nog. Die beelden vergeet ik nooit. Je moet daarover praten. Maar mensen zijn vaak bang gebruik te maken van het stressteam. Ze denken dat ze naast een promotie gaan grijpen wanneer hun chef weet dat ze naar het stressteam zijn gestapt. Hij zou maar eens moeten redeneren 'dat ze niet stabiel genoeg zijn'.

Twee agenten van de gerechtelijke dienst van het arrondissement (GDA) schoten zich vorig jaar op korte tijd op het werk door het hoofd. Na het overlijden van een van hen maakte Glenn Audenaert, gerechtelijk directeur van GDA Brussel, zich publiekelijk sterk dat familiale problemen de reden voor de wanhoopsdaad waren geweest. 'Thuis steken ze het vaak op het werk', merkt Christine Cuvelier op. 'Op het werk heet het dan dat familiale problemen de oorzaak waren. Wij weten dat in het gros van de gevallen een mix van verschillende factoren meespeelde. De politietop zou er beter aan doen zich te onthouden van dergelijke uitspraken. Veel belangrijker is dat een leidinggevende zich bezighoudt met hulp te bieden of hulp te vragen als hij ziet dat zijn mensen eronderdoor gaan.'

Katrien BRUYLAND

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud