Stefaan Michielsen

Het baat niet de banken strenger te reguleren als je toelaat dat de risico’s verplaatst worden naar een andere plaats in het financiële systeem.

Tien jaar na het uitbreken van de bankencrisis is die, in Europa althans, nog niet helemaal verteerd. De banksector is wel opnieuw stabiel gemaakt, maar de economie is nog niet hersteld van de klap die ze toen kreeg. De patiënt ligt nog altijd aan het infuus. De beleidsrente van de Europese Centrale Bank (ECB) staat nog steeds op nul procent. Dat zal minstens tot het einde van de zomer van 2019 zo blijven, zei voorzitter Mario Draghi gisteren na de vergadering van de raad van bestuur over het monetair beleid. De ECB stopt eind dit jaar wel met het massaal opkopen van obligaties, een maatregel waarmee ze ook de langetermijnrente onder de knoet hield.

Het duurt dus nog een poos voor de rente in Europa weer op een ‘normaal’ niveau ligt en wie spaart een redelijk vergoeding krijgt voor zijn spaargeld. Ongeduldige spaarders en beleggers zijn ondertussen al lang op zoek gegaan naar alternatieve spaar- en beleggingsvormen die hen wel een hoger rendement opleveren. Waar een vraag is, komt ook een aanbod. De zoektocht naar een hoger rendement is evenwel niet zonder gevaar. Een hoger rendement weerspiegelt een hoger risico, al lijkt niet iedereen dat even goed te beseffen.

In de schaduw van de banksector is een monster gegroeid, gevoed door het beleid van extreem lage rente.

Door die zoektocht naar rendement is veel geld gestroomd naar beleggingsvehikels die geen banken zijn en die niet onder de strengere regels en het verscherpte toezicht vallen die na de crisis van 2008 voor de banken werden ingevoerd.

De schaduwbanken, zo worden ze genoemd, zijn de voorbije jaren explosief gegroeid. Ze nemen voor een stuk functies over die de tradi-tionele banken vroeger vervulden, zoals de kredietverlening aan bedrijven. Maar ze zijn niet aan dezelfde vereisten onderworpen. Dat houdt in dat beleggers die hun geld aan zulke vehikels toevertrouwen ook heel wat minder waarborgen hebben.

Door de omvang die de schaduwbanken hebben gekregen, vormen ze een potentieel gevaar voor de stabiliteit van het financiële systeem. Omdat ze buiten de scope van het bankentoezicht vallen, hebben de toezichthouders nauwelijks een kijk op hoeveel geld er in de schaduwbanken verzameld zit, hoe ze werken en welke interacties bestaan tussen de schaduwbanken en de gewone banken, bijvoorbeeld via de afgeleide financiële producten waarvan de schaduwbanken gebruikmaken.

In de schaduw van de banksector schuilt dus een monster dat gevoed wordt door het lagerentebeleid van de centrale bank en waarvan de toezichthouders niet weten hoe groot het is en hoe gevaarlijk het kan zijn. Dat is verontrustend. Wat helpt het de banksector sterker te reglementeren als de risico’s voor het financiële systeem en de internationale economie gewoon naar een andere plek in de wondere financiële wereld verhuizen? Een eerste waarschuwing van wat kan gebeuren, kregen de toezichthouders overigens in 1998 al, met de schokgolf die het faillissement van het Amerikaanse hefboomfonds LTCM teweegbracht in het financiële systeem.

De ECB is zich bewust van het gevaar. ‘De banken zijn sinds 2008 sterker gemaakt, de volgende werf is het strikter reglementeren van de schaduwbanken’, zei Draghi gisteren. Dat wordt een heel karwei, te beginnen met ze in kaart te brengen. De ECB zet er het best spoed achter. Want het zou onvergeeflijk dat een bekend risico zware schade aanricht omdat verzuimd werd het op tijd aan te pakken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content