Redacteur Politiek

Opnieuw moeten we in een te sterk verspreide slagorde de strijd tegen de pandemie opvoeren. De vraag wiens schuld dat is, is op dit moment van secundair belang. De vraag is hoe we de curve deze winter naar beneden krijgen.

Iedereen heeft een plan, tot hij in het gezicht geslagen wordt, zei de legendarische bokser Mohammed Ali. De boutade lijkt goed samen te vatten hoe de Vlaamse regering en de andere deelstaten de voorbije dagen in verspreide slagorde de nauwelijks te stoppen coronapandemie te lijf gingen.

‘Ik ga toch nu niet mijn huis blussen omdat het volgende week misschien in brand staat’, zei Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) afgelopen weekend. Het is een uitspraak die er niet beter op wordt naarmate de dagen verstrijken. Dinsdag was Jambon van toon veranderd. De tijd van stoerdoenerij ligt achter ons, luidde het.

En zo is het helaas. Getuigenissen uit onder meer het universitair ziekenhuis in Gent leren dat het zorgpersoneel op de limieten stuit. Uit andere getuigenissen blijkt dat machines en bedden stilaan volzet raken. Het Belgische ziekenhuissysteem davert stilaan op zijn grondvesten.

Ondertussen is België uitgegroeid tot het Europese land dat het zwaarst is getroffen in deze tweede golf. We tellen nu meer besmettingen per honderdduizend inwoners dan Tsjechië, dat vorige week in lockdown ging.

Het maakt dat je het alleen maar eens kan zijn met de beslissingen om alle vrijetijdsbestedingen voor wie ouder dan twaalf is stop te zetten. En dat ook alle indooractiviteiten, cultuur inbegrepen, op slot gaan.

Tegelijk wordt het almaar moeilijker om positief te zijn over hoe België zich heeft voorbereid op deze tweede golf. In de zomer was de regering-Wilmès niet krachtdadig genoeg en tot op vandaag zijn te veel burgers te laks - denk aan de truc om deze week nog op restaurant te gaan door een hotel te boeken. Vervolgens reageerden de Brusselse regering en burgemeesters schabouwelijk traag, waarna ook Luik tijd verloor uit een misbegrepen gevoel van federale verantwoordelijkheid en Vlaanderen talmde uit een misbegrepen gevoel van autonomie.

Met goed omschreven maatregelen en alarmniveaus hadden we het virus een stap voor kunnen zijn.

In een idealere wereld hadden we sinds deze zomer een plan zoals in Duitsland om dit soort problemen te vermijden. Met goed omschreven alarmniveaus aan de hand van het aantal besmettingen per honderdduizend inwoners. En met goed omschreven maatregelen, afgesproken mét de deelstaten, die bijna automatisch volgen.

Het had ons meer kansen gegeven om het virus een stap voor te zijn, in plaats van het nu achterna te hollen. Het had ook de kakofonie van vandaag vermeden, waarbij Brussel een avondklok heeft en Vlaanderen niet en Brusselse sporters in de Vlaamse rand naar de fitness gingen omdat ze dat in de hoofdstad niet meer konden.

Niet dat het zaligmakend was geweest. Ook met een goed plan was de huidige situatie moeilijk. Het beste bewijs is dat ook in Duitsland, een van de landen met de beste responsen tegen deze pandemie, het alle hens aan dek is en bondskanselier Angela Merkel woensdag met de deelstaten nieuwe maatregelen bespreekt.

Helaas hebben we op dit moment niet de luxe om lang na te denken over wiens schuld de ondermaatse voorbereiding op deze tweede golf is. De enige vraag die er nu toe doet is hoe we de curve weer naar beneden krijgen. Dat gebeurt het best zo gecoördineerd en helder mogelijk, zoals premier Alexander De Croo (Open VLD) dinsdag duidelijk maakte. Maar als het sneller kan zonder eerst te coördineren, zal het ook zo moeten. Het huis staat nu in brand.

Lees verder

Gesponsorde inhoud